|
Welke Geschriften geven u het bewijs dat "de Apostels grote nadruk
op het Doopsel van Jezus legden?"
We moeten vooral een onderscheid maken tussen
ons doopsel en het doopsel van Jezus. We kunnen niet wedergeboren worden
door alleen maar het water-doopsel te ontvangen. We kunnen alleen maar
wedergeboren worden door in Jezus Christus te geloven. Toegevoegde ceremonies
zoals het doopsel of de besnijdenis zijn niet onmisbaar voor de zaligheid
van God. De Bijbel concentreert zich niet op het water-doopsel dat de
gelovigen ontvangen. In tegendeel, het concentreert zich op het doopsel
dat Jezus ontving door Johannes de Doper.
In feite zijn er veel zinnen die bewijzen dat het doopsel van Jezus onmisbaar
en essentieel voor onze zaligheid is. In het Evangelie is Zijn doopsel
daarom verkondigd in de voorwoorden. Het evangelie begint volgens Markus
met het verhaal van het evangelie van Jezus Christus, Zoon van God, met
het doopsel van Jezus, en Johannes schreef het evangelie in chronologische
volgorde, termen gebruikend als "de volgende dag" (1:29) en "de
derde dag" (2:1) gebaseerd op de dag dat Jezus gedoopt was.
Johannes de Doper verklaarde het woord van god op de dag nadat hij Jezus
had gedoopt, zeggende, "Zie! Het Lam Gods dat de zonde der wereld wegneemt!"
Alle zonden van de mensheid werden aan Hem doorgegeven toen Johannes de
Doper Hem doopte. En vervolgens stierf Hij aan het Kruis voor de verzoening
van onze zonden, zeggende, "Het is volbracht!" (Johannes 19:30), en herrees
vanuit de dood op de derde dag. De apostel Paulus zei, "Christus stierf
voor onze zonden volgens de Geschriften" (1 Korinthiërs 15:3). De
Geschriften betekent hier het Oude Testament. Hoe kan een zondaar een
offer aanbieden om vergeven te worden? Hij moest zijn handen op het hoofd
van de offerande leggen voordat hij het slachtte. Als hij het proces van
'het handen opleggen op het hoofd van de offerande" had veranderd, kon
hij niet vergeven worden omdat hij een illegaal offer had aangeboden.
De apostel Paulus zei, "Of weet gij niet, dat zovelen als wij in Christus
Jezus gedoopt zijn, wij in Zijn dood gedoopt zijn?" (Romeinen 6:3) Om
in Christus Jezus gedoopt te worden, is het doopsel van Jezus in de Jordaan
te geloven, en niet alleen ons water-doopsel. Hoe kunnen wij dan in Jezus
gedoopt zijn? Als wij in het feit geloven dat Johannes de Doper al onze
zonden op Hem legde voor ons toen hij Jezus doopte, dan kunnen wij in
Hem gedoopt worden.
"Want zovelen als gij in Christus gedoopt zijt, hebt gij Christus aangedaan
(Galaten 3:27). Zij die al hun zonden aan Jezus door Johannes de Doper
hebben doorgegeven, zijn zonder zonde en worden de heilige kinderen van
God.
"In Welken gij ook besneden zijt met een besnijdenis, die zonder handen
geschiedt, in de uittrekking van het lichaam der zonden des vleses, door
de besnijdenis van Christus" (Kolossensen 2:11). De manier om van
zonde verlost te worden door het lichaam van de zonde van het vlees af
te leggen, is om besneden te worden met een inwaardse besnijdenis, gemaakt
zonder handen (besnijdenis is die van het hart, Romeinen 2:29),
dus door te geloven in het doopsel van Jezus, die de zonden uit ons hart
snijdt, zei de apostel Paulus.
In 1 Petrus 3:21 staat, "Waarvan het tegenbeeld, de doop, ons nu ook
behoudt, niet die een aflegging is der vuiligheid des lichaams, maar die
een vraag is van een goed geweten tot God, door de opstanding van Jezus
Christus." De apostel Petrus getuigde dat Jezus de Verlosser was en
dat Hij door het water van het doopsel en het bloed kwam. Daar we reeds
weten dat mensen de mensen in de tijd van Noach ten gronde gingen door
niet in het water te geloven, zo zullen ook tegenwoordig de mensen die
ongehoorzaam zijn, ten gronde gaan; zelfs als zij in Jezus geloven, omdat
zij niet in Zijn doopsel, dat het water is, geloven.
De apostel Johannes onthulde alles over het evangelie in zijn eerste geschreven
brief. "Deze is het, Die gekomen is door water en bloed, namelijk Jezus,
de Christus; niet door het water alleen, maar door het water en het bloed.
En de Geest is het, Die getuigt, dat de Geest de waarheid is" (1 Johannes
5:6). Jezus kwam tot ons door Zijn doopsel en het Kruis om ons van
al onze zonden te redden. Johannes zei ook, "En drie zijn er, die getuigen
op de aarde: de Geest, het water, en het bloed, en die drie zijn tot een"
(1 Johannes 5:8). Dit verteld ons dat het doopsel van Jezus, het Kruis
en de Geest samen, de volmaakte zaligheid maken.
Jezus zei tegen Nicodemus,"Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Zo iemand niet
geboren wordt uit water en Geest, hij kan in het Koninkrijk Gods niet
ingaan" (Johannes 3:5). We zijn wedergeboren uit het water en de Geest.
Het geloof in Zijn doopsel van water en het Kruis is alles wat u nodig
heeft om verlost te worden en de Heilige Geest als een geschenk te ontvangen.
Dat is wat de Bijbel zegt over de "wedergeboorte."
En Petrus zeide tot hen: "Bekeert u, en een iegelijk van u worde gedoopt
in den Naam van Jezus Christus, tot vergeving der zonden; en gij zult
de gave des Heiligen Geestes ontvangen" (Handelingen 2:38). Want voor
de vergeving van alle zonden en het geschenk van de Heilige Geest, moet
je diep in je hart altijd onveranderlijk geloof in het doopsel van Jezus
hebben. Wat kunnen we anders zeggen? Er zijn vele zinnen die erop staan
dat Zijn doopsel als een onmisbare handeling van rechtvaardigheid was
voor onze zaligheid. Het Christendom moet terugkeren naar het evangelie
van het water en de Geest.
"Daarom, nalatende het beginsel der leer van Christus, laat ons tot
de volmaaktheid voortvaren; niet wederom leggende het fondament van de
bekering van dode werken, en van het geloof in God, 2 Van de leer der
dopen, en van de oplegging der handen, en van de opstanding der doden,
en van het eeuwig oordeel" (Hebreën 6:1-2). Hier krijgen we een aanwijzing
voor het vinden van het oorspronkelijke evangelie van de vroege kerk.
Zij hebben de leer van de doopsels, van het handen opleggen, van de herrijzenis,
en van het eeuwige oordeel geleerd aan diegenigen die net Christenen werden.
We zouden allen in gedachten moeten geloven dat Jezus al onze zonden door
Zijn doopsel wegnam en aan het Kruis stierf om voor onze zonden veroordeeld
te worden volgens de rechtvaardige wet van God.
|