|
Brief aan de Gemeente van Laodicensen
< Openbaringen 3:14-22 >
“En schrijf aan den engel van de Gemeente der
Laodicensen: ‘Dit zegt de Amen, de trouwe, en waarachtige Getuige, het Begin
der schepping Gods: ‘Ik weet uw werken, dat gij noch koud zijt, noch heet; och,
of gij koud waart, of heet! Zo dan, omdat gij lauw zijt, en noch koud noch heet,
Ik zal u uit Mijn mond spuwen. Want gij zegt: Ik ben rijk, en verrijkt geworden,
en heb geens dings gebrek; en gij weet niet, dat gij zijt ellendig, en jammerlijk,
en arm, en blind, en naakt. Ik raad u dat gij van Mij koopt goud, beproefd komende
uit het vuur, opdat gij rijk moogt worden; en witte klederen, opdat gij moogt
bekleed worden, en de schande uwer naaktheid niet geopenbaard worde; en zalf
uw ogen met ogenzalf, opdat gij zien moogt. Zo wie Ik liefheb, die bestraf en
kastijd Ik; wees dan ijverig, en bekeer u. Zie, Ik sta aan de deur, en Ik klop;
indien iemand Mijn stem zal horen, en de deur opendoen, Ik zal tot hem inkomen,
en Ik zal met hem avondmaal houden, en hij met Mij. Die overwint, Ik zal hem
geven met Mij te zitten in Mijn troon, gelijk als Ik overwonnen heb, en ben
gezeten met Mijn Vader in Zijn troon.’ Die oren heeft, die hore, wat de Geest
tot de Gemeenten zegt.’”
Bijbelverklaring
Vers 14: “En schrijf aan den engel van de Gemeente
der Laodicensen: Dit zegt de Amen, de trouwe, en waarachtige Getuige, het Begin
der schepping Gods:”
Onze Heer kwam naar deze aarde en gehoorzaamde
God de Vader tot het moment van Zijn dood om de wil van God te vervullen. Hij
gehoorzaamde, met andere woorden, ieder gebod met een “Amen” als het de wil
van de Vader was. Onze Heer is de getrouwe dienaar van het Koninkrijk van God
de Vader en de ware getuige die van Zichzelf als de Zoon van God en de Verlosser
getuigde. Onze Heer is de God van de schepping van het begin.
Vers 15: “Ik weet uw werken, dat gij noch koud
zijt, noch heet; och, of gij koud waart, of heet!”
God berispte de dienaar van de Gemeente van de
Laodicensen voor zijn noch koude, noch hete geloof. Deze dienaar verdiende God’s
toorn. Als iemand’s geloof lauw is voor God, moet hij/zij zijn/haar geloof duidelijk
maken door het oftewel koud of heet te maken. Het geloof dat God van ons verlangt
is een duidelijk omschreven geloof dat oftewel koud of heet is. Dit duidelijke
geloof is ook een absoluut vereiste in het geloof in het evangelie van het water
en de Geest.
Als het op het geloof in God aankomt, zijn er
twee soorten gelovigen. Aan de ene kant hebben we degenen die geloven dat het
evangelie van het water en de Geest het ware evangelie is, en dat er geen ander
evangelie is dan dit evangelie. Aan de andere kant hebben we degenen die geloven
dat er andere evangelies zijn naast het evangelie van het water en de Geest.
En het geloof van de laatste is slechts lauw.
Zij denken dat het voldoende is om in Jezus te
geloven, en dat het niet nodig is om onderscheid te maken tussen het ware evangelie
en de valse evangelies. Sommigen van hen geloven zelfs dat Jezus niet de enige
Verlosser is, maar dat de zaligheid ook in andere religies van deze wereld gevonden
kan worden. Net als hun geloof, was het geloof van de dienaar van de Gemeente
van de Laodicensen ook lauw, zonder enige duidelijke scheiding tussen het ware
en de valse evangelies, dat er geen ander evangelie dan het evangelie van het
water en de Geest is. Daarom bezorgde deze dienaar God zorgen en verzamelde
hij Zijn toorn.
Vers 16: “Zo dan, omdat gij lauw zijt, en noch
koud noch heet, Ik zal u uit Mijn mond spuwen.”
Onze Heer God verlangde een duidelijk geloof van
Zijn dienaar. We moeten ons realiseren dat God het niet waardeert als een geloof
niet heet noch koud is. Als we in de Heer geloven, moeten we daarom duidelijk
en ondubbelzinnig ons hart zetten op de maatstaven van het Woord van God en
we moeten standvast zijn in Zijn wil door erin te geloven. Zij die dus wedergeboren
zijn, moeten ook duidelijk aan de kant van het bijbelse evangelie van het water
en de Geest staan, en zonder compromissen degenen tegenmoet treden die naast
dit ware evangelie, andere evangelies verspreiden. God zegt ons dat als de rechtvaardigen
niet aan de duidelijke kant van het geloof staan, Hij hen uit zal spuwen. Waar
staat uw geloof dan nu?
Vers 17: “Want gij zegt: Ik ben rijk, en verrijkt
geworden, en heb geens dings gebrek; en gij weet niet, dat gij zijt ellendig,
en jammerlijk, en arm, en blind, en naakt.”
Degenen wiens geloof in de Heer lauw is, denken
dat hun geloof goed is en dus blijven ze onwetend t.o.v. de armoede van hun
geloof. Omdat de dienaar van de Gemeente van de Laodicensen ook een lauw geloof
had, faalde hij erin zich te realiseren hoe ellendig hij eigenlijk was. Hij
moest daarom beproevingen en vervolging aanschouwen voor de waarheid aanschouwen
en door de geloofstrijd tegen de leugenaars gaan om een duidelijk en bepalend
geloof te hebben. Slechts dan kon hij ontdekken hoe ontrouw, arm en naakt hij
werkelijk geweest was. We moeten allen een duidelijk geloof voor de Heer hebben.
Vers 18: “Ik raad u dat gij van Mij koopt goud,
beproefd komende uit het vuur, opdat gij rijk moogt worden; en witte klederen,
opdat gij moogt bekleed worden, en de schande uwer naaktheid niet geopenbaard
worde; en zalf uw ogen met ogenzalf, opdat gij zien moogt.”
God zei de engel van de Gemeente van de Laodicensen
dat hij zijn geloof moest verfijnen. De dienaar van de Gemeente van de Laodicensen
moest de basis van zijn geloof in het evangelie van het water en de Geest heropbouwen
en gekleed zijn in de klederen van de hele gerechtigheid. Hij moest zich ook
zelf zien, terugkeren en zijn geloof duidelijk afbakenen. Hij moest zijn geloof
in volharding houden, en zijn hoop door de zuivering van zijn geloof leren en
vervullen.
U moet ook door de zware onderdrukking en vervolging
voor het evangelie van het water en de Geest gaan, het evangelie van de waarheid
dat door God gegeven is. Slechts dan kunt u zich realiseren hoe waardevol de
waarheid van dit evangelie van het water en de Geest is. Heeft u ooit uw eigen
gerechtigheid van de mens gebroken om de gerechtigheid van God te houden die
verdiend wordt door het evangelie van het water en de Geest? Zij die de gerechtigheid
van de mens gebroken hebben, weten hoe waardevol en gezegend God’s gerechtigheid
is. U moet zich realiseren dat zonder uw geloof, dat in de Heer vertrouwt, uw
geloofsleven gewoon miserabel zou worden. Daarom moet u van het geloof dat de
Heer aan Zijn dienaren voor ons gaf, leren en uw schaamte van uw ontrouw bedekken.
We moeten daarom niet het feit vergeten dat er
een offer nodig is om het ware geloof te leren. Omdat het ware geloof geleerd
wordt door de gang van het geloof van de geestelijke voorgangers stap voor stap
te volgen, moeten we de prijs van het offer betalen. We moeten ook bereid zijn
ons los te maken van de dingen van de wereld voor de opbouw van het Koninkrijk
van de Heer en de vooruitgang van ons geloof en om alles weg te gooien voor
de Heer.
Vers 19: “Zo wie Ik liefheb, die bestraf en
kastijd Ik; wees dan ijverig, en bekeer u.”
De Heer bestraft en kastijdt degenen die Zijn
liefde kennen en erin geloven als hun geloof zonder werken is. Zij die de Heer
liefheeft, moeten daarom hard werken voor Hem en Hem met het ware geloof volgen.
Vers 20: “Zie, Ik sta aan de deur, en Ik klop;
indien iemand Mijn stem zal horen, en de deur opendoen, Ik zal tot hem inkomen,
en Ik zal met hem avondmaal houden, en hij met Mij.”
Zij die de dienaren van God zijn geworden, delen
hun leven met Hem in zowel vreugde als in verdriet. Zij die voor de Heer werken,
leven door altijd in het Woord van de Heer te geloven, en door hun geloof vervult
onze Heer altijd al Zijn werken.
| Wilt
u meer over de Openbaring weten? Klik dan op de
onderstaande banner om uw gratis boek over de Openbaring te
ontvangen. |
 |
Vers 21: “Die overwint, Ik zal
hem geven met Mij te zitten in Mijn troon, gelijk als Ik overwonnen
heb, en ben gezeten met Mijn Vader in Zijn troon.”
Iemand kan afhankelijk van het feit of hij/zij
bereid is om het martelaarschap te aanvaarden of niet, het ware geloof verkrijgen
of verliezen. Degenen die tegen Satan vechten door in het Woord van de Heer
te geloven, zullen de overwinning verkrijgen en met de Heer verheerlijkt worden.
De heiligen en God’s dienaren zijn altijd verwikkeld in een geestelijke strijd
tegen Satan. In deze strijd kunnen zij altijd overwinnen door in het Woord van
de Heer te geloven. Zij die dus overwinnen in hun strijd tegen Satan, zullen
met de Heer verheerlijkt worden.
Vers 22: “Die oren heeft, die hore wat de Geest
tot de Gemeenten zegt.”
De heiligen moeten altijd naar de stem van God
luisteren en de leiding van de Heilige Geest volgen. Als zij dit doen, zal hun
geloof met de Heilige Geest wandelen en de geestelijke overwinning zal altijd
van hun zijn.
Terug
naar lijst
|