|
De zaligheid van de zondaars
die
geopenbaard wordt in de Tabernakel
< Exodus 27:9-21 >
“Gij zult ook den voorhof des tabernakels maken;
aan den zuidhoek zuidwaarts, zullen aan den voorhof behangselen zijn van fijn
getweernd linnen; de lengte ener zijde zal honderd ellen zijn. Ook zullen zijn
twintig pilaren, en derzelver twintig voeten, van koper zijn; de haken dezer
pilaren, en hun banden zullen van zilver zijn. Alzo zullen ook aan den noorderhoek,
in de lengte, de behangsels honderd ellen lang zijn; en zijn twintig pilaren,
en derzelver twintig voeten, van koper; de haken der pilaren, en derzelver banden
zullen van zilver zijn. En in de breedte des voorhofs, aan den westerhoek, zullen
behangselen zijn van vijftig ellen; hun pilaren tien, en derzelver voeten tien.
Van gelijken zal de breedte des voorhofs, aan den oosterhoek oostwaarts,
van vijftig ellen zijn. Alzo dat er vijftien ellen der behangselen op de ene
zijde zijn; hun pilaren drie, en hun voeten drie; En vijftien ellen der behangselen
aan de andere zijde; hun pilaren drie, en hun voeten drie. In de poort nu des
voorhofs zal een deksel zijn van twintig ellen, hemelsblauw, en purper, en scharlaken,
en fijn getweernd linnen, geborduurd werk; de pilaren vier, en hun voeten vier.
Al de pilaren des voorhofs zullen rondom met zilveren banden bezet zijn;
hun haken zullen van zilver zijn, maar hun voeten zullen van koper zijn. De
lengte des voorhofs zal honderd ellen zijn, en de breedte doorgaans vijftig,
en de hoogte vijf ellen, van fijn getweernd linnen; maar hun voeten zullen van
koper zijn. Aangaande al het gereedschap des tabernakels, in al deszelfs dienst,
ja, al zijn pennen, en al de pennen des voorhofs, zullen van koper zijn. Gij
nu zult den kinderen Israels gebieden, dat zij tot u brengen reine olie van
olijven, gestoten tot den luchter, dat men geduriglijk de lampen aansteke. In
de tent der samenkomst, van buiten den voorhang, die voor de getuigenis is,
zal ze Aaron en zijn zonen toerichten, van den avond tot den morgen, voor het
aangezicht des HEEREN; dit zal een eeuwige inzetting zijn voor hun geslachten,
vanwege de kinderen Israels.”
De omheining van het rechthoekige voorhof van
de Tabernakel was 100 ellen lang. In de Bijbel was een el de lengte tussen iemands
elleboog en het topje van zijn vinger, ongeveer 45 cm in de huidige maat. Dat
de omheining van het voorhof van de Tabernakel 100 ellen lang was, betekent
dus dat het ongeveer 45 meter was; en de breedte was dus ongeveer 22,5 meter
breed. Dit was dus de omvang van het Huis waarin God, in de tijd van het Oude
Testament onder het volk van Israël woonde.
Het voorhof van de Tabernakel was omgeven door een omheining
Heeft
u misschien ooit eens een model van de Tabernakel in een tekening
of een schilderij gezien? In het algemeen gesproken, was de Tabernakel
verdeeld in het voorhof en de Tabernakel zelf, het Huis van God.
In dit Huis van God, de Tabernakel, was een kleine structuur die
het Heiligdom werd genoemd. Het Heiligdom was bedekt met vier verschillende
voorhangen: een voorhang van getweernd linnen en blauwe, paarse
en dieprode wol; een andere van geitenharen; die van roodgeverfde
lamsvellen en een voorhang van dassenhuiden.
Aan de oostzijde van het voorhof van de Tabernakel
was de poort, geweven van blauwe, paarse en dieprode wol en getweernd linnen.
Als we deze poort binnen zouden gaan, zouden we het brandofferaltaar en het
wasbekken zien. Als we langs het wasbekken lopen, zouden we de Tabernakel zelf
zien. De Tabernakel werd verdeeld in het Heiligdom en het Allerheiligdom, waar
Gods Ark van het Verbond kon worden gevonden. De omheining van het voorhof van
de Tabernakel werd gebouwd binnen 60 pilaren met voorhangen van getweernd linnen.
De Tabernakel zelf, werd daarentegen met 48 panelen en 9 pilaren gebouwd. We
moeten tenminste een algemeen idee van de uiterlijke kenmerken van de Tabernakel
hebben om, door de omvang ervan, goed te kunnen begrijpen waarover God tot ons
spreekt.
Gods tegenwoordigheid was binnen de Tabernakel
dat gebouwd was met 48 panelen. God toonde boven de Tabernakel Zijn tegenwoordigheid
aan het volk van Israël met de wolkkolom tijdens de dag en de vuurkolom tijdens
de nacht. En binnenin het heilige der heiligen, waar Gods tegenwoordigheid was,
vulde de heerlijkheid van God de ruimte. Binnenin het Heiligdom, waren de tafel
der toonbroden, de kandelaar en het wierookaltaar, en binnenin het Allerheiligdom
waren de Ark van het Verbond en het verzoendeksel. Dit waren onbevoegde plaatsen
voor het gewone volk van Israël; slechts de priesters en de Hogepriester konden
de plaatsen volgens het systeem van de Tabernakel binnen. Er staat geschreven,
“Deze dingen nu, aldus toebereid zijnde, zo gingen wel de priesters in den
eersten tabernakel, te allen tijde, om de Gods diensten te volbrengen; Maar
in den tweeden tabernakel ging alleen de hogepriester, eenmaal des jaars, niet
zonder bloed, hetwelk hij offerde voor zichzelven en voor des volks misdaden”
(Hebreeën 9:6-7). Dit zegt ons dat in het huidige tijdperk slechts degenen
die geloof van goud in het evangelie van het water en de Geest hebben, hun leven
met God kunnen leiden terwijl ze Hem dienen.
Wat is de betekenis van het brood dat op de tafel
der toonbroden wordt geplaatst? Het betekent het Woord van God. Wat betekent
het wierookaltaar dan? Het vertelt ons van de gebeden. Binnenin het Allerheiligdom,
was de Ark van het Verbond, en het verzoendeksel die gemaakt was van puur goud,
stond bovenop de Ark. De cherubijnen strekten hun vleugels erboven uit en bedekten
het verzoendeksel met hun vleugels en zij aanschouwden elkaar tegenover het
verzoendeksel. Dit was het verzoendeksel, de plaats waar Gods genade geschonken
werd. Binnenin de Ark van het Verbond, waren twee stenen tafels waarin de Tien
Geboden gegraveerd waren, de staf van Aaron en een pot gevuld met manna. De
Ark had een gouden deksel (het verzoendeksel) en erboven keken de cherubijnen
omlaag naar het verzoendeksel.
Waar leven zij die de verlossing van de zonde hebben ontvangen?
De plaats waar degenen leven die de verlossing
van de zonden hebben ontvangen, is binnenin het heilige der heiligen. Het heilige
der heiligen werd gebouwd met 48 panelen, die allen met goud bedekt waren. Denk
daarover na. Als u naar de gouden muur van niet maar een maar een handvol, maar
van 48 gouden panelen kijkt, hoe schitterend zou dat wel niet zijn? Als het
interieur van het heilige der heiligen en alle gebruiksvoorwerpen op deze manier
gemaakt zijn van puur goud, dan zouden ze enorm schitteren.
Het brandofferaltaar en het wasbekken in het voorhof
van de Tabernakel waren gemaakt van brons, en de omheining van het voorhof was
gemaakt van pilaren die bedekt waren met zilver en getweernd wit linnen. De
gebruiksvoorwerpen binnenin het heilige der heiligen waren daarentegen gemaakt
van goud; de kandelaar was goud en ook de tafel van de toonbroden. Als alle
dingen in het heilige der heiligen en de driezijdige muren dus van puur goud
gemaakt waren, zou de binnenkant van het heilige der heiligen altijd met een
gouden schittering blinken.
Dat de binnenkant van het heilige der heiligen
dus schitterde met gouden glans, zegt ons dat de geredde heiligen hun vorige
geloofsleven in Gods Kerk leefden. De heiligen die in hun geloof in het evangelie
van het water en de Geest leefden, zijn net als het pure goud dat in het heilige
der heiligen gevonden wordt. Het leven dat zulke heiligen binnen het heilige
der heiligen leven, is het gezegende leven dat alomtegenwoordig is in de Kerk,
dat voedt op het Woord van God, tot Hem bidt en Hem looft, voor de troon van
God staat en iedere dag gekleed is in Zijn genade, door de hele Kerk. Dit is
het geloofsleven binnen het heilige der heiligen. U moet het u te harte nemen
dat slechts de rechtvaardigen die gered zijn door het evangelie van het water
en de Geest, dit waardevolle geloofsleven binnen het heilige der heiligen kunnen
leven.
God verdeelde het binnenste en buitenste van het heilige der
heiligen duidelijk
Zoals de meeste huizen omheiningen hebben, zo
had het voorhof van de Tabernakel ook een omheining van 60 pilaren en was omhangen
met getweernd linnen. Aan de oostkant van het voorhof was een poort, die 9 meter
breed was en gemaakt was van blauwe, paarse en dieprode wol en getweernd linnen,
geplaatst.
Bij de studie van de Tabernakel moeten we ons
duidelijk realiseren wat het schitterende geloof is, dat God van ons wilt; welk
soort geloof het geloof van de verlosten is en hoe onze Heer ons verloste, door
de materialen die gebruikt werden voor de Tabernakel. Om te leren wat het gouden
en schitterende geloof is dat gevangen is binnenin het heilige der heiligen,
moeten we eerst aandachtig naar het wasbekken, het brandofferaltaar en de omheining
die in het voorhof van de Tabernakel geplaatst waren, kijken, en naar alle materialen
die ervoor gebruikt werden. Door dit te doen, kunnen we ontdekken welk soort
geloof we kunnen binnengaan in het schitterende gouden en stralende heilige
der heiligen.
Wat was er in het voorhof van de Tabernakel? Er
was het wasbekken en het brandofferaltaar. En het was omheind door 60 pilaren
en op deze pilaren waren de behangselen van getweernd linnen geplaatst als de
omheining van het voorhof. Deze pilaren van deze omheining waren gemaakt van
sittimhout dat ondanks de hardheid erg licht is. De pilaren die gemaakt waren
van dit hout waren ongeveer 2,25 m hoog, wat het voor de meeste mensen van normale
grootte onmogelijk maakte om van de buitenkant van de omheining van het voorhof
in de Tabernakel te kijken. Als iets opzettelijk was neergelegd om erop te gaan
staan, dan zou iemand waarschijnlijk in het hof kunnen kijken, maar zonder zo’n
hulp was het onmogelijk om naar binnen te kijken. Dit vertelt ons dat we het
Koninkrijk van God nooit kunnen binnengaan door onze eigen menselijke inspanningen.
Op de uiteinden van de houten pilaren van het
voorhof waren bronzen voeten geplaatst en hun toppen waren gekapt met zilveren
kapitelen. Omdat de pilaren niet zelfstandig konden staan, hielden de zilveren
banden de opeenvolgende pilaren stevig aan elkaar vast. En om de pilaren stevig
in kruiselingse richtingen te ondersteunen, werden de zilveren haken in het
zilveren dek van de pilaren met de koorden aan de bronzen tentpinnen vastgebonden
(Exodus 35:18).
Wat waren de materialen die voor de poort van het voorhof van
de Tabernakel gebruikt werden?
De
materialen die voor de poort van het voorhof van de Tabernakel gebruikt
werden, waren blauwe, paarse en dieprode wol en getweernd linnen.
De hoogte van de poort was 2,25 m, en de breedte was ongeveer 9
m. Het was een scherm dat geweven was van blauwe, paarse en dieprode
wol en getweernd linnen en aan vier pilaren hing. Zo kon iemand
die dus het voorhof van de Tabernakel probeerde binnen te gaan,
gemakkelijk de poort vinden.
De materialen van blauwe, paarse en dieprode wol
en getweernd linnen die gebruikt werden voor de poort van de Tabernakel, toonden
dat God ons van al onze zonden zou redden door de vier werken van Zijn Zoon
Jezus. Alle 60 houten pilaren en het getweernde linnen van de omheining van
het voorhof van de Tabernakel tonen ook duidelijk door welke methode God ons
door Zijn Zoon Jezus van onze zonden zou redden.
Door de poort van het voorhof van de Tabernakel
onthulde God met andere woorden duidelijk het mysterie van de zaligheid aan
ons. Laat ons nog eens de materialen doornemen die voor de poort van het voorhof
van de Tabernakel gebruikt zijn: blauwe, paarse en dieprode wol en getweernd
linnen. Deze vier stoffen zijn van enorm belang voor ons om gered te worden
door in Jezus te geloven. Als deze materialen niet van belang waren, zou de
Bijbel ze niet zo gedetailleerd hebben opgenomen.
Alle materialen die voor de poort van het voorhof
van de Tabernakel gebruikt werden, zijn absoluut noodzakelijk voor God om ons
te redden. Het feit dat de poort echter van blauwe, paarse en dieprode wol en
getweernd linnen geweven was zonder fout, is echter uiterst belangrijk voor
God om de zondaars te redden omdat deze vier materialen de openbaring zijn van
Gods volmaakte zaligheid. Zo heeft God het beslist. Daarom toonde God het model
van de Tabernakel aan Mozes op de berg Sinaï en zei hem om de poort van het
voorhof van de Tabernakel zo te maken.
Wat is de betekenis van de blauwe, paarse en dieprode wol en
het getweernde linnen?
De poort van het Heiligdom was gemaakt van een
gordijn van geweven blauwe, paarse en dieprode wol en het getweernde linnen
en de voorhang tussen het Heiligdom en het Allerheiligdom was ook geweven van
deze vier materialen. Niet alleen dit, maar de efod en de borstplaat van de
Hogepriester waren ook geweven van blauwe, paarse en dieprode wol en getweernd
linnen. Wat zegt ons dan de blauwe, paarse en dieprode wol en getweernd linnen?
Wat zeggen deze blauwe, paarse en dieprode wol en getweernd linnen die voor
onze Heer absoluut nodig waren om ons te redden, ons dan? We moeten zekerstellen
dat we deze kwestie nauwer onderzoeken.
Ten eerste vertelt de blauwe wol ons van het doopsel
van Jezus Christus. Zij die de beduidendheid van het doopsel niet kennen, weten
niet dat de blauwe wol naar het doopsel van Jezus Christus verwijst. Als dusdanig
beweren degenen die niet wedergeboren zijn over het algemeen dat de betekenis
van de blauwe wol “Jezus Christus is God Zelf, en “Hij kwam naar deze aarde
in de gedaante van een mens” is. Anderen, beweren daarentegen, “de blauwe wol
betekent slechts het Woord.” De Bijbel vertelt ons echter dat de blauwe wol,
“Jezus’ doopsel waarmee Hij de zonden van de wereld op Zich accepteerde nadat
Hij naar deze aarde is gekomen” betekent. De Geschriften tonen ons duidelijk
dat de blauwe wol naar het waterdoopsel dat Jezus van Johannes de Doper ontving,
verwijst. Toen ik het Woord van de Tabernakel las, begon ik me dit te realiseren:
“Aha, God wilt ons het belang van ons geloof in het doopsel van Jezus tonen.”
Het kleed dat de hogepriester droeg tijdens het
geven van offers, was ook geweven van blauwe wol. Een plaat van goud hing aan
de tulband die de Hogepriester op zijn hoofd droeg en het koord dat de plaat
vasthield was ook blauw. En op deze plaat van goud stond de zin, “Heiligheid
aan de Heer” gegraveerd. We kunnen zien dat het blauwe koord die de gouden
plaat aan de tulband van de Hogepriester vasthield, duidelijk het doopsel van
Jezus toont, dat de heiligheid aan de Heer geeft.
Door de blauwe wol die de plaat van goud aan de
tulband vastbond, spreekt God dus over onze ware zaligheid tot ons. Met andere
woorden, de spil die ons de heiligheid geeft, is blauw en dit is Jezus’ doopsel.
Alhoewel de kleur blauw ons over het algemeen aan de blauwe hemel herinnert,
verwijst blauw niet alleen naar God. Van de blauwe, paarse en dieprode wol en
het getweernde linnen, betekent de blauwe wol zeker het doopsel van Jezus Christus.
Anders gezegd, de blauwe wol zegt ons dat Jezus Christus de zonden van alle
zondaars van deze wereld op Zich nam door gedoopt te worden (Mattheüs 3:15).
Als Jezus niet de zonden van iedereen op Zich had genomen door gedoopt te worden,
zouden wij, de gelovigen, nu niet in staat zijn geweest de “heiligheid aan de
Heer” te geven. Indien het doopsel dat Jezus ontving niet had plaatsgevonden,
dan zouden we nooit gekleed kunnen gaan in de heiligheid voor God.
Weet u de geestelijke betekenis van Gods gebod
om de poort van het voorhof van de Tabernakel met blauw wol te weven volgens
de maten die Mozes getoond kreeg? De poort van het voorhof dat in de Tabernakel
leidt waar God tegenwoordig is, verwijst naar Jezus Christus. Men kan Koninkrijk
der Hemel slechts binnengaan door Jezus Christus. De poort van het voorhof,
dat naar Jezus verwijst, was geweven van blauwe, paarse en dieprode wol en getweernd
linnen, omdat God absoluut de waarheid wilde onthullen die ons naar onze zaligheid
leidt. De paarse wol verwijst naar de Heilige Geest en vertelt ons, “Jezus is
de Koning der koningen.” De paarse wol verwijst naar het bloed dat Jezus aan
het Kruis vergoot. De blauwe wol, zoals reeds eerder vermeld, verwijst naar
het doopsel dat Jezus van Johannes de Doper ontving.
De blauwe, paarse en dieprode wol vertelt ons
daarom van Jezus’ doopsel, Gods incarnatie, en Zijn dood aan het Kruis. De werken
van Jezus die in deze drie soorten wol worden getoond, geven ons het geloof
dat ons in staat stelt om in heiligheid voor Jehova te gaan. Dat Jezus, God
Zelf, naar deze aarde kwam in de gedaante van een mens, de ongerechtigheden
van de zondaars op Zijn eigen lichaam nam door gedoopt te worden, en indirect
de vervloeking van alle zonden en vloeken droeg door Zijn bloed te vergieten,
is het geestelijke mysterie van de blauwe, paarse en dieprode wol.
Misschien heeft u tot dusver slechts gedacht dat
de blauwe wol God of Zijn Woord toont. Maar u moet nu duidelijk weten dat de
blauwe wol eigenlijk naar het doopsel van Jezus Christus verwijst. Het doopsel
waardoor Jezus al onze zonden accepteerde die aan Hem werden doorgegeven, is
van uiterst belang en kan niet weggelaten worden van Zijn werken; dusdanig vertelt
God ons met de Tabernakel van het Oude Testament, het belang ervan.
Het doopsel was het middel waarmee Jezus onze zonden droeg
De
pilaren van de omheining van de Tabernakel waren van sittimhout
gemaakt. Bronzen voeten waren aan de onderkant van deze pilaren
bevestigd, en zilveren kapitelen aan de bovenkant. Dit zegt ons
allereerst dat zondaars voor hun zonden veroordeeld moeten worden.
Slechts degenen die voor hun zonden veroordeeld zijn, kunnen gered
worden. Degenen die nog niet veroordeeld zijn, en daarom niet gered,
kunnen het niet voorkomen dat ze veroordeeld worden om de eeuwige
straf voor hun zonden te dragen als zij voor God komen te staan.
Zoals geschreven staat, “Want de bezoldiging
der zonden is de dood”(Romeinen 6:23) zullen de zondaars zeker onderworpen
worden aan Gods vreselijke oordeel voor hun zonden. Zondaars moeten daarom een
keer door God voor hun zonden veroordeeld worden, en dan weer leven door gekleed
te gaan in Zijn genade. Dit is wat de wedergeboorte is. Het geloof van de blauwe
wol, dat Jezus Christus al onze zonden op Zich nam door het doopsel, en het
geloof van de dieprode wol, dat Jezus alle zondaars heeft verlost van het oordeel
aan het Kruis, en niets anders dan dit geloof kan ons een keer laten sterven
voor onze zonden en wedergeboren laten zijn. U moet zich realiseren dat slechts
de eeuwige veroordeling degenen te wachten staat, die vanwege hun ongeloof niet
door het oordeel van het geloof kunnen gaan.
Het doopsel van Jezus was het middel waarmee Christus
al onze zonden droeg om ons van onze zonden te redden. Jezus werd gedoopt door
Johannes de Doper om al onze zonden op Zich te nemen. Jezus is God Zelf, en
toch om ons te redden, kwam Hij naar deze aarde in de gedaante van een mens,
nam alle ongerechtigheden van de zondaars op Zich door gedoopt te worden van
Johannes de Doper, de vertegenwoordiger van de mensheid, en werd indirect veroordeeld
voor de zondaars door Zijn eigen lichaam aan het Kruis op te geven en door water
en bloed te vergieten. De poort van het voorhof van de Tabernakel vertelt ons
tot in het kleinste detail over de werken dat Jezus als onze Verlosser vervulde.
Door de poort van het voorhof van de Tabernakel, vertelt God ons duidelijk dat
Jezus de Verlosser van de zondaars is geworden.
Het getweernd linnen verwijst naar het Woord van
het Oude en Nieuwe Testament, dat zo gedetailleerd is en met elkaar overeen
komt. Hoe ingewikkeld zou iedere draad garen geweven zijn om dit getweernd linnen
te maken? Door het getweernde linnen vertelt God ons gedetailleerd hoe Hij ons
heeft gered.
Als we naar de kleden kijken, zien we dat zij
geweven zijn van verschillende wol. God zei de Israëli’s ook dat ze de poort
van de Tabernakel moesten maken door blauwe, paarse en dieprode wol op getweernd
linnen te weven. Dit zegt ons dat Jezus, die naar ons kwam door het water (doopsel),
het bloed (Kruis) en de Heilige Geest (Jezus is God), welke verborgen zijn in
het ingewikkelde Woord van God, de deur tot onze zaligheid is. Door het juiste
geloof in Jezus Christus te hebben, dat onthuld is in het ingewikkelde Woord
van God en door gekleed te zijn in Zijn liefde, zijn we nu volledig gered door
geloof.
Jezus Christus redde ons niet per toeval. We kunnen
dit zien als we naar de Tabernakel kijken. Jezus heeft de zondaars tot in het
detail gered. We kunnen ons realiseren hoe gedetailleerd Hij ons redde als we
alleen al naar de pilaren van de omheining kijken. Waarom is het aantal pilaren
van de omheining 60 en niet een ander getal? Het is omdat het getal 6 naar de
mens verwijst terwijl het nummer 3 naar God verwijst. In Openbaring 13 verschijnt
het teken 666 en God zegt ons dat dit getal het getal van het Beest is en dat
de wijzen het mysterie van dit getal kennen. Het getal 666 betekent daarom dat
de mens als God handelt. Wat is de wens van de mensheid? Is het niet om een
volmaakt goddelijk wezen te worden? Als we werkelijk als een goddelijk wezen
worden, dan moeten we wedergeboren zijn door in Jezus te geloven en de kinderen
van God te worden. De 60 pilaren verwijzen gedetailleerd naar deze verwikkeling.
In plaats van geloof te hebben, begaan de mensen
echter de opschepperige, slechte daad om door hun eigen inspanningen, deelnemers
van de goddelijke natuur te willen zijn. Niets anders dan dit, is de reden waarom
mensen het hele Woord volgens de lusten van de mens interpreteren en verkeerd
geloven in hun eigen menselijke gedachten want zij hebben geen geloof maar slechts
de lust die tegen God is. Vanwege deze lust van het vlees die vanzelf heel probeert
te worden en probeert om de volmaaktheid van hun vlees te bereiken, zullen zij
zich uiteindelijk ver van het Woord van God verwijderen.
Het woord van zaligheid dat onthuld wordt in alle dingen van
de Tabernakel
Alle dingen en materialen van de Tabernakel waren
nodig voor Jezus Christus om de zondaars te redden en hun naar het heilige der
heiligen te trekken. Het brandofferaltaar was nodig, het wasbekken was nodig,
en de pilaren, de bronzen voeten, de zilveren kapitelen, en ook de haken en
zilveren banden waren nodig. Al deze dingen waren de werktuigen die buiten het
heilige der heiligen werden gevonden en hun materialen waren allen noodzakelijk
om een zondaar in een rechtvaardige te keren.
Al deze dingen waren noodzakelijk om het voor
zondaars mogelijk te maken om het Koninkrijk van God binnen te gaan en er te
leven, maar het meest belangrijke onder deze dingen was de blauwe wol (Jezus’
doopsel). De blauwe, paarse en dieprode wol waren gebruikt om de poort van het
voorhof van de Tabernakel te maken. Deze wol verwijst naar de drie werken van
Jezus, die voor ons nodig zijn als we in God geloven. Ten eerste kwam Jezus
naar deze aarde en nam al onze zonden op Zich met Zijn doopsel; ten tweede is
Jezus God (Geest); en ten derde stierf Jezus aan het Kruis om de veroordeling
van alle zonden die Hij op Zich geaccepteerd had door Johannes in de Jordaan,
te dragen. Dit is de juiste volgorde van het ware geloof dat de zondaars nodig
hebben om gered en rechtvaardig te worden.
Als we de Bijbel lezen, kunnen we ons realiseren
hoe ingewikkeld onze Heer is. We kunnen duidelijk ontdekken dat de Ene die ons
zo gedetailleerd gered heeft, draad voor draad als het getweernde linnen, niemand
minder is dan God Zelf. Bovendien liet God de Israëli’s de poort van het voorhof
van de Tabernakel maken door blauwe, paarse en dieprode wol op getweernd linnen
met een lengte van 9 meter, te laten weven. Als dusdanig verzekerde God dat
iedereen die naar de Tabernakel keek, zelfs van ver weg, de poort van het voorhof
van de Tabernakel kon onderscheiden.
De doeken van het getweernde linnen hingen over
de pilaren van het voorhof van de Tabernakel dat Gods heiligheid toont. We kunnen
ons dus realiseren dat zondaars het niet durven om de Tabernakel te benaderen
en dat zij slechts het voorhof kunnen binnengaan als zij gered zijn door in
de diensten van Jezus, die getoond worden in de blauwe, paarse en dieprode wol
dat geweven is in de poort van het voorhof van de Tabernakel, te geloven. Op
deze manier heeft God de zondaars in staat gesteld te weten dat Jezus Christus
al hun zonden heeft uitgewist en hun redde door het water, het bloed en de Heilige
Geest.
Niet alleen dit, maar de materialen van alle voorwerpen
waaruit de Tabernakel bestond, inclusief de poort van het voorhof, tonen ons
ook het ingewikkelde Woord dat voor God nodig is om de zondaars in rechtvaardigen
te keren. Omdat God de Israëli’s zei dat ze de poort van het voorhof van de
Tabernakel groot genoeg moesten maken zodat iedereen het kon vinden, en omdat
deze poort gemaakt was door ingewikkeld blauwe, paarse en dieprode wol op getweernd
linnen te weven, stelde God iedereen in staat om het belangrijke Woord dat zondaars
in rechtvaardigen keert, duidelijk te begrijpen.
De poort van het voorhof van de Tabernakel vertelt
ons dat God degenen die als sittimhout zijn, volledig gered heeft van de zonden
door de blauwe wol (Jezus’ doopsel), de dieprode wol (het bloed aan het Kruis)
en de paarse wol (Jezus is God). God heeft besloten dat slechts degenen die
duidelijk hierin geloven, het Heiligdom kunnen binnengaan, het Huis van God.
Jezus Christus zegt ons
God zegt ons dat we gereinigd moeten worden van
al onze zonden door Jezus’ doopsel en dat we voor de Heer moeten staan om het
gouden, schitterende leven te leiden. Daarom toonde God Zelf het model van de
Tabernakel aan Mozes, bouwde het door Mozes, en liet het volk van Israël er
de verlossing van de zonden ontvangen door de instelling van dit Tabernakel.
Laat ons kort het geloof dat ons door het voorhof van de Tabernakel en in het
Heiligdom nam, samenvatten. God blijft, door het voorhof van de Tabernakel,
tegen ons spreken over ons geloof in de waarheid dat Jezus ons door het water,
het bloed en de Heilige Geest gered heeft. Het geloof van de poort van het voorhof,
dat geweven was van blauwe, paarse en dieprode wol, in het handenopleggen van
de Hogepriester op het offerlam, en het bloedvergieten van dit offerlam en het
geloof waarmee de Hogepriester zijn handen en voeten in het wasbekken waste,
al deze dingen laten ons weten dat slechts ons geloof in het evangelie van het
water en de Geest het geloof van puur goud is dat ons in staat stelt het Heiligdom
binnen te gaan en er in heerlijkheid te leven.
Door de Tabernakel stond God ons allen toe om
de genade van de zaligheid en Zijn zegen te ontvangen. Door de Tabernakel kunnen
we de zegens die God aan ons heeft geschonken, kennen. We kunnen ons realiseren
en geloven in de genade van de zaligheid die ons in staat stelt voor de troon
van de genade van God te staan en in een keer gered te worden. Kunt u zich dit
voorstellen? Door de Tabernakel kunnen we zien hoe nauwkeurig onze Heer ons
gered heeft, hoe ingewikkeld Hij onze zaligheid plande, en hoe beslist Hij het
volgens dit plan vervulde en ons, de zondaars, in rechtvaardigen heeft gekeerd.
Heeft u de hele tijd misschien maar vaag in Jezus
geloofd? Geloofde u dat de kleur blauw slechts de hemel betekende? Was u zich
alleen maar bewust van het geloof van de paarse en dieprode kleuren dat Jezus
Christus, de Koning der koningen, naar deze aarde kwam en ons aan het Kruis
redde, en geloofde u dit ook? Indien ja, dan is het nu tijd om het ware geloof
te vinden. Ik hoop dat u allen duidelijk het doopsel van Jezus, het geloof van
de blauwe kleur, zult kennen, en dat u zich daarbij de onmetelijke genade van
de zaligheid die God u heeft gegeven realiseert en erin gelooft.
God heeft ons niet alleen door het bloed en de
Heilige Geest gered. Waarom? Omdat God duidelijk tot ons spreekt van de blauwe,
paarse en dieprode kleuren en door deze drie draden vertelt Hij ons precies
hoe Jezus ons heeft gered. Door de Tabernakel heeft onze God ons Jezus’ werken
van de zaligheid gedetailleerd getoond. Nadat Hij door Mozes gezegd had de Tabernakel
te bouwen, beloofde God dat Hij ons op deze manier zou redden. Zoals beloofd,
kwam Jezus Christus in de gedaante van een mens en nam onze zonden op Zich door
gedoopt te worden in het water (blauw) van de Jordaan. Door Zijn doopsel heeft
Jezus werkelijk de zondaars van al hun zonden gered. Hoe ingewikkeld; hoe juist
en hoe zeker onze zaligheid dan is!
Als we het Heiligdom binnengaan, kunnen we de
kandelaar zien, de tafel der toonbroden en het wierookaltaar. Voordat we het
Allerheiligdom binnengaan, leven we een tijdje in dit Heiligdom dat schittert
van goud, terwijl we gevoed worden met het brood van het Woord dat inhoud geeft
aan ons hart. Hoe gezegend is dit? Voordat we het Koninkrijk van God binnengaan,
leven we in Zijn Kerk als degenen die volledig gered zijn door wedergeboren
te zijn door het evangelie van het water en de Geest. Gods Kerk die ons het
brood des levens geeft, is het Heiligdom.
In het Heiligdom, d.w.z. Gods Kerk, staat de kandelaar,
de tafel der toonbroden en het wierookaltaar. De kandelaar met zijn schacht,
armen, schalen, ornamentele knoppen en bloemen, was uit een stuk gemaakt door
een stuk puur goud te bewerken. De kandelaar, die gemaakt was door een talent
louter goud te bewerken, vertelt ons dat we de rechtvaardigen moeten verenigen
met Gods Kerk.
Op de tafel der toonbroden is ongegist brood geplaatst,
wat het brood van het pure Woord van God symboliseert dat vrij is van het kwaad
en de smerige leringen van de wereld. Het heilige der heiligen van God, d.w.z.
Gods Kerk, preekt dit pure Woord van God dat zonder enige gist is en leeft volgens
het pure geloof zonder enig kwaad te doen voor God.
Voor de voorhang van het Allerheiligdom, was het
wierookaltaar geplaatst. Het wierookaltaar was waar de gebeden aan God werden
gegeven. Door de gebruiksvoorwerpen van het heilige der heiligen zegt God ons
nu, als we voor Hem staan, dat we ons moeten verenigen, in Zijn pure Woord en
Zijn gebeden moeten geloven. Slechts de rechtvaardigen kunnen bidden, want God
luistert slechts naar de gebeden van de rechtvaardigen (Jesaja 59:1-2, Jakobus
5:16). En slechts degenen die voor God bidden kunnen Hem ontmoeten.
Het Heiligdom vertelt ons ook hoe glansrijk het
is voor ons is om in Gods Kerk gered te zijn. De belangrijkste materialen die
voor de Tabernakel gebruikt zijn, de blauwe wol (Jezus was gedoopt), de dieprode
wol (Jezus nam al onze zonden op Zich door Zijn doopsel en stierf aan het Kruis
en droeg de verdoemenis van onze zonden), en de paarse wol (Jezus is God), verwijst
naar het geloof dat we absoluut moeten hebben. Deze drie omvatten alles van
ons geloof. Als we geloven dat Jezus de Zoon van God is en in wezen God Zelf
en dat Hij ons heeft gered, dan kunnen we het Heiligdom dat schittert van goud
en waar God aanwezig is, binnengaan. Als we niet geloven in de werken van Jezus,
die getoond worden in deze drie draden, dan kunnen we nooit het Heiligdom binnengaan,
hoe vurig we ook in Jezus geloven. Niet alle Christenen kunnen het Allerheiligdom
binnen.
Zij die in het voorhof van de Tabernakel blijven met een verkeerd
geloof
Tegenwoordig zijn er veel Christenen die niet
in staat zijn om het Allerheiligdom binnen te gaan zelfs als zij hun geloof
verkondigen. Er zijn met andere woorden, veel mensen die proberen om gered te
worden met hun blinde geloof. Niemand anders dan degenen die denken dat zij
gered kunnen worden door slechts in het bloed van Jezus Christus te geloven,
en dat Hij God Zelf is en de Koning der koningen, zijn zulke mensen. Zij geloven
op een vereenvoudigde manier in Jezus. Terwijl ze slechts in het bloed van Jezus
geloven, staan zij voor het brandofferaltaar en bidden blindelings, “Heer, ik
ben nog steeds een zondaar. Vergeef me Heer. Ik geef U al mijn dank, Heer, omdat
U in mijn plaats gekruisigd en gestorven bent. O Heer, Ik houdt van U!”
Nadat ze dit ’s ochtends doen, gaan ze verder
met hun leven en keren ’s avonds weer terug naar het brandofferaltaar en geven
hetzelfde gebed. Mensen die het brandofferaltaar iedere ochtend, avond en maand
bezoeken, kunnen niet wedergeboren zijn, maar ze vervallen in het dwaalbegrip
van het geloven volgens hun eigen gedachten.
Zij leggen het offerdier op het brandofferaltaar
dat schroeit door de rode vlammen en geven hun offer door vuur. Omdat het vlees
in de vlammen wordt verbrand, verspreidt de geur van het brandende vlees zich
en zwarte en witte rook blijft opstijgen. Het brandofferaltaar is geen plaats
om te huilen en God te vragen om onze zonden te laten verdwijnen, maar het is
in feite een plaats die ons aan het vreselijke vuur van de hel doet denken.
De mensen gaan echter iedere ochtend en avond
naar deze plaats en zeggen, “Heer, ik heb gezondigd. Vergeef me alstublieft.”
Dan gaan ze, tevreden met zichzelf, naar huis, alsof ze werkelijk van hun zonden
vergeven zijn. Zij kunnen zelfs zo gelukkig zijn dat ze zingen: “♫ Ik
ben vergeven, ♪ u bent vergeven, ♫ wij zijn allen vergeven.” Maar
zulke gevoelens zijn slechts kortstondig. Binnen de kortste keren zondigen zij
weer en vinden ze zichzelf terug voor het brandofferaltaar terwijl ze biechten,
“Heer, Ik ben een zondaar.” Zij die iedere dag van en naar het brandofferaltaar
reizen, zijn nog steeds zondaars, ondanks hun zogenaamde geloof in Jezus. Zulke
mensen kunnen nooit het Heilige Koninkrijk van God binnengaan.
Wie kan dan volledig de verlossing van de zonde
ontvangen en het Heiligdom van God binnengaan? Het zijn de mensen die weten
en geloven in het mysterie van de blauwe, paarse en dieprode wol die door God
bepaald is. Zij die hierin geloven, kunnen aan het brandofferaltaar voorbijlopen
volgens hun geloof in de dood van Jezus dat hun zonden aan Hem doorgaf, hun
handen en voeten in het wasbekken wassen en zichzelf eraan herinneren dat al
hun zonden aan Jezus waren doorgegeven door Zijn doopsel, en dan het Heiligdom
van God binnengaan. Degenen die in het evangelie van het water en de Geest geloven,
en de verlossing van de zonden hebben ontvangen, gaan het Koninkrijk der Hemel
binnen volgens hun geloof, want hun geloof is door God goedgekeurd.
Ik hoop dat u zich allen realiseert en gelooft
dat de bijbelse betekenis van de blauwe wol het doopsel van Jezus is. Er zijn
tegenwoordig velen die zogenaamd in Jezus geloven, maar slechts weinigen gaan
zo ver dat ze in het water (de blauwe wol) geloven, het doopsel van Jezus. Dit
is een dieptreurig verschijnsel. Het is ook de oorzaak van grote ellende dat
zoveel mensen het allerbelangrijkste geloof in het doopsel weglaten van hun
Christelijke geloof, zelfs als Jezus niet alleen naar deze aarde kwam als God
en slechts aan het Kruis stierf. Ik hoop en bid dat zelfs op dit moment, u allen
het geloof in de blauwe, paarse en dieprode wol zult kennen en erin zult geloven,
en daarbij degenen wordt die het Koninkrijk van God binnengaan.
We moeten geloven in de Heer die getoond wordt in de blauwe,
paarse en dieprode wol van de Tabernakel, Het wezenlijke dat ons gered heeft
Onze Heer heeft ons gered. Als we naar de Tabernakel
kijken, kunnen we ontdekken met welke nauwkeurige methode de Heer ons heeft
gered. We kunnen Hem niet genoeg hiervoor danken. We zijn zo dankbaar dat de
Heer ons door de blauwe, paarse en dieprode wol heeft gered en dat Hij ons ook
het geloof heeft gegeven dat in deze blauwe, paarse en dieprode wol gelooft!
Zondaars kunnen nooit het Heiligdom binnengaan
zonder gekleed te zijn in Gods genade en door Zijn vreselijke oordeel van hun
zonden te zijn gegaan. Hoe kan iemand die niet voor zijn/haar zonden veroordeeld
is, ooit de deur van de Tabernakel openen en het Heiligdom binnengaan? Dat kunnen
ze niet! Als zo’n mensen het Heiligdom binnengaan, dan zullen ze bij de eerste
schitterlicht blind worden. “Goh, het is zo fel hier binnen! Jee, hoe komt het
dat ik niets kan zien? Toen ik buiten was, dacht ik dat ik alles in het Heiligdom
kon zien als ik er maar naar binnen zou kunnen. Waarom kan ik helemaal niets
zien, en waarom is het zo donker hier? Ik kon goed zien toen ik buiten het Heiligdom
was... Mij werd verteld dat het Heiligdom een schitterende plaats was; hoe kan
het dat het er zelfs nog donkerder is?” Zij kunnen niet zien omdat zij geestelijk
blind zijn geworden, want zij hebben niet het geloof in de blauwe, paarse en
dieprode wol. De zondaars kunnen daarom ook niet het Heiligdom binnen.
Onze Heer heeft ons in staat gesteld niet te verblinden
in het Heiligdom, maar om de zegen te ontvangen om eeuwig in het Heiligdom te
leven. Door de blauwe, paarse en dieprode wol en het getweernde linnen dat in
ieder kwart van de Tabernakel wordt gevonden, heeft God ons precies de methode
van onze zaligheid verteld, en volgens dit Woord van de profetie, heeft Hij
ons inderdaad van al onze zonden verlost.
Onze Heer heeft ons gered door het water, het
bloed en de Heilige Geest (1 Johannes 5:4-8), zodat we niet zullen verblinden
maar eeuwig in Zijn schitterende genade zullen leven. Hij heeft ons door de
blauwe, paarse en dieprode wol en het getweernde linnen gered. Onze Heer beloofde
ons met het ingewikkelde Woord van God en Hij heeft ons verteld dat Hij ons
heeft gered door deze belofte te vervullen.
Gelooft u dat u en ik gered zijn door de ingewikkelde
werken van Jezus die getoond worden in de blauwe, paarse en dieprode wol en
het getweernde linnen? Ja! Zijn we slechts toevallig gered? Nee! We kunnen niet
gered worden zonder in de blauwe, paarse en dieprode wol te geloven.
De blauwe wol verwijst niet naar God. Het verwijst
naar het doopsel van Jezus waarmee Hij alle zonden van iedere zondaar van de
wereld in de Jordaan op Zich nam.
Het is overigens mogelijk om voor het brandofferaltaar
te staan zonder in de blauwe wol, het doopsel van Jezus, te geloven. Mensen
zullen zelfs het wasbekken naast het brandofferaltaar bereiken, maar zij kunnen
niet het Heiligdom binnengaan waar God aanwezig is. Degenen die de deur van
de Tabernakel kunnen openen, en het Heiligdom kunnen binnengaan, zijn slechts
de kinderen van God die de verlossing van de zonden hebben gekregen door helemaal
in het evangelie van het water en de Geest te geloven. Maar de zondaars, het
doet er niet toe wie, kunnen het Heiligdom nooit binnengaan. Hoever moeten we
dan naar binnen gaan om onze zaligheid te bereiken? We zijn niet gered door
slechts het voorhof van de Tabernakel binnen te gaan, maar als we het Heiligdom
waar God is binnengaan.
Het verschil tussen het geloof in de Tabernakel en het geloof
buiten de Tabernakel
Het brandofferaltaar en het wasbekken in het voorhof
van de Tabernakel zijn gemaakt van brons, en de omheining van het voorhof was
gemaakt van hout, zilver en brons. Maar als we de Tabernakel binnengaan, zijn
de materialen helemaal anders. Een belangrijk kenmerk van de Tabernakel is dat
het een “huis van goud” is. De driezijdige muren zijn gebouwd met 48 panelen
van sittimhout die bedekt waren met goud. De tafel der toonbroden en het wierookaltaar
was ook van sittimhout gemaakt en bedekt met goud, en de kandelaar was gemaakt
van bewerkt goud. Als dusdanig waren alle gebruiksvoorwerpen binnenin het Heiligdom
gemaakt van of bedekt met puur goud.
Waar waren de voeten onder de panelen aan de andere
kant van gemaakt? Zij waren van zilver. Terwijl de voeten van de pilaren van
de omheining van het voorhof van de Tabernakel van brons waren, waren de voeten
van de panelen van de Tabernakel van zilver. En terwijl de pilaren van de omheining
van het voorhof van hout waren, waren de panelen van de Tabernakel van sittimhout
dat bedekt was met goud. Maar de voeten van de vijf pilaren van de deur van
de Tabernakel waren van brons.
Alhoewel de voeten van de panelen van de Tabernakel
van zilver waren, waren de voeten van de pilaren van de deur van de Tabernakel
in brons gegoten. Wat betekent dit? Het betekent dat iedereen die in Gods aanwezigheid
komt, voor zijn/ haar zonden veroordeeld moet worden. Hoe kunnen we voor God
gaan als we veroordeeld en gedood zijn? Als we zelf sterven, zouden we nooit
in staat zijn voor God te staan.
Door het brons dat voor de voeten van de vijf
pilaren van de deur van de Tabernakel gebruikt werd, vertelt God ons daarom
dat alhoewel we voor onze zonden veroordeeld hadden moeten worden, Jezus onze
zonden op Zich nam door Zijn doopsel en dat Hij voor ons in de plaats veroordeeld
werd. Wij waren degenen die voor onze zonden veroordeeld hadden moeten worden.
Maar iemand anders droeg deze veroordeling van al onze zonden in onze plaats.
In plaats van ons, stierf iemand anders. De Ene die indirect veroordeeld was,
en in onze plaats stierf, is niemand minder dan Jezus Christus.
Het geloof dat getoond wordt door de blauwe wol
is het geloof dat gelooft dat Jezus Christus al onze zonden die aan Hem waren
doorgegeven door Zijn doopsel accepteerde en dat Hij ons van al onze zonden
heeft vergeven. Als God het leven van Jezus Christus nam voor de veroordeling
van al onze zonden die aan Hem waren doorgegeven door Zijn doopsel en daarbij
al onze zonden heeft opgelost, hoeven we niet meer de veroordeling voor onze
zonden te aanschouwen. Het geloof dat getoond wordt door de dieprode wol is
het geloof in het bloed dat Jezus aan het Kruis vergoot. Dit geloof gelooft
dat Jezus Christus indirect de veroordeling van onze zonden droeg die wij eigenlijk
zouden moeten aanschouwen.
Slechts degenen die al hun zonden aan Jezus hebben
doorgegeven door in Zijn doopsel te geloven, en die veroordeeld zijn voor al
hun zonden door te geloven in het bloed dat Jezus vanwege al deze zonden aan
het Kruis vergoot met de dood van Zijn vlees, kunnen het Heiligdom binnengaan.
Dit is de reden waarom de voeten van de deur van de Tabernakel van brons waren.
Als dusdanig moeten we in het bloed van Christus geloven, die al onze zonden
op Zich nam door Zijn doopsel en die in onze plaats veroordeeld werd.
God heeft besloten dat slechts degenen die overtuigd
zijn van het feit dat Jezus Christus, die hun heeft gered, God Zelf is (de paarse
wol), van het doopsel van Jezus (de blauwe wol) en de waarheid dat Jezus indirect
in hun plaats veroordeeld was voor hun zonden (dieprode wol), in staat zouden
zijn het Heiligdom binnen te gaan. God heeft slechts degenen die eens veroordeeld
zijn voor al hun zonden door in Jezus te geloven, en die geloven dat Jezus hun
van al hun zonden gered heeft, toegestaan om het Heiligdom binnen te gaan.
De voeten van de pilaren van de deur van de Tabernakel
waren uit brons gegoten. De bronzen voeten hebben de geestelijke betekenis dat
God alleen maar de zondaars, die wedergeboren zijn als de nakomelingen van Adam,
toestaat het Heiligdom van Zijn woning binnen te gaan als zij, wie zij ook mogen
zijn, het geloof van de blauwe wol (het doopsel van Jezus), de dieprode wol
(Jezus’ indirecte oordeel in plaats van de zondaars) en de paarse wol (Jezus
is God Zelf), hebben. Dat de vijf voeten van de pilaren van de deur allen van
brons waren vertelt ons van het evangelie van God, dat, zoals het in Romeinen
6:23 geschreven staat, “Want de bezoldiging van de zonden is den dood, maar
het geschenk van God is het eeuwige leven in Jezus Christus onze Heer,” Jezus
al onze zonden met het water, het bloed en de Geest heeft vergeven.
We moeten niet negeren, maar in het Woord en God geloven
Het betekent niet dat u onvoorwaardelijk gered
bent als u in Jezus gelooft. Noch betekent het dat u onvoorwaardelijk wedergeboren
bent als u naar de kerk gaat. Onze Heer zegt in Johannes 3 dat slechts degenen
die wedergeboren zijn van het water en de Geest kunnen zien, en het Koninkrijk
van God binnen kunnen. Jezus zei beslist tegen Nicodemus, een leider van Joden
en een getrouw gelovige van God, “U bent een leraar van Joden, en toch weet
u niet hoe u wedergeboren kunt worden? Slechts als iemand wedergeboren is uit
het water en de Geest, kan hij/zij zien en het Koninkrijk van God binnengaan.”
Mensen die in Jezus geloven, kunnen slechts wedergeboren worden als zij het
geloof van de blauwe wol (Jezus nam al onze zonden in een keer op Zich toen
Hij gedoopt werd), de dieprode wol (Jezus stierf voor onze zonden) en de paarse
wol (Jezus is de Verlosser, God Zelf en de Zoon van God), gelooft. Als dusdanig
moeten alle zondaars door de blauwe, paarse en dieprode wol die in iedere hoek
van de Tabernakel gevonden wordt, geloven dat Jezus de Verlosser van de zondaars
is.
Dat zij niet in staat zijn wedergeboren te worden
of het Woord van de wedergeboorte te kennen, komt omdat veel mensen in Jezus
geloven zonder in deze waarheid te geloven. Onze Heer heeft ons duidelijk verteld
dat zelfs als we zogenaamd in Jezus geloven, we nooit het Heiligdom, het Koninkrijk
van de Vader binnen kunnen, noch kunnen we een juist geloofsleven leiden, als
we niet wedergeboren zijn.
In onze menselijke gedachten, zullen we ons afvragen
hoe leuk het zou zijn als alle Christenen goedgekeurd zouden worden om wedergeboren
te zijn, ondanks hoe zij geloven. Is het niet zo? Als we gered konden worden
door slechts de naam van Jezus te roepen en slechts zogenaamd in Hem te geloven
zonder zelfs de details te kennen van wat Hij gedaan heeft om de mensheid te
redden, zouden de mensen het wonderbaarlijk gemakkelijk vinden om in Jezus te
geloven. We zullen Hem danken als we een nieuwe Christen tegenkomen, terwijl
we zingen, “♫ Ik ben vergeven; ♪ u bent vergeven; ♫ we zijn
allen vergeven.” “Wat voor zin heeft het om te getuigen terwijl er zoveel gelovigen
zijn? De dingen zijn goed zoals ze zijn. Is dat niet geweldig?” Als dit inderdaad
het geval zou zijn, zouden de mensen de zaligheid als te gemakkelijk zien, omdat
iedereen die de naam van de Heer roept, gered zal zijn, en hun zaligheid zou
zelfs komen als zij leven op de manier zoals zij dat willen. Maar God zei ons
dat we nooit wedergeboren kunnen worden met zo’n blind geloof. In tegendeel,
Hij zei ons dat degenen die beweren dat ze gered zijn zonder zelfs het evangelie
van het water en de Geest te kennen, allen onwettigheid praktiseren.
Wat wedergeboren is, is uw Geest, en niet uw vlees
Jezus werd een mens die naar deze aarde kwam en
ons door het evangelie van het water en de Geest gered heeft. Jozef, Jezus’
vader in het vlees, was een timmerman (Mattheüs 13:55), en Jezus diende Zijn
familie onder deze timmermansvader, waarbij Hijzelf voor de eerste 29 jaar van
Zijn leven als een timmerman werkte. Maar toen Hij 30 werd, moest Hij Zijn goddelijke
werken beginnen, d.w.z. Hij moest Zijn openbare diensten gaan uitvoeren.
Omdat Jezus dus zowel een menselijke als ook een
goddelijke natuur had, hebben wij, de wedergeboren rechtvaardigen, ook twee
verschillende naturen. We zijn zowel van het vlees als van de geest. Als iemand
echter beweert in Jezus te geloven zelfs als zijn/haar geest niet wedergeboren
is, dan is deze persoon niet wedergeboren, d.w.z. hij/zij is geen wedergeboren
geest. Als iemand in Jezus probeert te geloven zonder wedergeboren te zijn in
zijn/haar geest, dan is deze persoon slechts iemand die probeert wedergeboren
te zijn in het vlees net zoals Nicodemus en hij/zij zal nooit wedergeboren zijn.
Alhoewel Jezus in Zijn wezen God Zelf was, was Hij desalniettemin ook in het
vlees van een mens, vol zwakheden. Daarom betekent het als we zeggen dat we
wedergeboren zijn, dat onze geest wedergeboren is, en niet ons vlees.
Als allen die beweren op de een of andere manier
in Jezus te geloven, inderdaad wedergeboren waren, zou ik geprobeerd hebben
om bekend te worden als een weldadige pastoor. Waarom? Omdat ik niet zo verbitterd
zou zijn door degenen die niet in de waarheid geloven en daarom zou ik niet
zo bruusk in mijn preken zijn geweest terwijl ik hoopte dat zij de waarheid
te weten zouden komen. Ik zou bekend zijn geweest als een welgemanierde, nobele,
weldadige, gevoelige en humoristische pastoor, terwijl ik uit zou leggen hoe
mensen heilig kunnen worden in het vlees. Natuurlijk kan ik het geheel verfraaien
om zo te zijn, maar ik doe dat nooit. Dit komt omdat ik niet in staat ben om
de indruk in uw gedachten te planten, “Deze pastoor lijkt werkelijk op het heilige
en genadige beeld van Jezus.” Dit komt omdat het vlees van een mens niet kan
veranderen, en omdat men, als men een beetje vriendelijk, weldadig en genadig
in het vlees is, men nog geen wedergeboren rechtvaardige is. Niemand kan wedergeboren
worden in het vlees. Het is de geest, een ander menselijk element, dat wedergeboren
moet worden door in het Woord van God te geloven.
Als u in Jezus gelooft, moet u de waarheid kennen.
“En zult de waarheid verstaan, en de waarheid zal u vrijmaken”(Johannes 8:32).
Slechts de waarheid van God laat ons wedergeboren zijn, bevrijdt onze zielen
van de slavernij van de zonde, en maakt ons wedergeboren als de rechtvaardigen.
Slechts als we de Bijbel goed kennen, erin geloven en het op de juiste wijze
preken, kunnen we het Heiligdom binnen en ons leven van het ware geloof leven,
en we kunnen ook naar het verzoendeksel van het Allerheiligdom gaan. Het evangelie
van het water en de Geest dat onze zielen wedergeboren laat worden, is de waarheid,
en ons geloof hierin heeft ons van al onze zonden vergeven en heeft ons toegestaan
om met God in het rijk van het geloof te leven. Het evangelie van het water
en de Geest dat in ons hart is, stelt ons in staat om als de wedergeboren kinderen
van God met de Heer in geluk in het geestelijke en schitterende rijk te leven.
Blindelings in Jezus te geloven is niet het juiste
geloof. Vanuit een menselijk oogpunt bekeken, heb ik veel tekortkomingen. Ik
zeg dit niet maar gewoon, maar altijd als ik iets doe, realiseer ik me eigenlijk
hoeveel tekortkomingen ik heb. Als ik me bijvoorbeeld voorbereidt voor een Bijbelkamp,
zodat de deelnemende heiligen en nieuwkomers het Woord in gemak kunnen horen,
in hun hart geïnspireerd kunnen worden door zowel lichamelijk als ook met hun
hart gerust te hebben, merk ik dat er zoveel dingen zijn waaraan ik niet heb
gedacht en die in vergeten ben, voor te bereiden. Dingen, waaraan gemakkelijk
gedacht had kunnen worden, alleen maar door er een beetje meer aandacht eraan
te schenken, zullen altijd opkomen als de voorbereidingstijd om is en het kamp
gaat beginnen. Ik vraag mezelf af waarom ik niet vooraf aan die dingen gedacht
had en ze al had voorbereid, terwijl als ik een beetje meer opgelet had en mijn
planning van het Bijbelkamp zorgvuldiger had gedaan, zouden de heiligen en de
nieuwe zielen het Woord goed gehoord hebben, gered zijn en een fijne tijd hebben
gehad. Zelfs als ik de hele dag werk, zijn de resultaten soms niet bevredigend
als gevolg van een tekort aan doelmatigheid mijnerzijds. Ik ben me goed bewust
van het feit dat ik te veel tekortkomingen heb.
“Waarom kan ik dit niet doen? Waarom heb ik niet
hieraan gedacht? Alles wat ik hoef te doen is iets meer aandacht eraan te besteden
en waarom kan ik het dan toch niet doen?” Als ik het evangelie dien, realiseer
ik me mijn tekortkomingen erg vaak. Dus herken ik mezelf en geef toe, “Dit is
wie ik ben. Dit is hoe ontoereikend ik ben.” Ik zeg dit niet zomaar, en ik doe
niet net alsof ik bescheiden ben, maar ik ben in feite iemand die niet de losse
eindjes aan elkaar kan knopen maar iemand die willekeurig te werk gaat. Als
ik naar mezelf kijk, voel ik werkelijk mijn vele tekortkomingen.
We ontvangen heiligheid door het geloof van de blauwe wol
Mensen denken van zichzelf dat ze alles kunnen
doen zonder fouten te maken. Maar als zij werkelijk een taak aanpakken, wordt
hun ware bekwaamheid en tekortkomingen duidelijk onthuld. Zij merken dat zij
werkelijk onvoldoende zijn en dat zij slechts kunnen zondigen en fouten kunnen
maken. Als mensen denken dat ze het redelijk goed doen, bedriegen zij zichzelf
ook door te denken dat zij naar het Koninkrijk van God gaan omdat hun geloof
zo goed is.
Maar het vlees verandert nooit. Er is geen vlees
zonder tekortkomingen, en het doet altijd verkeerd en onthult de tekortkomingen.
Als u toevallig denkt dat u naar het Koninkrijk van God kunt gaan vanwege enkele
goede daden die uw vlees heeft gedaan, dan moet u zich realiseren dat wat uw
vlees dan ook goed gedaan moge hebben, dit voor God totaal nutteloos is. Het
enigste dat ons in staat stelt om het Koninkrijk van de Heer binnen te gaan,
is ons geloof in het Woord van de waarheid, de blauwe, paarse en dieprode wol,
dat de Heer ons heeft gered. Omdat onze Heer ons door de blauwe, paarse en dieprode
wol heeft gered, kunnen wij het Heiligdom binnengaan door slechts hierin te
geloven.
Als God ons niet door de blauwe, paarse en dieprode
wol had gered, zouden wij allen niet in staat zijn het Heiligdom binnen te gaan.
Het doet er niet toe hoe sterk ons geloof is, we kunnen er niet naar binnen.
Waarom? Omdat, als dit het geval zou zijn, dit zou betekenen dat ons geloof
van het vlees iedere dag goed moet zijn om ons in staat te stellen om er naar
binnen te gaan. Als we het Koninkrijk van God slechts kunnen binnengaan als
ons geloof iedere dag goed genoeg is, hoe zouden wij dan, die zo zwak van het
vlees zijn, ooit ons geloof iedere dag goed laten zijn en in staat zijn er naar
binnen te gaan? Als er geen manier voor ons is om zelf de verlossing van de
zonde te krijgen, en als we geen geloof hebben om iedere dag die we zondigen
terug te draaien, hoe kunnen we dan ooit ons geloof goed genoeg maken om het
Koninkrijk van God binnen te gaan? Onze lichamen zouden heilige lichamen moeten
zijn die helemaal niet zondigen of we zouden iedere dag onze berouwgebeden moeten
geven en moeten vasten, maar wiens lichaam is ooit heilig en wie kan dit ooit
doen?
Als God ons niet door de blauwe, paarse en dieprode
wol gered had, zou er niemand zijn die in staat zou zijn om het Koninkrijk van
de Hemel binnen te gaan. We zijn zo dat ons geloof een moment goed kan zijn
maar het volgende moment verdwijnt. Als ons geloof goed wordt om meteen daarna
weer te verdwijnen, raken we verward of we nu werkelijk geloof hebben of niet
en we zullen uiteindelijk zelfs het geloof dat we eerst hadden, verliezen. Uiteindelijk
worden we zelfs nog meer zondig, lang nadat we eerst in Jezus zijn gaan geloven.
Maar Jezus heeft ons, de onvoldoende zondaars, volmaakt gered volgens Zijn plan
van de zaligheid dat getoond wordt in de blauwe, paarse en dieprode wol en het
getweernd linnen. Hij heeft ons de verlossing van onze zonden gegeven.
Slechts als we dit bewijs hebben kunnen we de
gouden plaat “heiligheid aan de Heer” aan onze tulband bevestigen, net zoals
de Hogepriester (Exodus 28:36-38). Dan kunnen we het priesterschap uitvoeren.
Degenen die hun ‘heiligheid aan de Heer’ aan de mensen kunnen getuigen terwijl
ze Hem dienen als Zijn dienaren, zijn degenen die het bewijs in hun hart hebben
dat zij de verlossing van de zonde door het evangelie van het water en de Geest
hebben ontvangen.
Een gouden plaat was aan de tulband van de Hogepriester
bevestigd en deze gouden plaat, was ook met een blauwe koord aan de tulband
bevestigd. Waarom zei God dan dat de tulband met deze blauwe koord gebonden
diende te worden? Onze Heer had de blauwe wol nodig om ons te redden, en deze
blauwe wol verwijst naar het doopsel dat Jezus ontving om al onze zonden op
Zich te nemen. Als de Heer niet onze zonden had weggevaagd door ze in het Nieuwe
Testament met Zijn doopsel (dezelfde vorm als het opleggen van handen in het
Oude Testament), op Zich te nemen, dan zouden we niet de heiligheid van Jehova
kunnen ontvangen, hoe goed wij ook in Jezus geloven. Daarom was de gouden plaat
met een blauwe koord aan de tulband bevestigd. En iedereen die de Hogepriester
met de gouden plaat ziet waarop “heiligheid aan de Heer” gegraveerd staat, kan
zichzelf eraan herinneren dat zij heilig moeten zijn voor God om de verlossing
van hun zonden te ontvangen. En het laat de mensen denken hoe zij heilig kunnen
zijn voor God.
Wij moeten ons dan ook eraan herinneren hoe we
de rechtvaardigen zijn geworden. Hoe zijn we de rechtvaardigen geworden? Laat
ons Mattheüs 3:15 lezen. “Maar Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Laat nu
af; want aldus betaamt ons alle gerechtigheid te vervullen. Toen liet hij van
Hem af.” Jezus heeft ons allen van onze zonden gered door gedoopt te worden.
Omdat Jezus onze zonden op Zich nam met Zijn doopsel, zijn degenen die hierin
geloven, zondeloos. Hoe zouden wij zelfs durven zeggen dat we zondeloos zouden
zijn, als Jezus niet gedoopt was? Heeft u de verlossing van de zonde gekregen
door slechts uw geloof te belijden in Jezus’ dood aan het Kruis met oprechte
tranen in uw ogen? Er zijn zoveel mensen die, terwijl ze het moeilijk vinden
om triest te zijn door de dood van Jezus, iemand waarmee ze helemaal geen relatie
hebben, de tranen eruit proberen te persen door te denken aan de dood van hun
grootouders, de moeilijkheden die ze hadden toen ze ziek werden, of de moeilijke
tijd en verdriet van het verleden. Of u dit huilen nu voorwendt of dat u werkelijk
triest bent door de kruisiging van Jezus, uw zonden kunnen toch nooit uitgevaagd
worden op deze manier.
Zoals de gouden plaat met de inscriptie “heiligheid
aan de Heer” met een blauwe koord aan de tulband van de Hogepriester was gebonden,
zo maakt het doopsel van Jezus, wat onze zonden heeft uitgewist, ons heilig.
Ons hart ontving de verlossing van de zonden omdat Jezus al onze zonden op Zich
nam met Zijn doopsel, omdat Jehova al onze zonden op Zich droeg, en omdat alle
zonden van de wereld aan Jezus waren doorgegeven door Zijn doopsel. Het doet
er niet toe hoe gespeend ons hart met emoties is, en hoe ontoereikend wij zijn
in onze daden, we zijn de rechtvaardigen geworden en we zijn perfect gered door
het Woord van de blauwe wol dat geschreven staat in de Bijbel. Als we ons vlees
bekijken, kunnen we niet waardig zijn, maar omdat het geloof van de blauwe,
paarse en dieprode wol in ons hart is, d.w.z. omdat we het volmaakte evangelie
van het water en de Geest hebben dat ons zegt dat Jezus al onze zonden op Zich
nam door het doopsel en dat Hij onze veroordeling droeg aan het Kruis, kunnen
we moedig en zonder vrees over het evangelie spreken. Het is omdat we het evangelie
van het water en de Geest hebben dat wij volgens ons geloof als de rechtvaardigen
kunnen leven, en dit rechtvaardige geloof ook aan mensen kunnen preken.
We kunnen niet genoeg danken voor de genade van
onze Heer. Als onze zaligheid niet toevallig komt, zijn we er zelfs nog dankbaarder
voor. De zaligheid die we ontvingen, is niet iets onbeduidends dat iedereen
gewoon kan krijgen zelfs als hij/zij niet goed gelooft. Als men de Heer roept
volgens zijn eigen grillen terwijl men zegt, “Heer, Heer,” dan betekent dat
niet dat iedereen die dat doet, gered kan worden. Omdat we het bewijs dat onze
zonden verdwenen zijn door het evangelie van het water en de Geest in ons hart
hebben, dat de Heer ons dus nauwkeurig heeft gered met de blauwe, de paarse
en dieprode wol en het getweernde linnen, zijn we zo dankbaar voor deze grote
zaligheid.
De Bijbel vertelt ons dat iedereen die in Jezus
Christus, de Zoon van God gelooft, de getuigenis in zijn/haar hart heeft (1
Johannes 5:10). Als er geen getuigenis in ons hart is, zouden we God in een
leugenaar doen keren, en dus moeten we allen het beslissende bewijs in ons hart
hebben. Daarom is er geen reden om terug te deinzen als sommige mensen u uitdagen
en vragen, “Geef me een bewijs dat je gered bent. Je zegt dat als mensen de
verlossing van de zonden ontvangen, zij de Heilige Geest als geschenk ontvangen,
en dat er een duidelijk bewijs van zaligheid is. Geef me dat bewijs.” U kunt
het bewijs moedig als volgt geven: “Ik heb het evangelie van het water en de
Geest waarmee Jezus me volledig gered heeft, in mij. Omdat ik volledig door
Hem gered ben, heb ik geen zonde.”
Als je geen bewijs van je zaligheid in je hart
hebt, dan ben je niet gered. Het doet er niet toe hoe vurig mensen in Jezus
geloven. Dit alleen, draagt niet bij tot hun zaligheid. Dit is slechts een onbeantwoorde
liefde. Het is een liefde die geen acht slaat op hoe de andere persoon zich
zal voelen. Als iemand waar wij niet van kunnen houden, een hartkloppingen heeft
en iets van ons verwacht, liefde voor ons voelt en naar ons kijkt alsof hij/zij
sterft van de liefde, dan betekent dat niet dat we deze persoon ook moeten liefhebben.
God neemt ook niet degenen in Zijn armen die de verlossing van hun zonden niet
hebben ontvangen, alleen maar omdat hun hart pijn doet voor Hem. Niets anders
dan dit, is de onbeantwoorde liefde van de zondaars voor God.
Als we God liefhebben, moeten we Hem liefhebben
door in Zijn Woord van de waarheid te geloven. Onze liefde voor Hem moet niet
van een kant komen. We moeten Hem onze liefde voor Hem vertellen, en we moeten
eerst uitvinden of Hij ons werkelijk liefheeft of niet, voordat we Hem liefhebben.
Als we al onze liefde aan de andere persoon geven die ons eigenlijk niet liefheeft,
dan zullen we met een gebroken hart eindigen.
Onze Heer heeft ons gekleed in de heerlijkheid
van de zaligheid van onze zonden zodat we er niet voor veroordeeld hoeven te
worden. Hij heeft ons ook toegestaan om het Koninkrijk van God binnen te gaan
en er met God te leven en Hij heeft ons het geschenk gegeven dat ons in staat
stelt om de verlossing van de zonden te ontvangen door de genade van God. Gods
zaligheid heeft ons ontelbare geestelijke zegens van de Hemel gebracht. Alleen
al deze zaligheid die God ons gegeven heeft, heeft ons, met andere woorden,
in staat gesteld om deze zegens van Hem te ontvangen.
De zaligheid die Jezus Zelf aan ons gebracht heeft
Onze Heer heeft ons gered door de blauwe, paarse
en dieprode wol. Hij heeft ons de zaligheid gegeven die gemaakt is van drie
verschillende draden. Deze zaligheid van de blauwe, paarse en dieprode wol is
niets anders dan het geschenk van de zaligheid dat God ons heeft gegeven. Dit
geschenk van de zaligheid stelt ons in staat om het Heiligdom binnen te treden
en er te leven.
Het evangelie van het water en de Geest heeft
ons in rechtvaardigen gekeerd. Het stond ons toe om in Gods Kerk te komen en
er een leven van reinheid te leven. En het ware evangelie stelt ons in staat
om op het geestelijke Woord van God te voeden en om Zijn genade te ontvangen.
Het heeft ons ook toegestaan om voor de troon van genade van God te staan en
te bidden en ons daarbij het geloof te geven waarmee we de overvloedige genade
die God ons heeft geschonken, als die van ons te zien. Alleen door onze zaligheid,
heeft God zulke grote zegens van ons gemaakt. Daarom is zaligheid zo waardevol.
Jezus zei ons dat we onze geloofshuizen op een
rots moesten bouwen (Mattheüs 7:24). Deze rots is niets minder dan onze zaligheid
die door het evangelie van het water en de Geest komt. Daarom moeten we allen
ons geloofsleven leiden door gered te zijn; we moeten de rechtvaardigen worden
door gered te zijn, het eeuwige leven genieten door gered te zijn, en de Hemel
binnengaan door gered te zijn.
De eindtijd van deze wereld nadert. De mensen
hebben daarom in deze tijd nog meer redenen om gered te worden volgens het exacte
Woord. Er zijn enkele mensen die zeggen dat men gered kan worden door alleen
maar grofweg in Jezus te geloven, zonder het geloof van de blauwe, paarse en
dieprode wol te kennen en dat er geen noodzaak is om over het geloofsleven te
praten, want het verstikt om op deze manier gered te worden.
De reden waarom ik dit echter herhaaldelijk zeg,
is dat slechts degenen die de verlossing van de zonden in hun hart hebben verkregen,
hun geloofsleven kunnen leiden dat God goedkeurt. Omdat het hart van iedere
heilige die de verlossing van de zonden heeft ontvangen, de heilige tempel is
waar de Heilige Geest aanwezig is, moet hij/zij zijn/haar geloofsleven leiden
om deze heiligheid niet te schenden.
Hoe de rechtvaardigen hun leven leiden, is in
een heel andere dimensie dan hoe de zondaars leven. Vanuit Gods standpunt, leven
de zondaars volledig beneden Zijn standaard. Hun leven is slechts gevuld met
huichelarij. Zij proberen erg hard om volgens de Wet te leven. Zij bepalen hun
eigen normen over hoe zij moeten lopen, hoe zij hun levens moeten leiden, hoe
zij moeten praten, en hoe zij moeten lachen.
Maar dit is verre verwijderd van het geloofsleven
dat de rechtvaardigen leven. God vertelt de rechtvaardigen gedetailleerd, “Heb
de Heer uw God lief met heel uw hart en maak uw naasten sterk en heb hen lief
zoals u uzelf liefheeft.” Dit is de manier van leven dat God de rechtvaardigen
heeft gegeven. Het is voor ons rechtvaardigen, juist om ons leven te leven door
God met ons hele hart lief te hebben, en door Zijn wil met al onze kracht en
wil te volgen. Om onze naasten te redden, moeten we ontelbare investeringen
maken in Zijn werken. Dit is het leven van de Christenen.
Als we op een niveau blijven waar we denken dat
het slechts telt dat wijzelf niet zondigen, dan kunnen we niet het getrouwe
leven van de wedergeboren Christenen leven. Voordat ik wedergeboren was, leidde
ik een wettisch geloofsleven in een conservatieve Presbyteriaanse denominatie
en wat het leven van de Wet betrof, probeerde ik me er volledig aan te houden.
Tegenwoordig doen de mensen dat niet meer, maar omdat ik mijn religieuze leven
van vroeger heb geleid, was ik enorm geneigd om me in mijn dagelijkse leven
aan de Wet te houden. Ik was zo gehoorzaam aan de Wet dat ik nooit werkte op
de dag des Heren, omdat de Wet gebood dat de Sabbat herinnert en heilig gehouden
moest worden, tot in de mate dat ik ‘s zondags zelfs nooit auto reed. Als ik
van u verlangde om zo te leven, dan zou er bijna niemand zijn die zo’n wettisch
leven kon leiden. Zo wettisch was mijn leven voordat ik wedergeboren was. Het
deed er echter niet toe hoe godsvruchtig ik mijn religieuze tijd doorbracht,
het had niets met Gods wil te maken en was absoluut nutteloos.
Lezers, hebben jullie het geloof van de blauwe,
paarse en dieprode wol? Omdat Jezus’ zaligheid door deze drie draden omvat wordt,
kunnen wij door ons geloof het Heiligdom binnen. Onze zaligheid werd meer dan
2000 jaar geleden vervuld. Jezus Christus nam reeds voordat wij over Hem wisten,
al onze zonden op Zich door gedoopt te worden en Hij droeg de veroordeling van
onze zonden, door aan het Kruis te sterven.
De zaligheid van de zonde is bepaald in Jezus Christus
Als degenen die niet wedergeboren zijn, de Tabernakel
binnengaan, dan gaan zij niet door de poort van het voorhof, maar zij klimmen
illegaal over de omheining. Zij zeggen, “Waarom is het getweernde linnen van
de omheining zo wit? Het is zo drukkend. Zij hadden het met wat rood en blauw
moeten verven. Dat is wat tegenwoordig modern is. Maar deze omheining is gewoon
te wit! Het komt teveel naar voren. En waarom is het zo hoog? Het is meer dan
2,25 meter hoog. Ik ben zelf nog geen 2 m lang; hoe zou ik dan naar binnen moeten
komen als de omheining zo hoog is? Goed, ik kan erover heen klimmen als ik een
ladder gebruik!”
Zulke mensen proberen door hun eigen goede daden
naar binnen te komen. Zij klimmen met hun offers, vrijwilligerswerken, en geduld,
over de omheining van het voorhof van de Tabernakel en zij springen van de omheining
af terwijl ze zeggen, “ik kan zeker 2,25m omlaag springen.” Als zij dus in het
voorhof van de Tabernakel zijn geklommen, kijken zij om en zien het brandofferaltaar.
Dan nemen zij hun ogen van het altaar af en kijken naar het Heiligdom en het
eerste wat zij zien is het wasbekken dat ervoor ligt.
De hoogte van de pilaren van de omheining van
het voorhof van de Tabernakel is 2,25m, maar de hoogte van de pilaren en het
scherm van de deur van het Heiligdom waar God aanwezig is, is 4,5m. De mensen
kunnen, als zij genoeg uithoudingsvermogen hebben, door hun wil het voorhof
van de Tabernakel binnengaan. Maar zelfs als zij over de 2,25m hoge omheining
springen en het voorhof van de Tabernakel binnengaan, zullen zij nog de 4,5m
hoge pilaren en een scherm van de deur van het Heiligdom aanschouwen als zij
proberen binnen te gaan waar God woont. Mensen kunnen door hun eigen inspanningen
over 2,5m springen. Maar zij kunnen niet over 4,5m springen die door God bepaald
zijn. Dit is hun grens.
Dit betekent dat als we pas in Jezus geloven,
we slechts kunnen geloven als een religie. Sommige mensen kunnen ook door hun
eigen wil in Jezus als hun Verlosser geloven. En ze kunnen ook geloven dat de
Verlosser slechts een van de vier grote sagen is. Het doet er niet toe hoe de
mensen geloven, zij kunnen hun eigen geloof hebben op de manier die zij kiezen,
maar zij kunnen niet werkelijk wedergeboren zijn door zo’n geloof.
Om werkelijk wedergeboren te zijn, moeten we,
door ons geloof, door de poort van de blauwe, paarse en dieprode wol gaan. We
zijn voor God wedergeboren door te geloven dat Jezus onze Verlosser is en de
deur van de waarheid en dat Hij ons heeft gered door het water, het bloed en
de Geest. Het geloof dat in de werken van Jezus gelooft, dat getoond wordt in
de drie draden, is niets minder dan het geloof van het water, het bloed en de
Geest. De mensen zijn vrij om in iets anders te geloven, maar er is absoluut
geen positief bewijs dat zij gered en enorm gezegend kunnen worden door zo te
geloven. Slechts met ons geloof in het evangelie van het water en de Geest,
kunnen we de goedkeuring van God en de grote genade en zegens van Gods zaligheid
ontvangen. Het doel van dit geloof in het evangelie van het water en de Geest
is om ons in Gods genade te kleden.
Beschouwt u de Tabernakel slechts als een rechthoekige
hof, met een huis erin? Dit kan geen enkel voordeel brengen aan uw geloof. De
Tabernakel vertelt ons over het hele geloof, en we moeten precies weten wat
dit geloof is.
Terwijl u de Tabernakel niet goed kent, zult u
misschien denken dat de hoogte van de Tabernakel ongeveer de hoogte van de omheining
is, 2,25m. Maar dit is niet het geval. Zelfs als we niet het voorhof binnengaan,
maar naar de Tabernakel van buiten de omheining kijken, kunnen we zien dat de
Tabernakel twee keer zo hoog is als de omheining. Alhoewel we niet in staat
zijn om de onderkant van de Tabernakel te zien, zouden we toch de deur nog duidelijk
kunnen zien, wat ons zegt dat de Tabernakel hoger gebouwd is dan de omheining
van het voorhof.
Degenen die de verlossing van hun zonden hebben
ontvangen door in Jezus te geloven en daarbij de poort van het voorhof van de
Tabernakel binnen te gaan, moeten hun juiste geloof bevestigen bij het brandofferaltaar
en het wasbekken, en dan het Heiligdom binnengaan. Om het Heiligdom binnen te
gaan, moet er ongetwijfeld zelfontkenning zijn. De gebruiksvoorwerpen in het
Heiligdom moeten onderscheiden worden van alle gebruiksvoorwerpen die buiten
het Heiligdom gevonden worden.
Weet u wat Satan het meeste haat? Hij verafschuwt
het dat de scheidingslijn tussen het binnenste en het buitenste van het Heiligdom
is gemarkeerd. Omdat God onder degenen werkt die het binnenste van het buitenste
van het Heiligdom onderscheiden, haat Satan het dat zo’n lijn getrokken is en
hij probeert de mensen ervan te weerhouden om deze lijn te trekken. Maar denk
hieraan: God werkt duidelijk door de mensen die deze scheidingslijn van geloof
trekken. God is behaagt door zulke mensen die deze scheidingslijn trekken en
Hij geeft hen Zijn zegens zodat zij in het Heiligdom kunnen leven met hun schitterende
geloof.
Geloof dat alle gebruiksvoorwerpen in het voorhof
van de Tabernakel en alle materialen die ervoor gebruikt zijn, voorbereid en
vooraf geregeld zijn door God zodat de mensen de verlossing van hun zonden kunnen
krijgen. En als u in het Heiligdom komt door hierin te geloven, zal God u zelfs
nog grotere genade en zegens schenken.
Het verzoendeksel is de plaats waar de genade van de zaligheid
wordt ontvangen
In
het Allerheiligdom strekken twee cherubijnen hun vleugels uit terwijl
ze naar beneden kijken van boven de deksel dat de Ark van het Verbond
bedekt. De ruimte tussen de twee cherubijnen wordt het verzoendeksel
genoemd. Het verzoendeksel is waar God Zijn genade aan ons geeft.
De deksel van de Ark van het Verbond was bevlekt met bloed omdat
de Hogepriester het bloed van het offer, dat gegeven werd voor het
volk van Israël, zeven keer op deze verzoendeksel sprenkelde. God
daalde dus af naar het verzoendeksel en schonk Zijn genade aan het
volk van Israël. Voor degenen die hierin geloven, begint Gods zegen,
bescherming en leiding. Vanaf dat moment, worden zij het ware volk
van God en zijn ze bevoegd om het Heiligdom binnen te gaan.
Onder de vele Christenen in deze wereld, zijn
er enkelen wiens geloof hun heeft toegestaan het Heiligdom binnen te gaan, terwijl
anderen niet zo’n geloof hebben waarmee ze het Heiligdom kunnen binnengaan.
Welk soort geloof heeft u? We hebben het geloof dat de duidelijke lijn van de
zaligheid kan trekken en het Heiligdom van God binnen kan gaan, want alleen
maar door dit te doen, kunnen we enorm gezegend worden door God.
Maar het is niet zo gemakkelijk om dit soort geloof
te hebben. Omdat Satan het haat als de mensen de duidelijke lijn van de zaligheid
trekken, probeert hij constant deze lijn te vervagen. “Je hoeft niet op deze
manier te geloven. Niet iedereen gelooft zo, dus waarom hecht je er zoveel belang
aan en blijf je jezelf herhalen? Maak het je gemakkelijk en ga met de stroom
mee.” Door zulke dingen te zeggen, probeert Satan deze duidelijke lijn van de
zaligheid te verdoezelen. Satan onthult ook onze zwakheid van het vlees en probeert
deze in problemen te laten keren. Zult u een van de mensen zijn die naar de
bedriegende woorden van Satan luistert die ons van God probeert te scheiden?
Of zult u uw leven leiden door uzelf dagelijks aan uw zaligheid te herinneren,
u te verenigen met de Kerk, het Woord van God te volgen, een gebedsleven te
leiden, en de genade van God te ontvangen die aan u geschonken wordt?
Degenen die de verlossing van de zonden hebben
gekregen, willen zich eigenlijk zelf aan hun zaligheid herinneren. Zij willen
steeds weer over het evangelie van het water en de Geest uitweiden. Het is goed
en noodzakelijk voor u om over het evangelie te na te denken. Bent u niet zo?
“Jeetje, is het dat verhaal alweer, terwijl we gered zijn? Het materiaal van
het verhaal en het plot mogen dan verschillen, maar het is nog steeds hetzelfde
verhaal. Ik wordt hier doodmoe van!”
Is er iemand die dit zal zeggen? Ik zou het erg
vinden als ik hetzelfde verhaal over mezelf iedere dag zou vertellen, maar wat
kan ik eraan doen als de Bijbel ons vertelt dat we iedere dag over onze zaligheid
moeten peinzen? Als zowel het Oude als ook het Nieuwe Testament tot ons spreekt
van het evangelie van het water en de Geest, dan is het slecht als mensen eigenlijk
iets anders dan dit evangelie voor God preken. Het hele Woord van de Bijbel
spreekt van het evangelie van het water en de Geest. “De zaligheid, het geloofsleven,
het geloof, het geestelijk leven, het vechten tegen Satan, de Hemel, de heerlijkheid,
de genade, de zegens, de herrijzenis, het eeuwige leven, de hoop en de Heilige
Geest”, al deze belangrijke begrippen van de heiligen zijn verwant aan dit ware
evangelie. Om ergens anders van te spreken is slechts ketterij en valse leringen.
Wat hetzelfde lijkt maar in wezen verschillend is, is niets anders dan een valse
lering. Evangelies die van de buitenkant hetzelfde lijken, maar die van binnen
verschillen van het evangelie van het water en de Geest, zijn slechts pseudo-evangelies
van valse religies.
Is het niet prachtig dat Gods Kerk het Woord van
God iedere dag verspreid, en niet de bedriegende woorden van valse religies?
Het is een zegen dat we verenigd zijn met Gods Kerk, om het reine Woord van
God te horen en erin te geloven. Door altijd het evangelie van het water en
de Geest te preken, stelt de Kerk van God de heiligen in staat om iedere dag
aan de genade van God te denken, tot Hem te bidden en Hem te vereren en een
leven te leiden dat niet het kwaad vervolgd. Bent u niet gelukkig dat u het
Woord van de waarheid nog eens gehoord heeft, en dat u erin gelooft. Het Woord
van de waarheid dat u toestaat de verlossing van de zonden te ontvangen. Ik
ben ook erg gelukkig.
Als ik gedwongen werd om iets anders te preken
dan dit evangelie van het water en de Geest, dan zou ik enorm lijden. Als ik
gedwongen werd om het Woord van de zaligheid niet te preken maar andere menselijke
leringen, dan zou ik willen vluchten. Het is natuurlijk niet omdat ik niets
anders heb om over te praten. Er zijn genoeg menselijke thema’s die ik kan aanspreken,
maar deze zijn alle onnoodzakelijk en het zijn slechts leringen van bedorven
zuurdesem voor degenen onder ons die wedergeboren zijn.
Slechts dit evangelie van het water en de Geest
waardoor Jezus, God Zelf, ons gered heeft, is het waardevolle Woord van God
dat ons de zoetheid geeft, zelfs als we steeds opnieuw erop kauwen. Er zijn
ook veel andere verhalen die ik u vertel, maar ik houdt er het meest van als
ik van het evangelie van het water en de Geest spreek, dat ons heeft gered.
Ik ben dan helemaal opgetogen. Ik ben het allergelukkigste als ik van deze zaligheid
spreek, want dit is wanneer ik oude herinneringen kan ophalen, mezelf eraan
kan herinneren hoe de Heer me heeft gered, Hem nog eens bedanken kan en weer
op het brood van de zaligheid kan voeden.
Ik ben ervan overtuigd dat u het ook het liefste
heeft als u dit Woord van de zaligheid hoort. Misschien beklaagt u zich wel
dat het iedere dag hetzelfde verhaal is, maar diep in uw hart denkt u, “Nu dat
ik het weer gehoord heb, is het zelfs nog beter. Eerst was het niet zo geweldig,
maar als ik het blijf horen, kan ik zien dat er geen ander verhaal dan dit het
waard is om naar te luisteren. Ik dacht dat het verhaal van vandaag iets bijzonders
was, maar de conclusie zegt me dat het hetzelfde verhaal is. Maar toch, ik ben
gelukkig.” Ik ben ervan overtuigd dat uw hart dit ook voelt.
| Wilt
u meer weten over de Tabernakel? Klik dan op de
onderstaande banner om uw gratis boek over de Tabernakel te
ontvangen. |
 |
Broeders en zusters, wat ik hier preek
is het Woord van Jezus. Prekers moeten het Woord van Jezus preken.
Preken wat Jezus voor ons gedaan heeft, en de waarheid van het water
en de Geest door dit geschreven Woord verspreiden, is niets minder
dan wat Gods Kerk verondersteld wordt te doen. We leiden nu onze
geloofslevens in de Kerk. Om het Heiligdom binnen te gaan, te verlichten
onder de kandelaar met de zeven armen die gemaakt is van gehamerd
goud, het brood in het huis van puur goud te eten, aan het wierookaltaar
te bidden, naar de Tempel van God te gaan, Hem te aanbidden, en
in dit huis van goud te leven, is alles ons geloofsleven.
U en ik leiden nu het geloofsleven dat door God
gegeven is. De ontvangst van de verlossing van de zonden en het leven van het
geloofsleven, is waar het leven in het gouden Huis van God om draait. “Maar
hoewel onze uitwendige mens verdorven wordt, zo wordt nochtans de inwendige
vernieuwd van dag tot dag”(2 Corinthiër 4:16). Met ons geloof in de blauwe,
paarse en dieprode wol en het getweernde linnen dat getoond wordt in de Tabernakel,
leven onze zielen in het Huis van God, schitterend van goud.
Ik geef mijn eeuwige dank aan God omdat Hij ons
gered heeft van alle zonden en van de veroordeling. Halleluja!
Terug
naar lijst
|