|
Zij die de Hemelse Zegen door Geloof ontvingen
<
Romeinen 4:1-8 >
“Wat
zullen wij dan zeggen, dat Abraham, onze vader, verkregen heeft naar het vlees?
Want indien Abraham uit de werken gerechtvaardigd is, zo heeft hij roem, maar
niet bij God. Want wat zegt de Schrift? ‘En Abraham geloofde God, en het is
hem gerekend tot rechtvaardigheid.’ Nu dengene, die werkt, wordt het loon niet
toegerekend naar genade, maar naar schuld. Doch dengene, die niet werkt, maar
gelooft in Hem, Die den goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend
tot rechtvaardigheid. Gelijk ook David den mens zalig spreekt, welken God de
rechtvaardigheid toerekent zonder werken; Zeggende: ‘Zalig zijn zij, welker
ongerechtigheden vergeven zijn, en welker zonden bedekt zijn; Zalig is de man,
welken de Heere de zonden niet toerekent.’”
Gezegend zijn zij wiens zonden uitgewist zijn
Ik
dank de Heer voor het redden van zoveel zielen tegenwoordig. De Bijbel praat
in Romeinen hoofdstuk 4 over gezegende mensen, dus zou ik over hun willen praten
die gezegend zijn.
“Gelijk ook David den mens zalig spreekt, welken God de rechtvaardigheid
toerekent zonder werken; Zeggende: Zalig zijn zij, welker ongerechtigheden vergeven
zijn, en welker zonden bedekt zijn; Zalig is de man, welken de Heere de zonden
niet toerekent’” (Romeinen 4:6-8).
De Bijbel praat over de mensen die voor God gezegend zijn.
De mensen die werkelijk gezegend zijn, zijn zij wiens zonden voor God zijn uitgewist
en tot wie de Heer geen zonde zal toerekenen.
Laten
we eerst onze huidige toestand onderzoeken voordat we dieper ingaan op de Geschriften.
De Bijbel praat over de gezegende mensen die de verlossing van hun zonden hebben
ontvangen. Laat ons dan eens erover nadenken of we verdienen gezegend te zijn
of niet.
Er
is geen enkele persoon in deze wereld die niet zondigt. De mensheid begaat zoveel
zonden als een dikke wolk, net zoals het geschreven staat in Jesaja 44:22. Niemand
is in staat om God’s oordeel te ontwijken zonder de genade van Jezus Christus.
We
zijn verlost van onze zonden en van God’s oordeel door Jezus’ doopsel en bloed
aan het Kruis, waardoor de Heer ons de verlossing van de zonden gaf. Bovendien
zijn we nu in staat te leven vanwege het offer van Jezus Christus. Zou het mogelijk
zijn dat er iemand in deze wereld was die nooit zondigde tijdens zijn/haar hele
leven? Of iemand een persoon is die de verlossing van de zonden heeft gekregen
of niet, iemand zondigt zijn hele leven. Omdat we constant zonden begaan zonder
het zelfs maar te realiseren, zijn we gedoemd om het oordeel te ontvangen vanwege
de zonden.
Ik
geloof in het feit dat een persoon die zelfs maar het kleinste beetje zonden
bezit, naar de hel zal gaan. Waarom? Omdat de Bijbel zegt dat de bezoldiging
van de zonde, de dood is (Romeinen 6:23). De loon van de zonde, welke dan ook,
moeten betaald worden en de zonden zijn slechts vergeven nadat iemand de prijs
heeft betaald. Zonde brengt slechts oordeel.
We
leven temidden alle soorten van zonden, zowel ernstige als ook kleine, zonden
die te wijten zijn aan onwetendheid, zonden die bewust begaan worden, en zonden
die veroorzaakt worden door zwakheid. Strict genomen kunnen we niets anders
doen dan onze zonden voor God toe te geven, zelfs als we goede excuses hebben.
Bent u het hiermee eens? Het is niet juist als we onze zonden niet willen toegeven,
zelfs al zijn al onze zonden vergeven. Iedereen moet de dingen die toegegeven
moeten worden, toegeven.
Slechts de rechtvaardigen kunnen de Heer loven
De
rechtvaardigen, wiens zonden en zwakheden reeds vergeven en bedekt zijn, zijn
zondeloos en danken God. We kunnen God slechts danken voor ieder uur en iedere
minuut als wij voor Hem komen te staan, want de Heer nam al onze zonden weg,
zelfs al zijn onze zonden zo enorm als een dikke wolk. We danken de Heer die
al onze zonden wegnam, door gedoopt te worden van Johannes de Doper in de Jordaan
en door in onze plaats het oordeel aan het Kruis te ontvangen.
Als
de Heer niet al onze zonden op Zich had genomen door Zijn doopsel noch gekruisigd
was en stierf om de lonen voor de zonden te betalen, zouden wij Hem dan zomaar
de Vader noemen? Hoe zouden wij de Heer kunnen loven? Hoe zouden wij de naam
van God kunnen loven en Hem kunnen danken voor Zijn geschenk van zaligheid en
Hem verheerlijken? Dit alles komt door het geschenk van God’s genade.
Wij,
de heiligen, kunnen de Heer loven en danken omdat onze zonden reeds zijn uitgewist.
Door Christus’ offer en het feit dat de Heer al onze zonden wegnam, inclusief
de allerkleinste zonde, kunnen we de Heer danken.
Alhoewel
we vergeven zijn van al onze zonden, kunnen we niet volmaakt worden door onze
daden terwijl we op deze aarde leven. Wij zijn allen zwak, maar wij, de rechtvaardigen,
loven de Heer die de loon voor alle zonden van de zondaars heeft betaald met
Zijn genade. Bent u in de duisterheid? Het maakt niet uit welk soort duisterheid
er bestaat, als wij maar het kleinste beetje zonde voor God erkennen, als we
biechten dat we gezondigd hebben voor God, en als we geloven dat de Heer die
al deze zonden wegnam, dan zal de waarheid van de Heer ons toestaan Hem te loven
en te danken. Wij worden de heiligen die Jezus Christus slechts kunnen loven
vanwege Zijn genade en de vergeving van de zonden. Bovendien
worden we de aanbidders van God nadat we de genade van de verlossing van de
zonden in ons hart hebben ontvangen.
Als we rechtvaardig gemaakt zijn zonder werken, dan is het een geschenk van God
“Wat
zullen wij dan zeggen, dat Abraham, onze vader, verkregen heeft naar het vlees?
Want indien Abraham uit de werken gerechtvaardigd is, zo heeft hij roem, maar
niet bij God. Want wat zegt de Schrift? En Abraham geloofde God, en het is hem
gerekend tot rechtvaardigheid. Nu dengene, die werkt, wordt het loon niet toegerekend
naar genade, maar naar schuld. Doch dengene, die niet werkt, maar gelooft in
Hem, Die den goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot rechtvaardigheid”
(Romeinen 4:1-5).
Menselijke
zonde wordt slechts uitgewist nadat de loon ervan betaald is. Bent u ervan overtuigd
dat uw geweten gereinigd is? Het maakt niet uit welke soort zonden het zijn,
ons geweten kan slechts gereinigd worden nadat de loon van de zonden betaald
is. Wij, zondaars, hadden geen andere keuze dan te sterven, maar de Heer stierf
voor onze zonden. De zondaars zijn daarom rechtvaardig gemaakt door gered te
zijn.
In
Romeinen hoofdstuk 4 zei Paulus dat zondaars gered zijn door Jezus Christus
die alle zonden van de wereld op Zich nam in de Jordaan en gekruisigd werd om
veroordeeld te worden voor hun zonden door Abraham, de voorvader van het geloof
die in God’s woord geloofde, als voorbeeld gebruikend. De Bijbel zegt dat Abraham
rechtvaardig werd omdat hij in God geloofde. Hij werd niet gered door zijn eigen
daden, maar door het geloof in God’s woord. Daarom rekende God hem tot de rechtvaardigen.
Abraham verkreeg de zaligheid door in God’s woorden te geloven en hij werd de
vader van allen die geloven. Hij werd rechtvaardig door in het verbond van God
te geloven.
Wat
is de zaligheid van zonden en de genade van God die aan ons zondaars werd verleend?
Laat ons hierover eens nadenken en het duidelijk maken. “Nu
dengene, die werkt, wordt het loon niet toegerekend naar genade, maar naar schuld” (Romeinen 4:4). Deze vers
praat over de zaligheid van God, die ons redde van alle zonden. Het praat over
de verlossing van de zonden. “Nu dengene, die werkt, wordt het loon niet toegerekend naar genade, maar
naar schuld.” Als een mens de
loon voor zijn werk ontvangt, zal hij zijn loon als een genade of als een schuld
betrachten? Paulus de Apostel verklaart de zaligheid door Abraham als een voorbeeld
te gebruiken. Het is voor de mens die werkt natuurlijk om de loon voor zijn
werk te ontvangen. Als we echter als de heiligen rechtvaardig gemaakt zijn,
zelfs als we geen volmaakte levens leidden, dan is dat door God’s geschenk,
niet door onze eigen inspanningen.
“Nu
dengene, die werkt, wordt het loon niet toegerekend naar genade, maar naar schuld”
(Romeinen 4:4). De zaligheid door de vergeving van de zonden komt door het
doopsel van de Heer en het vergieten van het bloed als offer. De zaligheid werd
mogelijk gemaakt door de genade en het geschenk van de verlossing van de zonden.
De mensheid kan zich niet weerhouden om te zondigen, dus zijn zij gedwongen
toe te geven dat zij gezondigd hebben. Zij kunnen hun zonden niet wegwassen,
welke doctrines zij ook mogen geloven, of hoe hard zij ook mogen bidden voor
hun zonden.
De
enigste manier voor zondaars om hun zonden weg te wassen is, door in de zaligheid
te geloven die zegt dat de Heer de zonden van de wereld op Zich nam door gedoopt
te worden van Johannes de Doper in de Jordaan en door gekruisigd te worden om
het indirecte oordeel voor de zonden te ontvangen. Zondaars zijn niet gekwalificeerd
om voor hun eigen zonden te betalen met een of ander offer van hun zelf. Alles
waartoe zondaars in staat zijn is te geloven in de zaligheid door de vergeving
van de zonden. Het enigste waarop zij werkelijk kunnen rekenen, is God’s genade.
Door
het doopsel in de Jordaan te ontvangen, nam Jezus, op de meest geschikte wijze,
al onze zonden weg, en door Zichzelf op te offeren aan het Kruis, zijn de zondaars
van al hun zonden gered. Dit bevat de kleinste zonden die we door onze zwakheid
onder Satan’s bedrog begaan en de zonden die zo groot zijn als een hoge berg.
Daarom ontvangen zondaars de zaligheid door het geloof in het doopsel en het
bloed van Jezus Christus. Door God’s gratis geschenk van de zaligheid zijn wij,
die eerst zondaars waren, nu rechtvaardig.
De verlossing van de zonden wordt slechts gegeven door genade en
als geschenk
Paulus
de Apostel praat erover hoe een zondaar gered wordt van al zijn/haar zonden.
“Nu dengene, die werkt, wordt het loon
niet toegerekend naar genade, maar naar schuld.” Hij legt de genade van
de zaligheid uit door het te vergelijken met de werken van deze wereld. Als
een zondaar, nadat hij voor God heeft gewerkt, zegt dat hij/zij de zaligheid
van zijn/haar zonden ontving, dan is dat niet door God’s geschenk maar door
zijn/haar werken. De verlossing van de zonden wordt slechts gegeven door genade
en als geschenk Geen van onze daden zijn ingesloten in de genade van God. Was
de zaligheid van de zonde dat we God’s geschenk ontvingen, of niet? Ja, dat
was het. We hadden geen andere keuze dan ten onder te gaan vanwege onze zonden.
Jezus Christus, onze Verlosser, nam echter al onze zonden op Zich door gedoopt
te worden van Johannes de Doper in de Jordaan.
We
zijn gered van onze zonden door in het feit te geloven dat Jezus Christus de
loon van de dood betaalde en voor ons stierf. Hij heiligde ons door al onze
zonden met Zijn doopsel weg te nemen en Hij redde ons van al onze zonden door
de zonden naar de kruisiging te dragen. Dit alles is uit de genade van Jezus’
zaligheid. Onze verlossing werd mogelijk gemaakt door God’ genade. Het is een
geschenk. Het is gratis. Zondaars werden gered door God’s liefde tegenover de
zondaars. Jezus nam al onze zonden weg door Zijn doopsel en redde de zondaars
van alle zonden van de wereld en van alle oordelen van God door gekruisigd te
worden.
“Doch
dengene, die niet werkt, maar gelooft in Hem, Die den goddeloze rechtvaardigt,
wordt zijn geloof gerekend tot rechtvaardigheid?” (Romeinen 4:5). Voorheen
spraken we over de persoon die werkt. De zin, “Doch dengene die niet werkt”
verwijst naar degene die geen deugdzame
daden verrichten met als doel rechtvaardig te worden. Paulus gaat verder met
de rest van de vers door te zeggen, “maar
gelooft in Hem, Die den goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend
tot rechtvaardigheid?”
Hij gebruikt de goddeloze als voorbeeld om God’s gerechtigheid uit te leggen. Wat
betekent het om goddeloos te zijn? Een ‘goddeloze’ persoon is iemand die geen
ontzag heeft voor God en die slechts tot zijn laatste adem, een losbandig leven
leidt en die het exacte tegenbeeld is van goddelijk zijn. Dit woord verwijst
naar iemand die voor God zondigt totdat hij/zij sterft. Het is waar dat mensen
vol zonden geboren zijn. Bovendien is het de ware aard van de mensen om gedoemd
te zijn om vanwege hun zonden, God’s oordeel te ontvangen.
Er staat echter geschreven, “Doch
dengene, die niet werkt, maar gelooft in Hem, Die den goddeloze rechtvaardigt,
wordt zijn geloof gerekend tot rechtvaardigheid.” De zin
“Doch dengene, die niet werkt” betekent hier “alhoewel hij niet goddelijk
is.” Zijn wij goddelijk voor God? —Nee, dat zijn we niet.—
De
Heer zegt tegen ons, de goddeloze, “Je bent zonder zonde en je bent rechtvaardig.”
De Heer nam de loon voor al uw zonden weg en betaalde ervoor. Gelooft u dat
Jezus reeds volledig de lonen van de zonden betaalde? Het geloof van de gelovige
wordt gerekend voor gerechtigheid. “Jullie hebben gelijk. Jullie geloven er
werkelijk in. Jullie zijn mijn rechtvaardig volk. Jullie hebben geen zonde omdat
ik ze uitgewist heb toen ik gedoopt werd van Johannes de Doper en veroordeeld
werd voor al jullie zonden aan het Kruis!”
God
nam alle goddeloze zonden van deze wereld door Jezus’ doopsel alhoewel de gehele
mensheid goddeloos is. God zond Zijn eniggeboren Zoon en nam de zonden door
Zijn doopsel en Hij werd in de plaats van de goddeloze gekruisigd. God volbracht
beide wetten die zeggen dat de bezoldiging (loon) van de zonden de dood is en
de wet van God’s liefde tegelijkertijd. Hij redde alle zondaars van hun zonden.
God
zegt, “Ja, jullie zijn zondeloos. Mijn Zoon redde jullie. Jullie zijn gered,”
aan degene die geloven dat Jezus alle zonden van deze wereld wegnam in de Jordaan
door Zijn rechtvaardige daad namens de zondaars. Daarom zijn zij rechtvaardig
gemaakt zelfs als zij niet goddelijk zijn geweest. God zegt dat zij Zijn zondeloos
volk zijn, alhoewel zij goddeloos zijn als Hij naar hun geloof in de zaligheid
van de Heer kijkt. Zalig is de man, welken de Heere de zonden niet toerekent.
God vraagt ons of we goddelijk zijn. “Doch dengene, die niet werkt, maar gelooft in Hem, Die den goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot rechtvaardigheid.”
Doen we goede daden? We kunnen geen goed doen, maar we zijn slechts geneigd
te zondigen. Desalniettemin redde God ons met het geschenk van de zaligheid.
We geloven in de zaligheid van de Heer, namelijk, het doopsel en het bloed van
Jezus!
We moeten volgens het geloof in de zaligheid van de Heer leven
We
gaan de Heer loven en we danken Hem voor Zijn geschenk van liefde en heerlijkheid
van de zaligheid van de zonden, terwijl we weten hoe willig Hij alle lonen van
de zonden van ons, de goddeloze, betaalde. We kunnen Hem niet genoeg danken
voor het feit dat Hij de lonen van onze zonden betaalde door Zijn doopsel en
het Kruis, als we toegeven dat we goddelozen zijn voor God. We kunnen God echter
niet danken voor God’s genade als we denken dat we goddelijk zijn.
De
persoon die gelooft in Jezus Christus, die de goddeloze rechtvaardigt, wordt
zijn/haar geloof gerekend voor gerechtigheid. Zij die in de verlossing en het
oordeel van Jezus geloven, die hun rechtvaardig maken, ontvangen de geschenken
van God. Niemand is goddelijk voor God omdat zij veel fouten maken terwijl ze
proberen goddelijk te leven.
Het
feit dat mensen het niet kunnen verhelpen te zondigen, bewijst hun goddeloosheid.
Daarom leef ik volgens het geloof in God’s zaligheid alhoewel ik goddeloos ben.
Om volgens het geloof te leven betekent niet om te leven zoals het iemand het
beste uitkomt. Er is een bepaalde manier om volgens het geloof te leven voor
iemand die rechtvaardig is geworden door het geloof.
De
wedergeboren heiligen hebben iedere dag het evangelie van de zaligheid van Jezus
nodig. Waarom? Omdat hun daden niet goddelijk zijn op de aarde en zij kunnen
het niet helpen om maar te zondigen tijdens hun leven. Iedereen moet het goede
nieuws horen dat zegt dat Jezus alle zonden van de wereld wegnam door Zijn doopsel.
De rechtvaardigen moeten het evangelie iedere dag horen en het zich herinneren.
Dan kan hun geest leven en herhaaldelijk versterkt worden net zoals een veer.
“Doch dengene, die niet werkt, maar gelooft
in Hem, Die den goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot rechtvaardigheid?”
Voor wie is deze boodschap? Deze boodschap is ontworpen voor alle mensen
in deze wereld, inclusief u en ik.
De
Bijbel verteld ons gedetaileerd hoe Abraham rechtvaardig werd gemaakt. God’s
zaligheid is niet aangebracht voor de persoon die werkt, en hij/zij zal het
weigeren. Zo’n persoon geeft geen dank voor het evangelie. Ten eerste beschrijft
vers 4 een persoon die werkt, dat heet, iemand die probeert deugdzame daden
te doen, om het Koninkrijk der Hemel binnen te gaan. Dit soort persoon geeft
nooit dank voor Jezus’ offer. Waarom niet? Omdat hij/zij werkt en veel deugdzame
daden doet terwijl hij/zij berouwgebeden opzegt om vergeven te worden van zijn/haar
dagelijkse zonden, en dus denkt dat zijn/haar eigen ondernemingen gewerkt hebben
om de vergeving van zijn/haar zonden te ontvangen, is hij/zij niet dankbaar
voor Zijn absolute genade, die in dit evangelie is. Daarom kan de persoon niet
werkelijk het geschenk van God’s zaligheid ontvangen.
De
Bijbel zegt, “Doch dengene, die niet werkt,
maar gelooft in Hem, Die den goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend
tot rechtvaardigheid?”(Romeinen 4:5). Dit betekent dat de Heer volmaakt
degene redde die goddeloos waren en wiens zonden niet vergeven konden worden
door hun eigen daden. Het laat ons ook zien dat God’s genade geopenbaard is
aan de rechtvaardigen, die gered zijn door de verlossing van de zonden te ontvangen.
Maar de persoon die werkt beschouwt Zijn genade niet als genade
Romeinen
4:5 is toepasselijk tot iemand die God erkent en in Zijn woorden gelooft, net
zoals Abraham dat deed. We geloven in de Heer die de goddeloze redde. Er zijn
twee soorten mensen onder de Christenen: zij die nog steeds werken om voor hun
zonden vergeven te worden en zij die geheel van hun zonden vergeven zijn. Zoals
geschreven staat in verzen 4 en 5, “Dengene
die werkt” en “wordt het loon
niet toegerekend naar genade”, weigert de verlossing van de zonden omdat
hij tot God komt met werken nadat hij in Jezus is gaan geloven.
Mensen
kunnen slechts zondaars blijven omdat zij hun daden aan God aanbieden. De Doctrine
van de Rechtvaardiging is een Christelijke doctrine die verklaart dat een gelovige
geleidelijk aan geheiligd kan en moet worden, beetje bij beetje, totdat hij/zij
sterft, en het leidt de gelovigen er dus toe om het geschenk van de verlossing
van de zonden te weigeren en God tegen te werken. De Bijbel zegt niet dat een
persoon geleidelijk aan rechtvaardig wordt. Zij die geleidelijk aan geheiligd
proberen te worden door om vergeving van de zonden te bidden, door goede daden
te doen, en door zijn/haar vuiligheid te reinigen, zijn zij die werken. Dit
zijn mensen die het verdienen om naar de hel te gaan als dienaren van Satan.
Zij kunnen niet voor de gerechtigheid gerekend worden omdat zij de genade van
de Heer weigeren.
Niemand
onder ons is goddelijk. Op het moment gaan echter zoveel mensen met hun geloof
de verkeerde kant op. Zij geloven dat hun werkelijke zonden vergeven zijn als
zij dagelijks berouw tonen, terwijl ze weten dat Jezus al hun vroegere zonden
weggewassen heeft. Zij doen dit omdat zij denken dat zij een beetje goddelijk
zijn. Zij pronken met hun goedheid en reinheid voor Jezus. Uiteindelijk schieten
zij tekort bij de verlossing van de zonden, het geschenk van God.
Wie is gezegend?
De
heiligen die verlost zijn van al hun zonden worden rechtvaardig door geloof
te hebben in Jezus. Het antwoord op de vraag welke soort persoon rechtvaardig
kan worden is deze: Een persoon die zijn/haar zwakheden goed kent en niet in
staat is om gebeden van berouw op te zeggen voor zijn/haar zonden, is onder
andere geneigd rechtvaardig te worden. Slechts zij die niet goed zijn in het
doen van goede daden, opzeggen van gebeden, uitvoeren van goddelijkheid, en
die arm van geest zijn, zullen het geschenk van de verlossing van de zonden
van Jezus ontvangen. Zij zullen rechtvaardig gemaakt worden. Deze mensen hebben
geen goede dingen voor God gedaan.
Het
enigste dat zij gedaan hebben is eerlijk hun zonden toe te geven, terwijl ze
zeggen, “Ik heb gezondigd. Ik ben een zondaar die niet anders kan dan naar de
hel te gaan als ik sterf.” Dan geeft Jezus Christus hem/haar het geschenk van
de volledige zaligheid die Hij volbracht heeft. Geloof in het feit dat de Heer
gedoopt werd door Johannes de Doper in de Jordaan om alle zonden weg te nemen
en dat Hij gekruisigd werd, maakt het voor de zondaars mogelijk om van alle
zonden in hun hart gered te worden. Zij waren gekleed met de zegen dat zij God’s
kinderen werden. Het is God’s geschenk voor de zondaars om gered te worden van
al hun zonden voor Hem. Ik dank de Heer, Jezus Christus, voordat ik verlost
ben van de ondergang.
In
vers 6 beschrijft Paulus de Apostel de man die gezegend was door God “zonder
werken.” Hij verduidelijkt de volgende drie delen die “werken” betreffen.
Ten eerste, “Dengene die werkt,” dan “Hij
die niet werkt” en ten laatste “zonder
werken.” De Bijbel zegt, “Gelijk
ook David den mens zalig spreekt, welken God de rechtvaardigheid toerekent zonder
werken; Zeggende: Zalig zijn zij, welker ongerechtigheden vergeven zijn, en
welker zonden bedekt zijn; Zalig is de man, welken de Heere de zonden niet toerekent” (Romeinen 4:6-8). ‘Toegerekent
worden van de Heer’ betekent niet dat God een persoon als zondeloos toerekent,
zelfs als hij/zij met zonde is, maar Hij bedoelt werkelijk dat de persoon daadwerkelijk
geen zonde heeft.
God
verteld ons over de zaligheid van de mensheid. Mensen die vergeven zijn voor
al hun zonden zijn gelukkig, of niet? Niemand is gelukkiger dan ons. Niemand
is gelukkiger dan een persoon die de verlossing van de zonden heeft ontvangen.
Het betekent dat iedereen die zonde heeft, zelfs al is het maar een pietleutig
kleintje, veroordeeld zal worden voor God, en nooit gelukkig kan zijn. De rechtvaardigen
zijn echter gelukkig omdat zij de verlossing van de zonden hebben. God zegt,
“Zalig is de man, welken de Heere
de zonden niet toerekent” (Romeinen 4:8).
“Welken
de Heere de zonden niet toerekent” betekent dat de Heer de zonden van de mensheid
uitwiste. David zei ook, “Zalig
zijn zij, welker ongerechtigheden vergeven zijn”. Zalig zijn zij wiens zonden
vergeven zijn, alhoewel zij iedere dag in deze wereld zondigen. De rechtvaardigen,
die de verlossing van de zonden ontvangen hebben, zijn gered van hun levenslange
zonden door Jezus Christus. De rechtvaardigen zijn werkelijk gelukkig.
Gezegend zijn zij wiens zonden uitgewist zijn
Ten
tweede, welk soort persoon is gelukkig? “Gezegend zijn zij wiens zonden uitgewist zijn”. We zondigen altijd,
maar wat het betekent om zijn zonden uitgewist te krijgen, is dat Jezus al onze
zonden door Zijn doopsel en kruisiging wegnam. Zal God de Vader ons dan veroordelen?
Zijn alle zonden van de zondaars bedekt? We zullen niet veroordeeld worden omdat
Jezus al onze zonden wegnam, Zijn bloed vergoot aan het Kruis en voor ons stierf
omdat wij in Hem zijn.
Gezegend
zijn zij wiens zonden uitgewist zijn. De dood, die de loon van de zonden is,
komt niet over ons omdat Jezus al onze zonden door het doopsel wegnam. Hallelujah!
Wij zijn gelukkig. Hebben wij zonden? Nee. Zij die Jezus Christus, die door
het water en het bloed kwam, niet kennen, of niet weten dat alle zonden van
de wereld aan Hem zijn doorgegeven toen Hij het doopsel in de Jordaan ontving,
zullen altijd zonden hebben, zelfs als zij ijverig in Jezus geloven.
Zij
die echter de waarheid van de zaligheid kennen en erin geloven, bezitten geen
zonde. Gezegend zijn zij wiens zonden uitgewist zijn. Zalig zijn zij die al
hun zonden aan Jezus Christus hebben doorgegeven toen Hij gedoopt werd door
Johannes de Doper. Wie is werkelijk gelukkig in deze wereld? Gezegend zijn zij
die de Verlosser voor zichzelf hebben, ondanks hun zwakheden. Gezegend zijn
zij die geloven in Jezus, de Verlosser die al hun zonden wegnam, zelfs de kleinste
zonden en die in onze plaats gekruisigd werd om veroordeeld te worden.
Zalig is de man, welken de Heere de zonden niet toerekent
Gezegend
zijn zij die in de waarheid van de zaligheid geloven en de goede Herder in zich
hebben. Ten derde zegt David, “Zalig is de man, welken de Heere de zonden niet toerekent” (Romeinen 4:8).
Wij,
die de verlossing van de zonden bezitten, zijn rechtvaardig, zelfs al zijn we
zwak. Ons vlees is nog steeds zwak zelfs als we door geloof rechtvaardig zijn.
Nam de Heer al onze zonden door Zijn doopsel weg? Beschouwt de Heer ons als
degenen die veroordeeld moeten worden? Nee. De Heer geeft niet toe dat we veroordeeld
moeten worden, alhoewel we onvoldoende en zwak zijn. Waarom rekent de Heer ons
niet de zonden toe? Omdat Hij reeds de lonen voor de zonden betaald heeft en
voor ons veroordeeld was. De Heer herinnert zich niet de zonden van de persoon
die rechtvaardig is gemaakt door het geloof noch rekent hij de persoon toe om
veroordeelt te worden.
Gezegend
is de persoon die rechtvaardig gemaakt is door het geloof. Gezegend is de persoon
die wedergeboren is uit het water en de Geest (Johannes 3:5). Wij zoeken gewoonlijk
naar wereldlijke dingen en verliezen Zijn zegen, terwijl we het feit vergeten
dat God ons redde en zegende. We zullen tegen God zijn als we Zijn genade verliezen.
We moeten de genade van God in onze gedachten dragen. De zaligheid van God bestaat
binnenin de gelovigen.
De
Heilige Geest van God is aanwezig in degenen wiens zonden uitgewist zijn. Slechts
de rechtvaardigen zullen niet door God veroordeeld worden. Gezegend zijn zij
die niet veroordeeld worden door God in deze wereld en in het Koninkrijk van
de Hemel. Waarom? Omdat zij toegerekent worden om voor God rechtvaardig te zijn,
ontvangen ze Zijn liefde en worden ze Zijn kinderen.
We zijn gezegend door geloof
Gezegend
zijn zij die rechtvaardig worden door geloof. Zijn de wedergeborenen de gezegende
voor God? -Ja.- Paulus de Apostel zei, “Verblijdt u te allen tijd.
Bidt zonder ophouden. Dankt God in alles; want dit is de wil van God in
Christus Jezus over u”(1 Thessalonieken 5:16-18) omdat hij gezegend was door het geloof
als een afstammeling van Abraham, de vader van het geloof. Wij zijn ook de afstammelingen
van Abraham. Abraham werd gered doordat hij geloofde in God’s woord, net zoals
wij dat doen. God sprak tegen Abraham, “Vrees
niet, Abram! Ik ben u een Schild, uw Loon zeer groot” (Genesis 15:1). Toen
zeide Abram: Heere, HEERE! wat zult Gij mij geven, daar ik zonder kinderen heenga
en de bezorger van mijn huis is deze Damaskener Eliezer?
Voorts
zeide Abram: “Zie, mij hebt Gij geen zaad gegeven, en zie, de zoon van mijn
huis zal mijn erfgenaam zijn!” En ziet, het woord des HEEREN was tot hem, zeggende:
“Deze zal uw erfgenaam niet zijn; maar die uit uw lijf voortkomen zal, die zal
uw erfgenaam zijn.” Toen leidde Hij hem uit naar buiten, en zeide: “Zie nu op
naar den hemel, en tel de sterren, indien gij ze tellen kunt.” En Hij zeide
tot hem: “Zo zal uw zaad zijn!” “Ik geloof het, Heer.” Aldus geloofde Abraham
in de woorden van God.
Kunt
u net als Abraham in God’s woorden geloven in deze wereld? Lijkt het voor de
mensen niet onmogelijk om dat te doen? Abraham’s vrouw was te oud om een zoon
voort te brengen. Abraham geloofde echter in God’s woord in een tijd waar weinig
hoop bestond. Daarom werd Abraham tot de rechtvaardigen gerekend door God.
| Wilt
u meer over het boek van de Romeinen weten? Klik
dan op de onderstaande banner om uw gratis boek over het boek
van de Romeinen te ontvangen. |
 |
Jezus wiste al onze zonden uit. Jezus nam al onze zonden op Zich
door Zijn doopsel en Hij werd voor ons veroordeeld met Zijn bloed.
We werden de nakomelingen van Abraham door de verlossing van de
zonden te ontvangen en God’s zaligheid omdat we zo goddeloos waren
terwijl anderen niet geloofden. De Bijbel zegt, “Want het dwaze
Gods is wijzer dan de mensen; en het zwakke Gods is sterker dan
de mensen” (1 Korinthiers 1:25). God keert degene die in het
evangelie van God geloven tot Zijn kinderen door hun geloof in het
doopsel van Jezus (het water) en Zijn Kruis (het bloed). Dit zal
voor de mensheid dwaas lijken, maar de zaligheid van God en Zijn
wijsheid van de verlossing van de zonden zijn zo. Het zal ook dwaas
lijken vanuit een menselijk standpunt, maar God redde de zondaars
van al hun zonden met Zijn gratis geschenk.
Jezus
riep een uit de tienduizend mensen van de vier hoeken van de wereld en zegende
ze en redde ze en ontving lof door hun. Zijn we gezegend of niet? -Ja, dat zijn
we.-Vergeet niet dat het niet vanwege uw werken was. We zijn gezegend omdat
we in de zegens geloofden die God ons gaf, en omdat Hij ons het geloof gaf door
Zijn woorden. God maakte ons Zijn kinderen door uit het water, bloed en de Geest
(1 Johannes 5:4-8) te komen, en omdat Hij ons Zijn liefde gaf.
We
zijn gezegend ook al leven we met veel zwakheden op de aarde. Ik dank de Heer
werkelijk. Hij gaf ons die waardevolle zegens, rekent de zonde niet toe, vergaf
al onze zwakheden en bedekte ons, zelfs als wij, de goddeloze, niet in staat
waren voor onze zaligheid te werken. We zijn slechts door het geloof gezegend
met de zaligheid.
Terug
naar lijst
|