|
Veroordeel Elkander Niet
Romeinen 14:1 verklaart, “Dengene nu, die zwak
is in het geloof, neemt aan, maar niet tot twistige samensprekingen.”
Paulus waarschuwde de heiligen in Rome om niet
het geloof van een ander te veroordelen of te bekritiseren. In die tijd bekritiseerden
ze elkaars geloof omdat er zowel mensen waren die ontzettend gelovig waren maar
ook mensen die niet zo gelovig waren in de kerk van Rome. Als u dit gebeurt
moet u het geloof van de ander respecteren en u van iedere kritiek ten opzichte
van Gods dienaren terughouden. Het is aan God en niet aan ons, om Zijn dienaren
te doen opstaan en op te bouwen.
Zelfs binnen God’s kerk zullen veel problemen
opkomen onder de gelovigen. Als we een kijkje nemen naar hun geloof, kunnen
we allerlei soorten geloof vinden. Sommigen waren gebonden aan de Wet voor hun
verlossing, en dus hebben zij nog steeds het overblijfsel van hun oud wettisch
geloof.
Sommige Christenen hechten groot belang aan het
selectief eten. Zulke mensen zullen bijvoorbeeld geloven dat zij geen varkensvlees
moeten eten. Anderen zullen geloven dat zij onder alle omstandigheden de Sabbath
moeten houden. Maar we moeten deze verschillen in ons geloof oplossen in de
gerechtigheid van God en niet elkaar bekritiseren over zulke kleine zaken. Dit
is de kern waar Paulus over sprak.
Paulus leerde in hoofdstuk 14 dat we de zwakheden
van onze medegelovigen niet moeten bekritiseren als zij geloof hebben in de
gerechtigheid van God. Waarom niet? Omdat zij ook in God’s gerechtigheid geloven
ook al zijn ze zwak.
De Bijbel beschouwt degenen die verlost zijn van
hun zonden door in God’s gerechtigheid te geloven, als de waardevolle mensen
van God. Terwijl zij onvoldoende zullen lijken in andermans ogen, heeft God
desalniettemin ons geboden het geloof van andere gelovigen niet te bekritiseren.
Dit is omdat zij nog steeds de kinderen van God werden door het geloof ook al
zullen zij onvoldoende in het vlees zijn.
Ieder’s geloof verschilt van de ander
Verzen 2-3 verklaren, “De een gelooft wel,
dat men alles eten mag, maar die zwak is, eet moeskruiden. Die daar eet, verachte
hem niet, die niet eet; en die niet eet, oordele hem niet, die daar eet; want
God heeft hem aangenomen.”
Er is een diversiteit onder de dienaren van God
in het geloof in Zijn gerechtigheid en in het volgen van Hem. Het geloof in
de zaligheid is dezelfde, maar het geloof in Zijn Woord zal verschillen.
Als iemand een wettische is geweest voordat hij/zij
wedergeboren werd door het geloof in het evangelie van de gerechtigheid van
God, zal hij/zij tijd nodig hebben om zijn/haar eigen gerechtigheid te verwerpen
door helemaal in God’s gerechtigheid te geloven. Deze mensen neigen ertoe groot
belang te hechten aan het houden van de Sabbath, maar u zult hun niet bekritiseren
omdat zij ook in God’s gerechtigheid geloven.
God heeft behagen door het geloof van degenen
die Zijn gerechtigheid kennen en erin geloven. Hij heeft hun als Zijn volk aangenomen.
Daarom zouden zij die werkelijk in de gerechtigheid van God geloven, iedere
inspanning moeten maken om hun medegelovigen met Gods gerechtigheid te voeden
in plaats van de zwakheden van hun geloof te bekritiseren.
We moeten de dienaren van God niet veroordelen
Vers 4 zegt, “Wie zijt gij, die eens anderen
huisknecht oordeelt? Hij staat, of hij valt zijn eigen heer; doch hij zal vastgesteld
worden, want God is machtig hem vast te stellen.”
We moeten God’s dienaren, die God goedgekeurd
heeft, erkennen en ook hun geloof. Bekritiseert en veroordeelt u God’s dienaren
terwijl u een Christelijk leven leidt? Dan zal God uw geloof nog meer berispen.
Als u het geloof van degenen die God goedkeurt, veroordeelt omdat u hun niet
graag heeft, dan bestijgt u de veroordelingszetel van God en veroordeeld u Zijn
dienaren. Het is niet juist. In plaats ervan moet u dankbaar die dienaren van
God ontvangen die u niet graag heeft, en u moet hun leiding gehoorzamen terwijl
u God’s gerechtigheid probeert te verheffen.
God moet ons geloof goedkeuren. We zouden het
ware geloof moeten hebben dat God’s verdoemenis en beloning verdient. Omdat
God ons toegestaan heeft om onze levens op te offeren aan Jezus Christus, danken
we Hem voor Zijn gerechtigheid. We moeten degenen die God goedkeurt, goedkeuren
en afkeuren wie God afkeurt. Ik hoop dat u God zult verheerlijken door geloof
te hebben in Zijn gerechtigheid in plaats van uw eigen rechtvaardigheid te verheffen.
Ik hoop dat God uw geloof zal goedkeuren. U zult dan verheven worden vanwege
uw geloof in Zijn gerechtigheid.
Als zij ook in God’s Gerechtigheid geloven…
“De een acht wel den enen dag boven den anderen
dag; maar de ander acht al de dagen gelijk. Een iegelijk zij in zijn eigen gemoed
ten volle verzekerd. Die den dag waarneemt, die neemt hem waar den Heere; en
die den dag niet waarneemt, die neemt hem niet waar den Heere. Die daar eet,
die eet zulks den Heere, want hij dankt God; en die niet eet, die eet zulks
den Heere niet, en hij dankt God” (Romeinen 14:5-6).
Onder de Joden zijn er die gered zijn door te
geloven in Christus, onze Heer van het evangelie van het water en de Geest.
Velen van hun waren nog steeds gebonden aan de Wet, ook al geloofden zij in
Jezus. Maar zij waren reeds de dienaren van God’s gerechtigheid doordat zij
God’s gerechtigheid verspreiden, door alles wat zij deden om zich aan de Wet
te houden.
Daarom zei Paulus, “En ik ben den Joden geworden
als een Jood, opdat ik de Joden winnen zou; dengenen, die onder de wet zijn,
ben ik geworden als onder de wet zijnde, opdat ik degenen, die onder de wet
zijn, winnen zou. Degenen, die zonder de wet zijn, ben ik geworden als zonder
de wet zijnde (Gode nochtans zijnde niet zonder de wet, maar voor Christus onder
de wet), opdat ik degenen, die zonder de wet zijn, winnen zou” (1 Korinthiërs
9:20-21).
We moeten het geloof van degenen die in de gerechtigheid
van God geloven niet negeren noch verwerpen. Als zij in God’s gerechtigheid
geloven en Hem dienen, moeten wij hun als de dienaren van God erkennen.
De rechtvaardigen zullen leven voor de Heer
Verzen 7-9 verklaren, “Want niemand van ons
leeft zichzelven, en niemand sterft zichzelven. Want hetzij dat wij leven, wij
leven den Heere; hetzij dat wij sterven, wij sterven den Heere. Hetzij dan dat
wij leven, hetzij dat wij sterven, wij zijn des Heeren. Want daartoe is Christus
ook gestorven, en opgestaan, en weder levend geworden, opdat Hij beiden over
doden en levenden heersen zou.”
We leven met Christus en sterven met Hem omdat
we verlost zijn van al onze zonden en nieuwe levens hebben ontvangen door in
de gerechtigheid van God te geloven dat geopenbaard is in het evangelie. Alle
oude dingen zijn weggegaan in Christus en we werden nieuwe schepsels. Het werkelijk
geloven in God’s gerechtigheid, betekent dat we de waarheid kennen en erin geloven
dat we Christus’ zijn. Dus hebben degenen die in de gerechtigheid van God geloven
niets meer met deze wereld te doen en zijn ze de dienaren van God geworden.
Als u Gods dienaar wordt, zult u Hem verheffen,
Hem liefhebben, leven voor Zijn heerlijkheid en Hem dankbaar zijn omdat Hij
het u toestaat uw leven op deze wijze te leven.
Behoort u werkelijk tot Christus? Zij die in het
evangelie van het water en de Geest geloven, zijn met Christus gekruisigd en
ze zijn weer tot leven gebracht met Hem. Of we nu leven of sterven, we behoren
tot Christus door God’s gerechtigheid. De Heer is de Heer van de verlosten geworden.
We zouden onze mede-gelovigen niet moeten veroordelen
Het staat geschreven in verzen 10-12, “Maar
gij, wat oordeelt gij uw broeder? Of ook gij, wat veracht gij uw broeder? Want
wij zullen allen voor den rechterstoel van Christus gesteld worden. Want er
is geschreven: Ik leef, zegt de Heere; voor Mij zal alle knie zich buigen, en
alle tong zal God belijden.” Zo zal ieder van ons rekenschap van zichzelf
aan God geven.
Omdat Christus onze God leeft, zullen we ooit
voor Hem knielen en alles belijden. We moeten daarom niet op de veroordelingszetel
zitten en onze broeders en zusters veroordelen maar we moeten met bescheidenheid
voor God staan. Het is veel belangrijker om voor God’s wil te leven dan een
ander te veroordelen en verdoemen in Zijn kerk. Als we onze broeders en zusters’
zwakheden veroordelen en vervloeken, zullen we voor God veroordeeld worden voor
onze eigen zwakheden. Daarom moeten we ons realiseren hoe goed het is om voor
God’s wil te leven, samen in Zijn kerk.
Het ware geloof sticht innerlijk medegelovigen
en streeft de gerechtigheid van God na. Vergeet niet dat een vals geloof God’s
gerechtigheid zal verbannen en slechts op de eigen gerechtigheid zal bouwen.
En hoe zit het met u? Streeft u met geloof God’s gerechtigheid na? Of streeft
u de gerechtigheid van uw eigen vlees na?
We moeten het geloof van anderen stichten
Verzen 13-14, “Laat ons dan elkander niet meer
oordelen; maar oordeelt dit liever, namelijk, dat gij den broeder geen aanstoot
of ergernis geeft.Ik weet en ben verzekerd in den Heere Jezus, dat geen ding
onrein is in zichzelven; dan die acht iets onrein te zijn, dien is het onrein.”
Omdat er verschillen zijn in het geloof van degenen
die in de gerechtigheid van God geloven, moeten we werken om elkander’s geloof
op te bouwen door elkaar te stichten. Dit brengt groei aan de gelovigen van
God’s gerechtigheid. Als we werkelijk voor God en Zijn gerechtigheid leven,
zijn we allen Zijn volk.
Als u een Christen bent die in de gerechtigheid
van God gelooft, kunt u alles met uw geloof in het Woord van God doen. Als u
dat niet kunt, dan is dat omdat u uw eigen gerechtigheid nastreeft in plaats
van God’s gerechtigheid. Het nastreven van uw eigen gerechtigheid in de gerechtigheid
van God is net als het nastreven van de wereld en het hebben van het verkeerde
geloof.
Zij die hun eigen gerechtigheid zoeken, leven
als God’s vijanden, ook al zijn ze gered door in God’s gerechtigheid te geloven.
God wilt dat degenen die gered zijn door in Zijn gerechtigheid te geloven, Zijn
gerechtigheid blijven volgen tijdens hun leven.
In liefde lopen
Vers 15-18 zegt, “Maar indien uw broeder om
der spijze wil bedroefd wordt, zo wandelt gij niet meer naar liefde. Verderf
dien niet met uw spijze, voor welken Christus gestorven is.Dat dan uw goed niet
gelasterd worde. Want het Koninkrijk Gods is niet spijs en drank, maar rechtvaardigheid,
en vrede, en blijdschap, door den Heiligen Geest. Want die Christus in deze
dingen dient, is Gode welbehagelijk, en aangenaam den mensen.”
Zij die gered zijn door in God’s gerechtigheid
te geloven en leven om het te verspreiden, verachten niet Zijn mensen op grond
van voedsel. We brengen soms voedsel om te delen en hebben broederschap in liefde.
Maar Paulus waarschuwde ons voor het buitensluiten van arme broeders en zusters
en het delen met slechts de rijken, omdat dit onze mede-Christenen kan laten
struikelen.
De zegens die God degenen die in Zijn gerechtigheid
geloven, geschonken heeft, staat ons toe om God’s gerechtigheid te volgen, onze
gemoedsrust die gegeven wordt door het evangelie van het water en de Geest,
en het in staat zijn om de Heer te dienen, samen met het delen in elkander’s
vreugde die Hij heeft gegeven. Zij die rijk zijn, zouden zich daarom moeten
realiseren dat al hun rijkdommen van God zijn, en dat ze deze met anderen die
het evangelie dienen en God’s gerechtigheid volgen, moeten delen. God is verheugd
met en houdt van degenen die zulke levens leiden.
Zoek om anderen te stichten
Verzen 19-21 zegt, “Zo dan laat ons najagen,
hetgeen tot den vrede, en hetgeen tot de stichting onder elkander dient. Verbreek
het werk van God niet om der spijze wil. Alle dingen zijn wel rein; maar het
is kwaad den mens, die met aanstoot eet. Het is goed geen vlees te eten, noch
wijn te drinken, noch iets, waaraan uw broeder zich stoot, of geergerd wordt,
of waarin hij zwak is.”
Lang geleden verkochten mensen in zulke oude steden
als Rome en Korinthië voedsel die eens als offers aan hun idolen werden aangeboden.
Sommige van de gelovigen in God’s gerechtigheid kochten zo’n vlees en aten het.
Sommigen van de mede-gelovigen in God’s kerk die zwak geloof hadden, geloofden
toen dat het eten van zulk vlees zondig was. Daarom zei Paulus, “Verbreek
het werk van God niet om der spijze wil” (vers 20).
Hetzelfde geldt voor wijn. Er zijn sommige gelovigen
die zich niet veel zorgen maken over het drinken. Maar Paulus vermaande dat
als zulk gedrag het geloof van hun mede-gelovigen zou afzwakken, het voor hun
goed zou zijn om hun mede-gelovigen niet meer te beledigen met hun drinken.
Dit gebeurt ook bij ons. Daarom moeten we onze Christelijke levens leiden op
een manier dat anderen sticht en we moeten God’s gerechtigheid zoeken. Kwesties
kunnen zich vandaag de dag voordoen betreffende het voedsel dat gebruikt wordt
als offergaven aan de voorouders en het is beter dit soort voedsel niet te eten
omwille van degenen die een zwak geloof hebben.
Heb geloof in God’s gerechtigheid
Vers 22-23 verklaart, “Hebt gij geloof? hebt
dat bij uzelven voor God. Zalig is hij, die zichzelven niet oordeelt in hetgeen
hij voor goed houdt. Maar die twijfelt, indien hij eet, is veroordeeld, omdat
hij niet uit het geloof eet. En al wat uit het geloof niet is, dat is zonde.”
| Wilt
u meer over het boek van de Romeinen weten? Klik
dan op de onderstaande banner om uw gratis boek over het boek
van de Romeinen te ontvangen. |
 |
Zij die in de gerechtigheid van God
geloven, zijn degenen die het juiste geloof hebben. Het geloof in
God’s gerechtigheid is het God-gegeven geloof dat al onze zonden
zuivert. Christenen moeten daarom in God’s gerechtigheid geloven
en de overtuiging van hun geloof in Zijn gerechtigheid in hun hart
hebben.
De Geschriften vertellen ons dat het volgen van
God zonder in Zijn gerechtigheid te geloven, een zonde is. Alles wat zonder
geloof gedaan wordt, is een zonde. Wanneer we weten dat alles wat we zonder
geloof in God’s gerechtigheid doen een zonde is, moeten we meer geloof in Zijn
gerechtigheid hebben.
De Bijbel zegt, “Maar die twijfelt, indien
hij eet, is veroordeeld.” Alles is rein als u met geloof in God’s gerechtigheid
eet, omdat God iedere plant en dier geschapen heeft.
We moeten begrijpen hoe belangrijk het voor ons
is om God’s gerechtigheid te kennen en erin te geloven. We moeten ook onze mede-wedergeborenen
stichten en hun geloof respecteren.
Terug
naar lijst
|