|
Het geloof dat getoond
wordt in het wasbekken
< Exodus 30:17-21 >
“En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
‘Gij zult ook een koperen wasvat maken, met zijn koperen voet, om te wassen;
en gij zult het zetten tussen de tent der samenkomst, en tussen het altaar,
en gij zult water daarin doen; Dat Aaron en zijn zonen zich daaruit wassen,
hun handen en voeten. Wanneer zij in de tent der samenkomst zullen gaan,
zo zullen zij zich met water wassen, opdat zij niet sterven; of wanneer
zij tot het altaar naderen, om te dienen, dat zij het vuuroffer den HEERE
aansteken; Zij zullen dan hun handen en voeten wassen, opdat zij niet
sterven; en dit zal hun een eeuwige inzetting zijn, voor hem en zijn zaad,
bij hun geslachten.’”
Het wasbekken in de voorhof van de Tabernakel
Materiaal:
Het was gemaakt van brons en altijd gevuld met water.
Geestelijke betekenis: brons betekent het
oordeel van alle zonden van de mensheid. Om de veroordeling van alle zonden
van de mensheid te dragen, nam Jezus de zonden van de wereld op Zich door
gedoopt te worden van Johannes. De betekenis van het wasbekken is dus
dat we van al onze zonden gereinigd kunnen worden door te geloven dat
al deze zonden van ons aan Jezus waren doorgegeven met Zijn doopsel.
De priesters die in de Tabernakel dienden,
wasten ook hun handen en voeten in het wasbekken voordat ze de Tabernakel
binnengingen en daarmee vermeden ze hun dood. Brons verwijst naar het
oordeel van alle zonden; en het water van het wasbekken verwijst naar
het doopsel dat Jezus van Johannes ontving en waarmee Hij de zonden van
de wereld op Zich nam. Met andere woorden, het wasbekken vertelt ons dat
Jezus alle zonden die aan Hem werden doorgegeven, accepteerde en dat Hij
de veroordeling voor deze zonden droeg. Het water in het wasbekken betekent
in het Oude Testament, de blauwe wol van de Tabernakel en in het Nieuw
Testament, het doopsel dat Jezus van Johannes ontving (Mattheüs 3:15,
1 Petrus 3:21).
Het wasbekken verwijst dus naar het doopsel
van Jezus en het is de plaats waar we ons geloof in het feit dat Jezus
al onze zonden droeg, inclusief onze actuele zonden, bevestigen en ze
allen in een keer wegwassen door het doopsel dat Hij van Johannes de Doper
ontving zo’n 2.000 jaar geleden.
Er zijn rechtvaardigen in deze wereld die
wedergeboren zijn door in het evangelie van het water en de Geest te geloven.
Zij zijn het die de verlossing van hun zonden hebben ontvangen door te
geloven dat al hun zonden vergeven waren door de werken van Jezus die
getoond worden in de blauwe, paarse en dieprode wol en het getweernde
linnen. Omdat zelfs de rechtvaardigen die de verlossing van de zonden
hebben ontvangen, echter onvoldoende zijn in hun vlees, kunnen zij het
niet vermijden om dagelijks te zondigen en zulke zonden worden de actuele
zonden genoemd. De plaats waar de rechtvaardigen, die hun verlossing van
de zonden hebben ontvangen, komen om het probleem van hun actuele zonden
op te lossen, is nergens anders dan dit wasbekken. Als de rechtvaardigen
actuele zonden begaan, komen zij naar het wasbekken in de voorhof van
de Tabernakel en wassen hun handen en voeten en zij kunnen daarbij het
feit bevestigen dat Jezus hun reeds ook van al hun dagelijkse zonden vergeven
heeft door te geloven in het geschreven Woord van God.
In de Bijbel wordt water soms gebruikt om
ook naar het Woord van God te verwijzen, maar de allerbelangrijkste betekenis
van water is het doopsel van Jezus. Efeziërs 5:26 zegt, “Opdat Hij
haar heiligen zou, haar gereinigd hebbende met het bad des waters door
het Woord,” en Johannes 15:3 zegt, “Gijlieden zijt nu rein om het
woord, dat Ik tot u gesproken heb.” Het wasbekken stelt de heiligen,
die de verlossing van hun zonden hebben ontvangen, in staat om het bewijs
te bezitten dat de Heer al hun zonden heeft vergeven met water, hoe ontoereikend
hun vlees ook moge zijn.
1 Petrus 3:21 en 22 verklaart, “Waarvan
het tegenbeeld, de doop, ons nu ook behoudt, niet die een aflegging is
der vuiligheid des lichaams, maar die een vraag is van een goed geweten
tot God, door de opstanding van Jezus Christus;Welke is aan de rechter
hand Gods, opgevaren ten hemel, de engelen, en machten, en krachten Hem
onderdanig gemaakt zijnde.” Net voor deze verzen, verklaart Petrus
de geestelijke betekenis van het water van Noach’s dagen. Zelfs al had
Noach de zondaars gewaarschuwd, de zielen die gevangen waren door de zonden,
met andere woorden van de vloed die alle viezigheid van de eerste wereld
zou wegwassen, en slechts acht waren door het water gered. Het water van
de vloed verteerde in die tijd allen die nooit in Gods Woord hadden geloofd.
En nu onttrekt Petrus van het incident van de vloed dat Jezus’ doopsel
het tegenbeeld van dit water is. Als dusdanig is het wasbekken de plaats
waar we nog eens onze zaligheid voor God bevestigen, evenwel als we gered
zijn als ook erna.
De heiligen die van hun zonden gered zijn
door geloof, zijn gekleed in Gods genade door in het water van het wasbekken
(het doopsel van Jezus), het brons (Gods oordeel voor alle zonden) en
dat Jezus hen van hun zonden heeft verlost, te geloven. Zelfs als we nog
zo vol zwakheden en tekortkomingen zijn dat we onszelf amper als de rechtvaardigen
kunnen herkennen, kunnen we zeker bevestigen dat we volledig rechtvaardig
zijn door ons geloof in het doopsel van Jezus (het dragen van zonden,
water) en Zijn bloedvergieten aan het Kruis (de veroordeling van de zonden,
brons) opnieuw te tonen. Omdat we in het Woord van God geloven dat ons
reeds gered heeft van al onze zonden en de veroordeling van deze zonden,
kunnen we altijd de rechtvaardigen worden die zondeloos zijn.
Het Woord van God, waarin we geloven, vertelt
ons dat Jezus onze zonden op Zich nam door Zijn doopsel dat Hij van Johannes
ontving, Zijn bloed aan het Kruis vergoot om alle veroordeling voor de
zonden in onze plaats te dragen en Hij heeft ons daarmee volledig van
onze zonden gered. God plaatste het wasbekken in de voorhof van de Tabernakel
zodat we met ons geloof zouden bevestigen dat we, onder welke omstandigheden
dan ook, degenen zijn die volmaakt van al onze zonden gered zijn.
Bent u voor eeuwig van al uw actuele zonden gered?
Tijdens het Laatste Avondmaal, wilde Jezus,
na het delen van het Paasbrood en de wijn met Zijn discipels, voordat
Hij aan het Kruis stierf, de voeten van Petrus en de andere discipels
wassen. Omdat Jezus reeds alle zonden van Zijn discipels had genomen door
Zijn doopsel dat Hij van Johannes ontving, wilde Hij ze de waarheid van
het wasbekken leren. Jezus zei hen dat Hij, nadat Hij gedoopt was, als
het Paaslam de loon (dood) voor de zonden zou betalen door in een boom
opgehangen te worden. Als dusdanig werden de twaalf discipels van Jezus
nooit meer zondaars, alhoewel ze onvoldoende bleven nadat ze in Hem zijn
gaan geloven.
Zo bevestigde het feit dat Jezus hun voeten
wastte, hen ook wat het Woord van de waarheid getuigde, dat Jezus reeds
al hun zonden van de wereld heeft weggewassen. Zo konden de discipels
altijd tot de mensen van de wereld preken dat Jezus de Verlosser is en
het evangelie van het water en de Geest preken dat Hij reeds vervuld had
(Hebreeën 10:1-20). Het wasbekken staat de rechtvaardigen, die gered zijn
van al hun zonden door in de waarheid te geloven, dus toe om zich het
doopsel van Jezus te herinneren. Het geeft hen ook de overtuiging van
de zaligheid die God Zelf aan hun heeft geleverd.
De Bijbel duidt niet de grootte van het wasbekken aan
Terwijl de grootte van alle andere dingen
in de Tabernakel opgenomen zijn, is de grootte van het wasbekken dat niet.
Dit toont ons dat het feit dat Jezus, de Zoon van God, onze zonden op
Zich nam met Zijn doopsel, oneindig groot is. Het zegt ons ook dat de
liefde van Jezus die ons van onze zonden en veroordeling gered heeft,
onbegrensd is. Het wasbekken toont de grote liefde van God die onmeetbaar
is. Menselijke wezens zijn voorbestemd om te blijven zondigen zolang dat
ze leven. Maar door alle zonden van de wereld met Zijn doopsel dat Hij
ontving van Johannes, op Zich te nemen en door gekruisigd te worden en
Zijn bloed aan het Kruis te vergieten, heeft Jezus al onze zonden voor
altijd uitgewist.
Het wasbekken werd gemaakt door de bronzen
spiegels van de vrouwen die de Tabernakel dienden, te smelten (Exodus
38:8). Dit betekent dat het Woord van God het licht van de zaligheid op
de zondaars schijnt en al hun duisterheid wegneemt. We moeten ons realiseren
dat God het wasbekken heeft gemaakt zodat Hij Zelf onze zonden kon wegwassen.
Dit Woord van de waarheid heeft het licht op de zonden van de mensen laten
schijnen die diep in hun hart verborgen waren, waste hun zonden voor altijd
weg en gaf hun de verlossing van de zonden en heeft hun daarbij in de
rechtvaardigen gekeerd. Met andere woorden, het wasbekken speelt de rol
van het duidelijk getuigen tot de waarheid dat Jezus Christus ons, de
zondaars, volledig met het Woord van God gered heeft.
Het wasbekken was ook van brons gemaakt
Weet u wat de betekenis is van het brons
dat gebruikt werd om het wasbekken te maken? Brons verwijst naar niets
minder dan de veroordeling voor de zonden die wij zouden moeten aanschouwen.
Om duidelijker te zijn, het zegt ons dat Jezus al onze zonden naar het
Kruis droeg met Zijn doopsel en dat Hij voor ons veroordeeld werd. Wij
waren het die eigenlijk veroordeeld moesten worden voor onze zonden, maar
door het water van het wasbekken kunnen we nogmaals bevestigen dat al
onze zonden gereinigd zijn. Degenen die hierin geloven, worden degenen
die veroordeeld zijn door hun geloof en daarom hoeven zij niet meer een
oordeel te aanschouwen.
Het wasbekken dat gevuld is met water, vertelt
ons, “Door de blauwe, paarse en dieprode wol en het getweernd linnen,
heeft Jezus reeds al uw zonden gereinigd en ben je volledig van al je
zonden gered. Hij heeft je rein gemaakt.” Het wasbekken is met andere
woorden, het positieve bewijs voor de rechtvaardigen die de verlossing
van de zonden hebben ontvangen dat zij van hun zonden gereinigd en gered
zijn.
Het brandofferaltaar betekent het oordeel
voor de zonden, terwijl het wasbekken, dat verwant is aan de blauwe wol
onder de materialen van de Tabernakel, ons vertelt dat Jezus onze zonden
op Zich nam met Zijn doopsel in het Nieuwe Testament.
We kunnen slechts het Heiligdom binnengaan
als we de poort van de voorhof van de Tabernakel openen en binnengaan,
aan het brandofferaltaar voorbij lopen en dan naar het wasbekken gaan.
Degenen die de Tabernakel, waar God aanwezig is, binnen kunnen, zijn slechts
degenen die duidelijk volgens geloof door het brandofferaltaar en het
wasbekken zijn gegaan. Slechts degenen die de verlossing van de zonden
hebben gekregen door in de waarheid van het wasbekken van de voorhof van
de Tabernakel te geloven, kunnen het Heiligdom binnengaan.
Als iemand uit zijn eigen kracht het Heiligdom
binnen probeert te gaan, zal er vuur uit het Heiligdom komen en deze persoon
verslinden. Zelfs Aarons zonen waren geen uitzondering hierop, en sommigen
van hen stierven feitelijk hierdoor (Leviticus 10:1-2). Degenen die onwetend
zijn t.o.v. Gods rechtvaardige dragen van de zonden en het oordeel en
die deze waarheid negeren, zullen gedood worden vanwege hun zonden. Mensen
die het Koninkrijk van God proberen binnen te komen door volgens hun eigen
gedachten te geloven in plaats van te geloven in Zijn buitengewoon volmaakte
zaligheid van de zonde, zal zeker het oordeel van vuur aanschouwen voor
hun zonden. Door het onvermijdelijke oordeel van de zonde, zal hun slechts
de hel als consequentie hiervan staan te wachten.
Jezus voltooide onze zaligheid van de zonde
met de blauwe, paarse en dieprode wol en het getweernde linnen zodat we
in staat zouden zijn om het Heiligdom binnen te gaan. Slechts door in
deze waarheid te geloven, zijn we helemaal van al onze zonden gered. God
heeft Zijn plan om de mensheid van de zonde te redden, nog voor de schepping
bepaald en Hij heeft ons Zijn wil gedetailleerd laten weten door de waarheid
van de blauwe wol (het doopsel van Jezus), de dieprode wol (de dood van
Jezus aan het Kruis) en de paarse wol (God werd een mens) in de Bijbel.
En volgens dit plan heeft Hij inderdaad alle zondaars van hun zonden en
ongerechtigheden gered door de werken van Jezus die getoond worden in
deze blauwe, paarse en dieprode wol.
1 Johannes 5:4 zegt, “Want al wat uit
God geboren is, overwint de wereld; en dit is de overwinning, die de wereld
overwint, namelijk ons geloof,” en dit wordt gevolgd door vers 10,
waarin staat, “Die in den Zoon van God gelooft, heeft de getuigenis
in zichzelven.” Wat is deze getuigenis van de zaligheid? Het evangelie
van de waarheid dat ons onze zaligheid heeft gegeven door het water, het
bloed en de Geest, is de getuigenis van ons geloof in de Zoon van God
(1 Johannes 5:6-8). Met andere woorden, slechts het evangelie van het
water en de Geest waarin we geloven, is het bewijs dat God ons van onze
zonden heeft gereinigd en ons Zijn eigen volk heeft gemaakt. De enigste
manier voor ons om van al onze zonden gered te worden, het Heiligdom binnen
te gaan, het brood des levens gevoed te krijgen dat door God gegeven wordt
en in Zijn genade te leven, is om in niets minder dan dit evangelie van
het water en de Geest te geloven. Door in het evangelie van het water
en de Geest te geloven dat onze zonden reinigt, moeten we nu gered zijn
en ons geloofsleven leiden door ons met Gods Kerk te herenigen.
Door de waarheid van het evangelie van het
water en de Geest kunnen we bevrijd worden op het Woord van God in Zijn
Kerk, ermee verenigd worden en als de rechtvaardigen leven wiens gebeden
door God worden verhoord. Als we in deze waarheid geloven, kunnen we de
rechtvaardigen worden die het geloof van de blauwe, paarse en dieprode
wol hebben en die een leven leiden terwijl ze gekleed zijn in de genade
van God in Zijn aanwezigheid. Het geloofsleven dat slechts geleefd kan
worden door het volk van God, komt slechts door in het water, het bloed
en de Geest te geloven. We kunnen gered worden van al onze zonden door
met ons hart in het doospel van Jezus te geloven, Zijn bloedvergieten
en dood, en dat Jezus God Zelf is. Het geloof dat u in staat stelt om
in Gods Kerk te leven is het geloof in de blauwe, paarse en dieprode wol
en het getweernde linnen.
Tegenwoordig zeggen veel mensen, “Alles
wat we doen moeten is in Jezus geloven; waarom moeten we ons met al deze
ingewikkeldheden vervelen? Laten we onze tijd niet verspillen met nutteloze
gesprekken en gewoon geloven op de manier die wij het meest geschikt vinden.”
Zulke mensen zullen ons slechts als lastposten van het Christendom zien,
maar wat absoluut duidelijk is, is dat als iemand in Jezus gelooft zonder
de verlossing van de zonden te hebben, hij/zij de eeuwige veroordeling
moet aanschouwen. Als men niet volledig in het evangelie van het water,
het bloed en de Geest gelooft, dan is het een vals en gebrekkig geloof.
Het is in feite hetzelfde als niet in Jezus als de Verlosser geloven.
Als ik blindelings tot een vreemdeling bleef
volhouden “Ik geloof in je”, alleen maar om in het goede licht te komen
bij die vreemdeling, zou deze persoon dan overtuigd zijn, “Deze man moet
werkelijk in mij geloven,” en er gelukkig over zijn? In tegendeel, hij
zou waarschijnlijk zeggen, “Ken je me? Ik geloof niet dat ik jou ken.”
Als ik weer tegen hem zou zeggen, “Maar ik geloof toch nog in u,” en met
ernstige ogen naar hem zou kijken om hem een beter gevoel te geven, zou
hij er dan gelukkig over zijn? Het is veel eerder mogelijk dat hij me
slechts als een slijmbal zal zien die geen ruggengraat heeft, die gewoon
probeert zijn gedachten te lezen en naar zijn pijpen probeert te dansen.
Zo is God ook niet behaagt met mensen die
gewoon blindelings in Hem geloven. Als we zeggen, “Ik geloof in God. Ik
geloof dat Jezus de Verlosser van de zondaars is,” dan moeten we ons geloof
in Hem belijden nadat we te weten zijn gekomen hoe Jezus voor de ongerechtigheden
van de zondaars gezorgd heeft door erin te geloven. Als we gedachteloos
of blindelings geloven, als we helemaal geen karakter hebben, dan kunnen
we nooit gered worden. We zijn slechts gered als we geloven door eerst
duidelijk te weten hoe Jezus onze zonden liet verdwijnen. Als we zeggen
dat we in iemand geloven, plaatsen we ons echte vertrouwen in deze persoon
omdat we hem/haar goed genoeg kennen en deze persoon geloofwaardig vinden.
Als we vertrouwen in iemand plaatsen die we niet goed kennen, kan dat
slechts betekenen dat we oftewel liegen, of dat we dwazen zijn die bereid
zijn om bedrogen te worden. Als we dus belijden in Jezus te geloven, moeten
we precies weten hoe Jezus al onze zonden liet verdwijnen. Slechts dan
kunnen we niet op het laatste moment door onze Heer verbannen worden en
kunnen we de Hemel binnengaan als de wedergeboren kinderen van God.
Het ware geloof dat ons naar de Hemel kan
leiden, is het geloof in de blauwe, paarse en dieprode wol. Met andere
woorden, het echte geloof is om in het evangelie van het water en de Geest
te geloven dat ons door het water (het doopsel van Jezus), het bloed (de
dood van Jezus) en de Heilige Geest (Jezus is God), gered heeft. We moeten
precies weten hoe groot de genade van onze Heer is die ons gered heeft,
en erin geloven, want het geloof in deze waarheid zal ons naar onze zaligheid
leiden.
Of iemands geloof heel is of niet, hangt
ervan af of deze persoon de waarheid kent. U kunt slechts in Jezus als
uw Verlosser geloven als u met uw hart in het evangelie van het water
en de Geest gelooft. En dit geloof in Jezus als onze Verlosser, die ons
de verlossing van de zonde door het evangelie van het water en de Geest,
is het ware geloof dat ons van al onze zonden gered heeft.
Het wasbekken is de bevestiging van de zaligheid die onze
zonden heeft vergeven
Het wasbekken was gevuld met water. Het
was precies in het midden van het Heiligdom geplaatst. Het wasbekken is
de plaats waar we onszelf eraan herinneren dat we de verlossing van de
zonden hebben ontvangen en de ontvangst door geloof bevestigen. Het is
de bevestiging van het feit dat God alle zonden van de gelovigen heeft
gereinigd. Net zoals de priesters die in het Heiligdom dienden, hun handen
en voeten in het wasbekken wasten als zij vies waren, moeten degenen die
de verlossing van de zonden hebben ontvangen, ook als zij zondigen hun
zonden wegwassen door zichzelf eraan te herinneren en nogmaals te bevestigen
door het Woord van God dat Jezus ook reeds deze zonden die hen bevuilen,
heeft uitgewist en verzoend evenals dat Hij voor deze zonden indirect
veroordeeld is.
We worden onteerd omdat we het niet kunnen
vermijden om te blijven zondigen als we in deze wereld leven. Waarmee
zouden we dan al deze zonden moeten wegvegen? We wassen ze weg door te
geloven dat Jezus Christus, de Koning der koningen, ongeveer 2.000 jaar
geleden in de gedaante van een mens naar deze aarde kwam om de zondaars
te redden, door hun zonden op Zich te nemen met Zijn doopsel, Zijn bloed
aan het Kruis te vergieten en daarbij de zondaars van al hun zonden te
vergeven. We kunnen de verlossing van de zonde ontvangen en ook onze actuele
zonden wegwassen door slechts in de waarheid te geloven dat Jezus alle
zonden op Zich nam door gedoopt te worden. We kunnen ook van onze actuele
zonden verlost worden als we slechts in deze waarheid geloven dat God
reeds al onze zonden door de blauwe, paarse en dieprode wol heeft weggewassen.
We moeten het geloof hebben dat de waarheid van het wasbekken
kent en erin gelooft
Zonder het geloof in het wasbekken, kunnen
we nooit het Heiligdom waar God woont, binnengaan. Onze daden kunnen niet
altijd volmaakt zijn. Omdat we tekortkomingen hebben, zondigen we soms.
Maar de zaligheid die God ons gegeven heeft, is desalniettemin volmaakt
want het Woord van God is volmaakt. Omdat God onze tekortkomingen heeft
weggewassen met Zijn volmaakte zaligheid, kunnen we moedig het Heiligdom
binnengaan door geloof. Degenen die niet door het wasbekken gaan, kunnen
nooit het Heiligdom binnengaan. We hebben het recht om het Heiligdom binnen
te gaan door ons geloof in de waarheid dat Jezus 2.000 jaar geleden naar
deze aarde kwam en alle zonden van de wereld met het evangelie van het
water, het bloed en de Geest die geprofeteerd werd door de blauwe, paarse
en dieprode wol, uit te wissen. Zonder te geloven dat de Heer reeds al
onze zonden heeft uitgewist en ons zondeloos heeft gemaakt, kunnen we
niet het Heiligdom binnen.
Omdat we niet het Allerheiligdom van God
binnen kunnen zonder in de blauwe, paarse en dieprode wol te geloven,
kunnen we ook niet de zegen van het voorgaan naar de troon van de genade
van God genieten door in Zijn Woord in Zijn Kerk te geloven, door het
tot Hem bidden en Zijn genade te ontvangen en van het leven met Zijn dienaren
en heiligen als we niet in het evangelie van het water en de Geest geloven.
We kunnen slechts ons leven in Gods Kerk leven met onze medegelovigen,
Zijn Woord horen en erin geloven en tot Hem bidden, als we geloven dat
God ons reeds gered heeft van al onze zonden door de blauwe, paarse en
dieprode wol.
Het wasbekken is de laatste bevestiging
van onze zaligheid van de zonde. God plaatste het wasbekken precies voor
het Heiligdom en vulde het met water om de bevestiging van het geloof
te geven aan degenen die in het evangelie van de verlossing van de zonden
geloven. Dit wasbekken reinigt de onteerde gewetens van de rechtvaardigen
die geloven.
Laat ons 1 Johannes 2:1-2 lezen. “Mijn
kinderkens, ik schrijf u deze dingen, opdat gij niet zondigt. En indien
iemand gezondigd heeft, wij hebben een Voorspraak bij den Vader, Jezus
Christus, den Rechtvaardige; En Hij is een verzoening voor onze zonden;
en niet alleen voor de onze, maar ook voor de zonden der gehele wereld.”
Amen.
Als we zondigen, hebben we een voorstander
in de Vader, Jezus Christus de rechtvaardige. Jezus reinigde de onteerde
harten van de rechtvaardigen met water. De dag voordat Hij gekruisigd
werd, goot Jezus, tijdens het laatste avondmaal terwijl Hij Zijn discipels
om Zich verzameld had, water in een wasbekken en begon de voeten van hen
te wassen. “Toen ik gedoopt werd, droeg ik al jullie zonden, inclusief
de zonden die jullie later zullen begaan, en ik zal voor jullie aan het
Kruis veroordeeld worden.” Ik nam zelfs jullie toekomstige zonden op Me
en ik wiste ze uit. Ik ben jullie Verlosser geworden.”
Jezus waste tijdens het laatste avondmaal
van Pasen de voeten van de discipels om dit te zeggen. Tot Petrus, die
weigerde om zijn voeten door Jezus te laten wassen, zei Hij, “Wat Ik
doe, weet gij nu niet, maar gij zult het na dezen verstaan” (Johannes
13:7). Jezus wilde de volmaakte Verlosser worden van degenen die werkelijk
in het evangelie van het water en de Geest geloven. Voor degenen die in
de blauwe, paarse en dieprode wol geloven, is Jezus hun eeuwige Verlosser
geworden.
Het gebruik van het wasbekken
Het
wasbekken werd gebruikt om alle viezigheid van de priesters weg te wassen
als zij in de Tabernakel werkten om offers aan God te geven. Het was nodig
om de vuiligheid van de priesters weg te wassen die ze kregen door de
zondeoffers te doden, het bloed ervan te nemen en het in stukken te snijden
om God het offer te geven dat de zonden van het volk van Israël zou verzoenen.
Wanneer de priesters bevlekt werden terwijl ze de offers gaven, moesten
zij met water gewassen worden en het wasbekken was de plaats waar al deze
viezigheid gereinigd werd.
Altijd als we zondigen, of het geestelijk
of in ons vlees is, en altijd als we bevuild worden doordat we Gods geboden
breken, moeten we al onze viezigheid met dit water van het wasbekken wegwassen.
De priesters moesten altijd als hun lichaam met iets onreins of smerigs
in aanraking kwam, de bevuilde delen van hun lichaam met water wassen,
of zij dat wilden of niet.
Zo moet ook iedereen die in God gelooft,
als zij met iets vies of onreins in contact komen, het water van het wasbekken
gebruiken om al deze viezigheid te reinigen. Kort gezegd, het water van
het wasbekken werd gegeven om gebruikt te worden om alle viezigheid van
de wedergeborenen weg te wassen. Als dusdanig bevat het wasbekken Gods
genade. De betekenis van het wasbekken is niet een extra ding waarvan
we kunnen kiezen of we er wel of niet in geloven, maar het is een noodzakelijk
item dat absoluut noodzakelijk is voor degenen die in Jezus geloven.
God bepaalde de omvang voor alle andere
items in de Tabernakel door aan te duiden hoeveel ellen ze hoog, lang
en breed moesten zijn. Maar Hij omschreef niet de grootte van het wasbekken.
Dit is een kenmerk dat slechts voorkomt bij het wasbekken. Dit toont de
eindeloze liefde die de Messias ons (die dagelijkse zonden begaan) heeft
gegeven. In deze liefde van de Messias werd Zijn doopsel gevonden, een
vorm van het opleggen van handen dat al onze zonden wegwaste. Het wasbekken
moest altijd gevuld worden zijn met water omdat er veel water gebruikt
moest worden wanneer de priesters besmeurd werden tijdens het vervullen
van hun taken. De omvang van het wasbekken was dus afhankelijk van deze
behoefte. Omdat het wasbekken van brons gemaakt was, gingen de priesters,
iedere keer als zij zich met dit water wasten, over het oordeel van de
zonden nadenken.
De priesters die de Tabernakel dienden,
moesten al hun onreinheid van hun handen en voeten wegwassen met het water
van het wasbekken. Als het brons het oordeel van God toont, dan toont
het water het wegwassen van de zonden. Hebreeën 10:22 zegt, “het lichaam
gewassen zijnde met rein water,” en Titus 3:5 zegt, “door het bad
der wedergeboorte en vernieuwing des Heiligen Geestes.” Zoals deze
passages, vertelt het Woord van het Nieuwe Testament ons ook veel over
het wegwassen van de viezigheid met het water van het doopsel.
Als de priesters met het water van het wasbekken
hun viezigheid wegwasten die zich in hun leven ophoopten, dan kunnen wij,
de wedergeboren Christenen van tegenwoordig, al onze dagelijkse zonden
die we in ons leven hebben begaan, wegwassen door in het doopsel van Jezus
te geloven. Het water van het wasbekken van het Oude Testament toont ons
dat de Messias naar deze aarde kwam en alle zonden van de wereld met het
doopsel dat Hij van Johannes ontving heeft weggewassen.
God zegt ons door de Bijbel dat niet alleen
de zonden die het volk van Israël heeft begaan, maar de actuele zonden
die door alle mensen van de hele menselijke geschiedenis zijn begaan,
aan Jezus zijn doorgegeven door het doopsel dat Hij van Johannes ontving.
Toen Jezus door Johannes gedoopt was, zei Hij in Mattheüs 3:15, “Laat
nu af, want aldus betaamt het ons alle gerechtigheid te vervullen.”
Door Zijn doopsel te ontvangen, accepteerde Jezus alle zonden van de mensheid
op Zijn eigen lichaam door dezelfde vorm als het opleggen van handen van
Johannes, de vertegenwoordiger van de mensheid.
Daarom kunnen we allen van de vieze zonden
van ons hart gereinigd worden door in het feit te geloven dat al onze
zonden aan Jezus de Messias door Zijn doopsel zijn doorgegeven. Omdat
we reeds al onze zonden aan Jezus hebben doorgegeven door in deze waarheid
te geloven, hoeven we maar te geloven dat de Zoon van God de zonden van
de wereld naar het Kruis heeft gedragen, gekruisigd werd, Zijn bloed vergoot,
het volmaakte zondeoffer werd voor de hele mensheid en ons daarmee van
al onze zonden gered heeft. Gelooft u dit in uw hart? Degenen die werkelijk
geloven dat de Messias ons eigen zondeoffer werd, zijn voor altijd gered.
Het probleem van de actuele zonden kan ook opgelost worden
door in het doopsel van Jezus te geloven
Zegt de Bijbel ons hoe we al onze actuele
zonden kunnen wegwassen? Zoals de priesters hun viezigheid met het water
van het wasbekken in het Oude Testament wegwasten, zo kunnen wij de verlossing
van onze dagelijkse zonden krijgen door te geloven dat Jezus de gerechtigheid
van God heeft vervuld door de zonden van de wereld op Zich te nemen met
Zijn doopsel dat Hij van Johannes ontving. Uiteindelijk zijn alle zonden
weggewassen door in de waarheid te geloven.
Als de mensen van Israël het zondeoffer
aan God gaven, brachten zij een onbevlekt offerdier zoals een schaap of
een geit naar de Tabernakel, bekenden hun zonden en gaven ze allemaal
aan het offer door hun handen op het hoofd ervan te leggen en dit zondeoffer
dat hun zonden geaccepteerd had, te doden. Daarna sneden ze zijn keel
door en namen het bloed en ze sprenkelden dit bloed op de hoorns van het
brandofferaltaar en sprenkelden de rest over de grond (Leviticus 4). Zelfs
de zonden van een jaar waren allen in een keer verlost volgens het geloof
door het zondeoffer op de Grote Verzoendag (Leviticus 16). Uiteindelijk
ontvangen we onze verlossing van de zonden met dezelfde methode als het
zondeoffer van het Oude Testament, d.w.z. door in het doopsel van de Messias,
die kwam om onze zonden uit te wissen en het bloed aan het Kruis, te geloven.
Het opleggen van handen van het Oude Testament
is hetzelfde als het doopsel dat Jezus in het Nieuwe Testament ontving.
Onze Messias zorgde voor en reinigde al onze zonden door gedoopt te worden
van Johannes en door gekruisigd te worden. Wat blijft er voor ons over
om te doen om van onze zonden vergeven te worden als God ons volmaakt
van onze zonden gered heeft door de werken van het doopsel van de Messias
en Zijn bloed aan het Kruis? Wat we ons moeten herinneren en waar we in
moeten geloven is dat zelfs als we in ons leven dagelijks zondigen vanwege
onze zwakheden, dat al onze zonden reeds zijn weggewassen door Jezus Christus
die door het water en het bloed kwam. Zelfs al geloven we in God, we zullen
toch nog steeds in onze zwakheden en overtredingen vervallen door onze
tekortkomingen. Maar onze God, die dit alles weet, heeft ons gered door
ons de Messias naar deze aarde te sturen, Hem de zonden van de mensheid
met Zijn doopsel op Zichzelf liet nemen en Zichzelf liet offeren.
Door het brandofferaltaar en het wasbekken
in de voorhof van de Tabernakel te plaatsen, heeft God ons toegestaan
om al onze actuele zonden die we dagelijks begaan, weg te wassen voordat
we het Allerheiligdom, het Huis van God, binnengaan. Maar dat betekent
niet dat we onze actuele zonden moeten wegwassen met de dagelijkse berouwgebeden.
In tegendeel, het is ons geloof in het doopsel van het Messias en Zijn
bloed aan het Kruis dat al onze zonden reinigt. God heeft bepaald dat
als de rechtvaardigen fouten maken, zonden en wandaden begaan nadat ze
in Jezus zijn gaan geloven, zij van al deze zonden gereinigd moeten worden
door in het doopsel dat de Messias, de Heer van het wasbekken, ontving,
te geloven.
Veel mensen neigen ertoe om Jezus’ dragen
van de zonden en Zijn veroordeling voor alle zonden als hetzelfde ding
te zien, terwijl ze deze twee blindelings aan elkaar vastknopen. Maar
omdat we dagelijks actuele zonden begaan door onze zwakheden, moet het
reinigen van de zonden en het oordeel voor de zonden gescheiden worden.
Het doopsel dat Jezus van Johannes ontving en Zijn dood aan het Kruis,
waren er om al onze zonden op Zich te dragen om voor deze zonden veroordeeld
te worden en om ons er volmaakt van te redden. In dit geloof kunnen we
dus in een keer het oordeel van onze zonden krijgen. Het probleem van
onze actuele zonden die we dagelijks begaan moet dus opgelost worden door
in het doopsel te geloven van de Messias. Door deze twee componenten te
verenigen, het doopsel en het Kruis, wordt de enige volmaakte zaligheid
voltooid. Dit is de waarheid van de volmaakte verlossing van de zonde.
In zoverre de oplossing van het probleem van onze zonden aangaat, moeten
we het doopsel van Jezus en het Kruis gescheiden van elkaar geloven en
eraan denken.
Wanneer de priesters offerdieren doodden
in de Tabernakel, werden ze besmeurd met viezigheid en spetterend bloed.
We kunnen ons zelfs niet voorstellen hoe vies zij werden. De priesters
moesten al deze viezigheid wegwassen maar als er geen water in het wasbekken
van de voorhof van de Tabernakel geweest zou zijn, dan zouden ze hiertoe
niet in staat zijn geweest. Het doet er niet toe of het de Hogepriester
of een gewone priester was, die voor de zonden van een jaar vergeven was;
als hij niet meteen de viezigheid die op hem was, wegwaste met het water
van het wasbekken, dan kon deze persoon het niet vermijden om met de viezigheid
die nog steeds op hem was te leven.
Zelfs als de Hogepriester allerlei viezigheid
op zich had, kon hij altijd gereinigd worden door het wasbekken in de
voorhof van de Tabernakel. Zelfs als een priester volledig van de zonden
van een jaar vergeven zou zijn, dan zou het nog steeds door het wegwassen
van de dagelijkse zonden zijn dat deze persoon gereinigd was. God bepaalde
dat de priesters die offers aan Hem gaven, van al hun viezigheid gereinigd
moesten worden in het wasbekken. We kunnen ons dan realiseren waarom God
het wasbekken in de voorhof van de Tabernakel heeft gezet. We kunnen ook
weten waarom dit wasbekken tussen het brandofferaltaar en het Heiligdom
werd geplaatst.
Waarom hebben we het wasbekken nodig?
De waarheid die in het wasbekken wordt aangeduid,
is geopenbaard in Johannes 13. Tijdens het Paasfeest begon Jezus, nadat
Hij met Zijn discipels het Laatste Avondmaal had gehad, hun voeten te
wassen, totdat het Petrus' beurt was. Toen Jezus zijn voeten probeerde
te wassen, vroeg Hij Petrus om zijn voeten uit te strekken zodat Hij ze
kon wassen. Petrus sloeg dit echter af terwijl hij zei, “Ik zou Uw voeten
moeten wassen; hoe kunt U, Heer, mijn voeten wassen?”
Petrus weigerde omdat hij dacht dat het
niet gepast voor een leraar was om de voeten van Zijn eigen discipels
te wassen. “Hoe zou ik mijn leraar durven vragen om mijn voeten te wassen?
Dat kan ik niet.”
Petrus bleef Jezus’ dienst afwijzen. Wat
Jezus daarna tegen Petrus zei, is van groot belang.
“Wat Ik doe, weet gij nu niet, maar gij
zult het na dezen verstaan”(Johannes 13:7). Dit is wat Jezus bedoelde:
“Je kunt nu niet begrijpen waarom ik je voeten heb gewassen. Maar dit
zal zeker belangrijk zijn bij het oplossen van het probleem van je actuele
zonden. Je zult vanaf nu veel actuele zonden begaan, maar ik heb reeds
al je actuele zonden van de toekomst op Me genomen en vanwege deze zonden
moet ik nu Mijn bloed aan het Kruis vergieten. Je moet daarom weten en
geloven dat ik de Messias ben die zelfs voor je actuele zonden van de
toekomst zorgde.”
In Petrus’ gedachten was het gewoon onethisch
dat de Messias zijn voeten waste en daarom weigerde hij gewassen te worden.
Maar Jezus zei Petrus, “Je zult het hierna weten,” en Hij waste zijn voeten.
“Slechts als Ik je voeten was, kun je een
verbintenis met Mij hebben. Begrijp je nu waarom Ik je voeten was. Maar
nadat ik gekruisigd ben en naar het Koninkrijk van de Hemel ben opgestegen,
zul je weten waarom ik je voeten waste. Omdat ik je Messias ben, droeg
ik reeds je toekomstige zonden met Mijn doopsel en door het zondeoffer
van jullie zonden te worden, werd ik jullie Verlosser.”
Zoals onze Heer zei, begreep Petrus er op
dat moment niets van, maar na de herrijzenis van de Heer, werd hij zich
ervan bewust. Dit was werkelijk de gebeurtenis die zelfs zijn actuele
zonden heeft uitgewist.
“Omdat ik slechts actuele zonden in de wereld
kan begaan, waste de Heer mijn voeten zodat ik zou geloven dat Jezus de
Messias zelfs deze actuele zonden op Zich nam met Zijn doopsel van Johannes
de Doper! Het doopsel van de Messias zorgde zelfs voor deze actuele zonden
van de toekomst! Jezus nam al deze zonden op Zich met Zijn doopsel, droeg
de zonden van de wereld naar het Kruis en droeg de veroordeling van alle
zonden door gekruisigd te worden! En door van de dood te herrijzen, heeft
Hij ons werkelijk en volledig van al onze zonden gered!”
Slechts later, nadat hij de Heer zelfs drie
keer had verloochend, ging Petrus zich dit realiseren en erin geloven.
Daarom zei hij in 1 Petrus 3:21, “Waarvan het tegenbeeld, de doop,
ons nu ook behoudt, niet die een aflegging is der vuiligheid des lichaams,
maar die een vraag is van een goed geweten tot God, door de opstanding
van Jezus Christus.” Het woord ‘tegenbeeld’ betekent hier ‘hetgeen
dat voorgegaan is of geïdentificeerd is door een eerder symbool of beeld,
zoals een figuur in het Nieuwe Testament die een tegenhanger heeft in
het Oude Testament.” De voorafgaande context verklaart dus duidelijk dat
het doopsel van Jezus het tegenbeeld van het ‘water’ in het Oude Testament
is.
In het Oude Testament moest de Hogepriester
die het volk van Israël vertegenwoordigde wanneer het offer op de Grote
Verzoendag aan God gegeven werd om de verlossing voor de zonden van een
jaar te ontvangen, zijn handen op het zondeoffer leggen en de zonden van
de Israëli’s bekennen die ze begaan hadden om zo hun zonden aan het offer
door te geven. Deze methode van het opleggen van handen had dezelfde opmaak
als het doopsel van Jezus. In het Oude Testament moest het zondeoffer
dood bloeden omdat het de zonden van alle Israëli’s had geaccepteerd die
aan het dier waren doorgegeven. Zijn keel werd doorgesneden en het bloedde
al gauw dood. De priesters onthuidden het, sneden het in stukken en offerden
het vlees aan God door het in het vuur te verbranden.
De Messias die het wezenlijke van het zondeoffer
is van het Oude Testament, kwam naar deze aarde, accepteerde onze zonden
door het opleggen van handen, bloedde aan het Kruis en stierf voor ons.
Tegenwoordig hebben wij daarom volledig de verlossing van onze zonden
ontvangen door het doopsel van Jezus Christus en Zijn dood aan het Kruis.
En we moeten onze actuele zonden die we in ons dagelijkse leven begaan,
ook wegwassen door te geloven dat deze zonden reeds gereinigd zijn door
het doopsel dat onze Heer ontving en het bloed dat Hij aan het Kruis vergoot.
We moeten deze waarheid kennen en erin geloven. We kunnen van al onze
actuele zonden verlost worden als we slechts geloven dat Jezus al onze
zonden op Zich nam en ze allen wegwaste door Zijn doopsel. Altijd als
we actuele zonden begaan, moeten we met andere woorden ons geloof in het
water en de Geest bevestigen. En door over de waarheid na te denken dat
zelfs deze actuele zonden reeds door Jezus met Zijn doopsel en Kruis zijn
uitgewist, kunnen we in ieder geval niet onze zaligheid verliezen en we
kunnen het altijd als ons hart aangevallen wordt door een gevoel van schuld,
herstellen.
Omdat Jezus zelfs alle actuele zonden die
dagelijks door de rechtvaardigen, die de verlossing van hun zonden gekregen
hebben, worden begaan, heeft uitgewist, heeft God hen het wasbekken toegestaan
zodat deze rechtvaardigen, wiens verlossing van de zonde kwam door het
water, het bloed en de Geest, hun actuele zonden door hun geloof in het
evangelie van het water en de Geest zullen wegwassen.
Daarom liet God het wasbekken maken door
de handspiegels van de vrouwen, die in de Tabernakel dienden, te verzamelen
en te smelten want deze spiegels voorzagen in een weerspiegeling van het
ego. Altijd als we actuele zonden begaan en in wanhoop vervallen door
onze zwakheid, moeten we naar het wasbekken gaan en onze handen en voeten
wassen. De rol van het wasbekken is om ons eraan te herinneren dat Jezus
de zonden van de mensheid in een keer op Zich nam toen Hij van Johannes
gedoopt werd. Het was om deze waarheid aan de rechtvaardigen, die de verlossing
van de zonden ontvangen hadden, te leren dat onze Heer de Israëli’s het
wasbekken maakte door de handspiegels van deze vrouwen te smelten, het
met water liet vullen en de priesters toestond om alle viezigheid van
hun handen en voeten te wassen met dit water.
We moeten geloven dat Jezus de Zoon van
God is, de Schepper en de Verlosser van de mensheid. En we moeten ons
herinneren dat de Messias naar deze aarde kwam in de gedaante van een
mens en dat Hij al onze zonden op Zijn eigen lichaam accepteerde door
het doopsel dat Hij van Johannes ontving, d.w.z. als we actuele zonden
in deze wereld begaan, vervallen we in zwakheid of onze zwakheid wordt
onthuld, we moeten ons zelfs nog meer herinneren dat de Messias in het
vlees kwam, gedoopt en gekruisigd werd, en daarmee al onze zonden uitgewist
heeft.
Als we ons dit niet herinneren en er niet
in geloven, zelfs al hebben we de verlossing van de zonden ontvangen,
dan zouden we weer gebonden zijn aan onze actuele zonden en terugkeren
naar onze oude, zondige ego’s. Als dusdanig moeten we iedere dag geloven
dat al onze zonden die we begaan hebben door onze zwakheid of tekortkomingen,
reeds aan Jezus zijn doorgegeven door Zijn doopsel. We moeten ons iedere
dag eraan herinneren, weer geloven en bevestigen dat de Messias al onze
zonden op Zich nam met Zijn doopsel dat Hij van Johannes ontving en dat
ze allen heeft weggewassen.
Er is niemand op deze aarde die de verlossing
van de zonden kan krijgen door in Jezus te geloven zonder te geloven dat
Hij de zonden van de wereld op Zich droeg door gedoopt te worden van Johannes
en door Zijn bloed te vergieten. En zelfs als mensen de verlossing van
de zonde hebben gekregen, is er niemand die geen actuele zonden begaat.
Zonder dus in het doopsel van Jezus te geloven zou iedereen zondig zijn
en de wil van God zou nooit bij iedereen vervuld zijn. Daarom gaf God
ons Zijn Zoon, liet Hem dopen door Johannes en gaf Hem op aan het Kruis
om te bloeden.
Als we in Jezus Christus als onze Messias
geloven, moeten we geloven dat al onze zonden aan Hem zijn doorgegeven
door Zijn doopsel dat Hij ontving van Johannes en dat Hij al onze veroordeling
door de zonden van de wereld naar het Kruis te dragen, gekruisigd te worden
en Zijn bloed te vergieten. We ontvangen onze verlossing van de zonde
door in het doopsel van Jezus en Zijn bloed te geloven. Al onze zonden
zijn uitgewist door in deze waarheid te geloven. We hebben de gerechtigheid
bereikt door met ons hart in de liefde van God te geloven. Ons hart is
nu zondeloos, rein en vlekkeloos. Maar er zijn nog steeds tekortkomingen
in ons vlees. Daarom moeten we ons iedere dag aan het doopsel van Jezus
herinneren en onszelf altijd aan dit geloof herinneren. Altijd als onze
tekortkomingen en zwakheden onthuld worden, altijd als kwade gedachten
opkomen en we verontreinigd zijn, en altijd als onze daden op het dwaalspoor
komen, is onze Heer slechts behaagt als we ons herinneren dat Jezus al
deze zonden op Zich nam met Zijn doopsel dat Hij van Johannes ontving
en dat we ons hart reinigen door weer in deze waarheid te geloven.
Altijd als we zonden begaan, moeten we eerst
onze zonden voor God toegeven. We moeten dan weer geloven dat al deze
zonden aan Jezus door Zijn doopsel zijn doorgegeven. Wij die gereinigd
zijn door de werken van Jezus’ doopsel, moeten dagelijks van onze actuele
zonden gereinigd worden door in dit werk te geloven. Daarom moeten we
ons absoluut herinneren en geloven in het feit dat we al onze zonden door
het doopsel van Jezus Christus kunnen wegwassen.
We hebben nu onderzocht waarom God het wasbekken
tussen het brandofferaltaar en de Tabernakel plaatste. God plaatste het
wasbekken tussen het brandofferaltaar en de Tabernakel zodat als we naar
Hem gaan, we zouden gaan met gereinigde lichamen en harten. Zelfs nadat
we de rechtvaardigen werden die de volmaakte verlossing van de zonde hebben
ontvangen door het doopsel en het Kruis van Jezus, ons hart is nog steeds
geneigd om bevuild te worden als we zondigen, of dat nu gewild of ongewild
is. Daarom moeten we deze vuiligheid in het wasbekken wegwassen als we
het brandofferaltaar voorbij lopen en naar God gaan. Omdat we niet voor
God kunnen gaan als we ook maar het kleinste beetje viezigheid hebben,
plaatste God het wasbekken tussen het brandofferaltaar en de Tabernakel
zodat we in staat zullen zijn om in reinheid de aanwezigheid van God binnen
te gaan, doordat we onszelf met het water van het wasbekken hebben gewassen.
Welk geweten is een goed geweten voor God?
1 Petrus 3:21 omschrijft ook Jezus’ doopsel
als “een vraag is van een goed geweten tot God.” “Een goed geweten’
betekent hier het geweten dat gelooft dat Jezus alle zonden van de mensheid,
inclusief alle actuele zonden die dagelijks begaan worden, heeft weggewassen
met het doopsel dat Hij van Johannes in de Jordaan ontving. Om onze zonden
op Zich te nemen, werd onze Heer door Johannes gedoopt en heeft daarmee
onze zonden op Zijn eigen lichaam geaccepteerd. Omdat Jezus al onze zonden
op Zijn lichaam droeg, moest Hij aan het Kruis sterven. Als we negeren
wat Hij deed en er niet in geloven, dan kan ons geweten slechts slecht
zijn. Daarom moeten we in Zijn doopsel geloven. We moeten een goed geweten
hebben voor God. Alhoewel we in ons vlees niet in staat zullen zijn om
voor 100 procent volmaakt te leven, kunnen we tenminste in ons geweten
goed zijn en dat moeten we ook voor God.
Ongeveer 50 jaar geleden, toen Korea alles
verloor in de vernieling van de Koreaanse Oorlog, kwam een vloedgolf van
buitenlandse hulp het land binnen om Korea van het ongeluk te verlichten.
Er waren enkele gewetenloze mensen die alles in hun eigen zakken staken
en zo hun eigen rijkdom opbouwden, zelfs al moesten weeshuizen het eerst
zulke hulp ontvangen. Zij hadden geen geweten. Als het buitenland melk,
meel, dekens, schoenen, kleding en andere hulpmiddelen gaf, zonden de
ondersteuners het zodat de naakte en hongerige mensen in vreselijke nood
goed gekleed en gevoed zouden worden; zij konden zich amper voorstellen
dat enkele slechte openbare ambtenaren en oplichters deze hulpmiddelen
zouden omleiden naar andere doelen.
Mensen met goede gewetens zouden het eerlijk
onder de armen hebben verdeeld. Degenen die de buitenlandse hulp niet
in een mogelijkheid tot het opbouwen van hun rijkdom hebben gekeerd en
het eerlijk verdeelden onder de armen die stierven van de honger, hoeven
zich niet te schamen voor God want zij zouden met een goed geweten geleefd
hebben. Maar degenen die dit niet deden, zouden door hun eigen geweten
beschuldigd zijn van diefstal. Natuurlijk zouden deze dieven zelfs nu
nog steeds van al hun zonden gereinigd kunnen worden als zij zich omkeren
en in het doopsel van Jezus geloven.
Om onze zonden op Zich te nemen en al onze
actuele zonden uit te wissen, kwam Jezus naar deze aarde en werd gedoopt.
Door dus van Johannes gedoopt te zijn, waste Jezus al onze zonden in een
keer weg. Ik zou graag de ongelovigen in Zijn doopsel willen berispten
door te zeggen, “Wat maakt jouw dan zo trots om niet in Zijn doopsel te
geloven? Met welke zekerheid geloof je niet? Ben je goed genoeg om het
Koninkrijk zonder het geloof in Zijn doopsel binnen te gaan?
Als we werkelijk het volk van het goede
geweten willen worden, moeten we al onze actuele zonden met het doopsel
dat Jezus van Johannes ontving, wegwassen. Om dat te doen, moeten we met
ons hart geloven dat Jezus alle zonden die we in ons hele leven begaan
hebben, op Zich heeft genomen en ze weggewassen heeft. Daarom is Jezus,
Onze Messias, door Johannes gedoopt voordat Hij naar het Kruis ging.
Jezus zei tegen de vrouw die overspel had
gepleegd, “Ik veroordeel je ook niet. Ik beoordeel je ook niet.” Waarom?
Omdat Jezus ook reeds de zonden van overspel van deze vrouw op Zich had
genomen en omdat Jezus Zelf ook de veroordeling voor deze zonde zou dragen.
Hij zei, “Ik ben de Ene die veroordeeld zal worden voor je zonden. Maar
ben van al je zonden gereinigd door in Mijn doopsel te geloven. Daarom
ben je gered van al je zonden door in Mij te geloven. Ben ook gered van
alle veroordeling van de zonden door geloof en ben gereinigd van al je
zonden. Ben gereinigd van de zonden van je geweten en drink het water
van Mij dat ons nooit meer dorstig laat zijn.”
Tegenwoordig geloven wij dat Jezus de Ene
is die ons van onze zonden heeft gered. Gelooft u werkelijk dat Jezus
inderdaad onze zonden op Zich nam met Zijn doopsel en dat Hij ze allen
wegwaste? Onze Heer waste onze zonden weg door gedoopt te worden. We kunnen
nu in goed geweten naar God gaan. Waarom? Omdat onze Heer al onze zonden
op Zich nam en ze allen wegwaste door gedoopt te worden, deze zonden naar
het Kruis droeg, in onze plaats veroordeeld werd door gekruisigd te worden
en van de dood herrees. Lange tijd geleden kwam Jezus naar deze aarde
en Hij nam al onze zonden tijdens Zijn 33-jarige leven op Zich en waste
ze allen weg met Zijn doopsel.
Door zelfs onze actuele zonden op Zich te
nemen en ze weg te wassen, heeft onze Heer ons in staat gesteld om naar
God te gaan en de rechtvaardigen te worden en om voor al onze zonden door
het offer van Jezus Christus veroordeeld te worden. Met andere woorden,
door in deze Heer te geloven, kunnen we God onze Vader noemen en in Zijn
aanwezigheid treden. Als dusdanig zijn degenen die in Jezus’ werken van
het water, het bloed en de Geest geloven, degenen die een goed geweten
hebben. Het is daarentegen zeker het slechte geweten dat niet in de rechtvaardige
daden van de Heer gelooft, Zijn doopsel en kruisiging.
Tegenwoordig nemen veel mensen het Woord van God niet
serieus vanwege hun bijgeloof
Veel leugenaars die het Woord van God afvallig
worden alsof het slechts een sierraad is, preken slechts dat we ook goed
zouden moeten doen naast ons geloof in God om het Koninkrijk der Hemel
binnen te kunnen. En als het om de zaligheid gaat, spreken zij slechts
van het bloed aan het Kruis, en denken foutief dat zij een of andere berg
moeten bestijgen om er te bidden of te vasten om dan God door hun vleselijke
ervaringen te ontmoeten. Alhoewel niets foutiever kan zijn dan dit geloof,
zijn zij er volledig van overtuigd. Zij zeggen, “Ik werd geteisterd door
mijn zonden en dus bleef ik de hele nacht op om te bidden, ‘God, ik heb
gezondigd. Ik geloof in U, Heer.’ Ik werd op de avond van die dag nog
steeds geplaagd, maar nadat ik de hele nacht opbleef om te bidden, voelde
ik plotseling in de ochtenduren, alsof er vuur op me werd geworpen en
op dat moment was mijn geest heel helder, al mijn zonden van mijn hart
waren gereinigd tot ze zo wit als sneeuw waren. Op dat moment was ik wedergeboren.
Halleluja!”
Zulke gedachten zijn slechts door de mens
gemaakt; onwetende en dwaze gedachten die het Woord van God nutteloos
maken. U moet zich eraan herinneren dat God degenen die zulke mystieke
onzin zeggen en daarmee mensen bedriegen en ze naar de hel leiden, veelvuldig
zal straffen.
“Mijn oren doen zo’n pijn. Maar ik geloof
in wat de Heer zei, dat we geheeld zullen worden als we geloven en dus
hield ik mijn pijn uit en zei, ‘Heer, ik geloof!’ Toen ik zo geloofde,
was de pijn helemaal weg!”
“Ik had een maagzweer dus iedere keer als
ik iets at, kreeg ik ontzettende maagpijn. Dus voordat ik at, bad ik ‘Heer,
ik heb hier pijn, maar U zei dat U naar alles zou luisteren als we er
maar in geloof voor zouden bidden. Ik geloof nog steeds in Uw Woord.’
Ik had absoluut geen spijsverteringsproblemen!”
Wat zijn dit allemaal? Dit zijn de gevallen
waar mensen de Heer niet door het Woord ontmoetten. Deze gevallen demonstreren
de valsheid van hun geloof dat niet gelooft volgens het Woord. Dit zijn
niet de antwoorden op hun gebeden die ze ontvingen door het Woord, maar
dit is slechts hun mystieke geloof. Zij geloven niet in God volgens het
Woord, maar in hun foutieve verwarring die gebaseerd is op hun eigen gevoelens
en ervaringen. Wat zo spijtig en verdrietig is, is dat er zoveel mystieken
zijn onder de huidige Christenen.
Zo bedraagt het wegduwen van het Woord van
God en het blindelingse geloof in Jezus dat gebaseerd is op hun gevoelens
of ervaringen slechts bij tot een bijgeloof. Mensen die beweren dat ze
in Jezus geloven zelfs als zij niet volgens het Woord geloven, moeten
zichzelf onderzoeken om te zien of zij door demonen bezeten zijn of niet.
“Ik ontmoette Jezus terwijl ik aan het bidden was. Jezus verscheen in
mijn droom. Ik bad geestdriftig en mijn ziekte was genezen.” Iedereen
met een half-intacte mond kan zulke beweringen maken, maar wat duidelijk
is, is dat dit niet het geloof is dat gegeven werd door God, maar het
valse geloof dat gegeven werd door Satan.
Door de blauwe, paarse en dieprode wol en
het getweernd linnen, heeft onze Heer Zichzelf aan ons getoond. Toont
onze Heer Zichzelf aan ons op nieuwe en verschillende manieren in het
huidige tijdperk? Verschijnt Hij werkelijk voor ons in een waanbeeld of
een droom? Hij sleept enorme ketens aan Zijn voeten, Hij bloed over Zijn
hele lichaam en een kroon van doorns op Zijn hoofd heeft, terwijl Hij
zegt, “Zie je, op deze manier leed ik voor je. Wat zal je nu voor Mij
doen?” – is dit de manier waarop onze Heer Zichzelf aan ons toont? Dit
is alles nonsens!
En toch zijn er nog steeds mensen die, nadat
ze zogenaamd dit soort droom hebben gehad, tegenover God zweren, “Heer,
ik zal Uw dienaar worden en U dienen met mijn hele hart voor de rest van
mijn leven. Ik zal hier een gebedshuis bouwen. Ik zal hier een kerk bouwen.
Ik zal mijn kruis op mijn rug dragen voor de rest van mijn leven en van
U getuigen in het hele land en de hele wereld.”
We kunnen in feite gemakkelijk zulke vrome
prekers in de straten of openbare plaatsen tegenkomen. Zonder uitzondering,
zijn zij allen mystieken die zeggen dat zij hebben besloten om op deze
wijze te leven nadat ze Jezus in hun droom hebben gezien of nadat ze de
stem van de Heer gehoord hebben terwijl ze aan het bidden waren. Maar
de Heer openbaarde Zichzelf slechts door Zijn Woord; Hij spreekt niet
tot ons in een droom of terwijl we bidden, vooral niet in dit tijdperk
waarin Zijn hele Woord aan de mensheid is gegeven. Dromen komen slechts
van het gecompliceerde rijk van het menselijke onderbewustzijn. Deze mensen
hebben deze droom omdat zij allerlei voorstellingen hebben over Jezus
in hun onbeantwoorde liefde en zij denken gewoon te veel.
Als u met uw gedachten met iets bezig bent
voordat u in slaap valt, zult u waarschijnlijk zien dat u dit thema ook
in uw drooom tegenkomt. Zo worden onze dromen in ons onderbewustzijn gemaakt.
Daarom krijgen we allerlei gekke dromen als we teveel nadenken. Zij hebben
allen niets te maken met geloof, maar zij zijn slechts een weerspiegeling
van de lichamelijk verandering van het onderbewustzijn.
Daarom verschijnt Jezus met een kroon van
doornen op Zijn hoofd in de dromen van mensen als zij veel over Jezus’
lijden aan het Kruis nadenken. Op zich is niets mis met zo’n droom. Maar
het is een ernstige fout om deze droom te serieus te nemen. Wat gebeurd
er als Jezus vol bloed aan hen verschijnt en tegen hen zegt, “Wat zal
je voor Mij doen? Je zult de rest van je leven als een asceet leven voor
Mij. Je zult voor Mij geen bezit hebben.” Er zijn dwaze mensen die werkelijk
al hun bezittingen opgeven zodat zij zo kunnen leven. Is er iemand die
de schrik aangejaagd kreeg vanwege een droom, die het serieus nam of wiens
leven hierdoor veranderde? Dit is niets minder dan mystiek.
God ontmoet ons door het Woord. Hij is niet
iemand die we kunnen ontmoeten in een droom of visioen in ons gebed. Het
Woord van God staat geschreven in het Oude en het Nieuwe Testament en
als we dit Woord horen dat tot ons gepreekt worden en als we het in ons
hart accepteren, kan onze geest Hem door het Woord ontmoeten. Onze geest
kan dus, met andere woorden, slechts God ontmoeten door het Woord en alleen
maar door het Woord.
Door het Woord kwamen we te weten dat Jezus
al onze zonden op Zich nam met Zijn doopsel en door dit Woord te horen,
gingen we met ons hart geloven. Het antwoord op de vraag waarom Jezus
aan het Kruis moest sterven wordt ook gevonden in het Woord. Omdat Jezus
onze zonden op Zich nam door gedoopt te worden, stierf Hij aan het Kruis
en heeft Hij ons gered. Door het Woord, gingen we God kennen en door het
Woord gingen we in Hem geloven. Dat Jezus Christus God is, wordt door
ons ook slechts geweten en geloofd door het Woord.
Hoe konden we in God gaan geloven? Kwam dat niet door
het geschreven Woord van God?
Hoe zouden we Jezus, die al onze zonden
liet verdwijnen, hebben kunnen ontmoeten en in Hem gaan geloven als er
geen Woord van God was? Als er geen Woord van God was, zou ons geloof
niets zijn. “Dit denk ik” zullen we zeggen, maar dit is niet de waarheid
en als ons hart gevuld is met wat niet waar is, dan kan de echte waarheid
niet ons hart binnen. Het juiste ding om te zeggen is niet “dit is wat
ik denk,” maar “Dit is wat de Bijbel zegt.” Als we de Bijbel lezen, komt
de waarheid die door God gesproken wordt in ons hart en het corrigeert
de fouten van onze voorgaande gedachten.
Waaruit bestaat uw geloof in het evangelie
van het water en de Geest? Bestaat het uit uw eigen gedachten? Of werd
u de wedergeborene door erachter te komen door het Woord te horen en erin
te geloven? Het is door het Woord dat we in God zijn gaan geloven en Hem
in ons hart ontmoeten. Daarom was de poort van de voorhof van de Tabernakel
geweven van de blauwe, paarse en dieprode wol en het getweernde linnen.
Het water dat in het wasbekken was, betekende
het doopsel waarmee Jezus Christus al onze zonden op Zich nam. “Laat
nu af, want aldus betaamt het ons alle gerechtigheid te vervullen” (Mattheüs
3:15). Door het Woord van God, kwamen we te weten over het doopsel
waarmee Jezus de zonden van de wereld op Zich nam. Omdat we door het Woord
te weten kwamen dat het doopsel van Jezus, die alle zonden op Zich nam
die wij tijdens ons hele leven begingen, liet dit Woord ons het geloof
van het doopsel in ons hart hebben. Door het Woord kunnen we de waarheid
die getoond wordt in het wasbekken, ontdekken.
Door het Woord van God kunnen we uitvinden
dat het wasbekken van brons gemaakt was. In de Bijbel betekent brons het
oordeel. Als dusdanig is de betekenis van het bronzen wasbekken (dat de
rol speelt van een spiegel die ons weerspiegelt) dat als we volgens de
Wet naar onszelf kijken, we allen verdoemd zijn om veroordeeld te worden.
Daarom was het wasbekken gemaakt van de spiegels van de vrouwen die de
Tabernakel dienden. De Heer heeft ons (die het niet konden vermijden om
veroordeeld te worden voor onze zonden) gered door naar deze aarde te
komen, gedoopt te worden en aan het Kruis te sterven. Door het geschreven
Woord van God, kwamen we te weten dat het kwam doordat Jezus gedoopt werd
om al onze zonden op Zich te nemen, naar het Kruis ging en de veroordeling
van de zonden droeg. En we zijn gered doordat we deze waarheid in ons
hart accepteren en erin geloven. En u? Hoe bent u gered?
In een bepaalde denominatie die de mystiek
volgt, beweren ze dat de leden de precieze datum van hun zaligheid moeten
kennen, in welke maand en op welke dag zij gered zijn. En men zei dat
een pastoor van deze denominatie voor veel gelovigen getuigde dat hij
in Jezus geloofde en gered was toen hij een berg beklom om te bidden en
zich toen realiseerde dat hij niets was. Hij beweerde erg trots dat hij
nooit de exacte datum en tijd had vergeten dat hij wedergeboren werd.
Dit heeft zeker niets te maken met het getweernde linnen, maar het is
slechts emotioneel. Het geloof van de pastoor heeft niets te maken met
de blauwe, paarse en dieprode wol en het getweernde linnen. De zaligheid
die door deze denominatie onderwezen wordt, heeft niets te maken met de
ware zaligheid die gemaakt wordt door het Woord van God, maar het is slechts
hun eigen creatie.
Het is werkelijk mogelijk om zichzelf te
hypnotiseren. Als mensen blijven volhouden dat zij zondeloos zijn en dit
steeds maar weer denken, dan zullen zij zichzelf hypnotiseren en zelf
zondeloos worden. Als zij deze spreuk tot zichzelf blijven herhalen dan
kunnen zij zich werkelijk voelen alsof zij echt zondeloos zijn maar zulke
gevoelens blijven niet duren. In een mum van tijd hebben zij zich dus
weer zelf gehypnotiseerd terwijl ze zingen “Ik ben zondeloos. Ik ben zondeloos.”
Wat een zelfgecentreerd, onwaar, onwetend en bijgelovig geloof is dit!
Het getweernde linnen betekent Gods Woord
van het Oude en het Nieuwe Testament. Dat de poort van de voorhof van
de Tabernakel, van het Heiligdom en het Allerheiligdom, allen geweven
waren van de blauwe, paarse en dieprode wol en het getweernde linnen,
vertelt ons dat Jezus de deur tot onze zaligheid en onze Verlosser is
geworden zoals het precies geschreven staat in het Oude en Nieuwe Testament.
Ik dank God werkelijk voor hoe zeker deze zaligheid is die God tot ons
heeft gesproken!
Daarom probeer ik als ik bid niet mijn gevoelens
aan te spreken of een show te vertonen. Ik bid gewoon door alles aan God
over te laten en Hem te vertrouwen. “Vader, help ons alstublieft. Laat
ons het evangelie over de hele wereld preken. Bescherm en houdt al mijn
mede-geestelijken en heiligen. Geef ons de werkers die het evangelie kunnen
dienen, sta het toe dat dit evangelie verspreid wordt en laat de gelovigen
zich van Uw Woord bewust worden en erin geloven.” Dit is alles wat ik
zeg als ik bid; ik bid niet om te proberen mijn gevoelens naar boven te
laten komen en te huilen, en niets van deze hokus-pokus is een deel van
mijn gebeden.
Sommige mensen denken zelfs aan hun langgeleden
overleden vaders en moeders om tranen eruit te persen en om te veinzen
dat hun gebeden door anderen serieus genomen worden, als zij niet hun
gevoelens omhoog kunnen laten komen, hoe hard zij ook hun best doen. Zulke
verzonnen gebeden zijn als een vuilnishoop die God zouden laten overgeven.
Mensen roepen ook hun gevoelens op door aan Jezus’ kruisiging te denken
en zij blijven blindelings uitroepen, “Ik geloof in U, Heer!”
Maar betekent dit werkelijk dat het geloof
van zo’n mensen sterk is? Als u over uw zonden nadenkt en probeert uw
gevoelens op te roepen door te zeggen, “Heer, ik heb gezondigd. Help me
om rechtvaardig te leven,” dan is het eigenlijk goed mogelijk om uw gevoelens
op te wekken. Omdat zo’n emotionele ervaring en een goede huilbui een
hoop stress kan oplossen, voelen veel mensen zich opgelucht en denken
dat het daarom gaat in het geloof. Alhoewel hun leven vol problemen is,
laten zulke emotionele ervaringen hun tenminste een tijdje beter voelen
en zij blijven hun religieuze leven zo leiden.
U moet geloven dat de Heer naar ons is gekomen door de
blauwe, paarse en dieprode wol en het getweernde linnen
Onze Heer kwam naar ons door het Woord.
U zult daarom nooit op uw gevoelens moeten wachten maar u moet luisteren
naar wat het Woord van God u zegt. Het is belangrijk of u wel of niet
in dit Woord van God gelooft in uw hart. Probeert u zich niet, wanneer
u bidt, op uw gevoelens te concentreren. U moet ze eerder op een gepast
niveau houden. Waarom? Omdat er veel leugenaars in deze wereld zijn die
degenen die graag emotioneel opgewonden willen zijn, benaderen en inspireren
om hun voordeel te halen uit hun emotionele gaten. Omdat mensen zo vaak
het intellectuele deel verliezen als zij hun gevoelens nastreven, is het
doel van oplevingsdiensten die onder het mom van “Grote Geestelijk opleving”
worden gehouden, slechts om de emoties van de deelnemers aan te wakkeren.
Nu dat ik wedergeboren ben, kan ik echter
niet zo’n oplevingsbijeenkomsten houden zelfs als ik het zou proberen,
want het Woord van God preken is niet het aansporen van de gevoelens van
de mensen zoals dat bij deze grote geestelijke oplevingsbijeenkomsten
van de wereld gedaan wordt. Omdat ik wedergeboren ben van het Woord van
de waarheid, heb ik lang geleden afscheid genomen van mijn emotionele
aspect dat mijn geestelijke leven stoort.
Wij, de rechtvaardigen die het Woord van
God horen, ons verstand gebruiken en met ons hart geloven, houden er niet
van om emotioneel opgewonden te zijn. We geloven in de waarheid door ons
snel te realiseren of iemand wel of niet van het Woord van God tot ons
spreekt zoals het is, en door snel te onderscheiden of deze persoon die
tot ons spreekt, er werkelijk in gelooft. Omat wij, die de waarheid van
de blauwe, paarse en dieprode wol en het getweernde linnen kennen en erin
geloven, de Heilige Geest in ons hart hebben, realiseren we ons allen
dat emotionele aansporing verre van de waarheid is en we accepteren alleen
de echte waarheid in ons hart.
Jezus kwam naar ons door de blauwe, paarse
en dieprode wol en het getweernde linnen. Hoe geweldig is deze waarheid?
Hoe wonderbaarlijk is de liefde van onze Heer die u gered heeft? Door
de viervoudige werken van Jezus die geschreven staan in Gods Woord, zijn
we allemaal gaan geloven dat Jezus al uw zonden op Zich nam met Zijn doopsel,
dat Hij aan het Kruis stierf en u daarmee gered heeft met Zijn vervulling
van alle gerechtigheid.
Gelooft u met uw hart in deze waarheid?
Degenen die het evangelie preken, moeten het binnen het getweernde linnen
verspreiden, d.w.z. Gods Woord van het Oude en Nieuwe Testament en het
moet de blauwe, paarse en dieprode wol bevatten. En degenen die het horen,
moeten het in hun hart accepteren en er met hun hele hart in geloven.
Het water van het wasbekken wast onze zonden weg
Jezus nam met Zijn doopsel al onze zonden
op Zich en waste ze allemaal weg. Het doopsel van Jezus verwijst naar
het water van het wasbekken; het reinigt ons, die allen verdoemd waren
om naar de hel te gaan door onze zonden en het stelt ons in staat om voor
God te staan. Omdat Jezus al onze zonden op Zich accepteerde door Zijn
doopsel, kon Hij naar het Kruis gaan en ze wegwassen door gekruisigd te
worden. Zowel het doopsel van Jezus als ook het Kruis, getuigen dat Jezus
de veroordeling van al onze zonden droeg. Door het doopsel en het Kruis,
vervulde Jezus al onze zaligheid.
Het geven van berouwgebeden reinigt ons
nooit van onze zonden. Omdat Jezus met Zijn doopsel reeds onze zonden
op Zich had genomen, zijn onze zonden allemaal weggewassen. Door dit Woord
te horen en erin te geloven wat Jezus voor ons heeft gedaan, kunnen we
van de veroordeling van al onze zonden verlost worden. Dankzij de veroordeling
die Jezus heeft gedragen, hebben we reeds al onze veroordeling voor de
zonden gedragen door ons geloof in Zijn doopsel. We zijn werkelijk gered
door geloof. Op een manier is de zaligheid uiterst eenvoudig. Als we in
de gave en liefde van de zaligheid geloven, kunnen we gered worden maar
als we niet geloven, dan kunnen we niet gered worden.
Naast de zaligheid die vervuld is door God, is er niets
dat wij kunnen doen om gered te worden
We kunnen helemaal niets doen voor onze
zaligheid als God er niet zou zijn. Omdat onze Heer nog voor de schepping
besloot om ons zo te redden en omdat Hij onze zaligheid vervulde, is alles
afhankelijk van wat God beslist. God de Vader besloot om ons door Zijn
Zoon en de Heilige Geest te redden en toen de vastgestelde tijd aangebroken
was, zond Hij Zijn eniggeboren Zoon Jezus naar deze aarde. Toen Jezus
30 werd en de tijd aanbrak dat Hij deze werken van de zaligheid moest
vervullen, liet de Vader Christus dopen en aan het Kruis sterven, herrees
Hem en heeft ons daarmee gered. We zijn gered door te leren en weten wat
de Heer voor ons heeft gedaan van het Woord van het Oude en het Nieuwe
Testament en door er met ons hart in te geloven. Gered te zijn door met
ons hart te geloven, is niets minder dan het geloof in ons hart te accepteren.
Gelooft u dat dit Woord van de Bijbel het
Woord van God is? Niets minder dan deze Bijbel is God Zelf die vanaf het
begin bestond en Zijn Woord. Door het Woord van het Oude en Nieuwe Testament,
het Woord van God, kunnen we God kennen en ontmoeten. En door het Woord
van het Oude en Nieuwe Testament, kunnen we ons realiseren en geloven
dat Hij ons heeft gered door de blauwe, paarse en dieprode wol en het
getweernde linnen. Omdat degenen die werkelijk in deze waarheid geloven,
gered zijn, kunnen zij ook getuigen dat dit Woord zeker de kracht heeft.
We zouden niet het Woord van God moeten beoordelen en meten met onze eigen
bekrompen gedachten, maar we moeten ons liever erdoor realiseren hoe God
ons precies gered heeft.
Van het Oude en Nieuwe Testament hoop en
bid ik dat u allen het Woord van de blauwe (Jezus’ doopsel), de paarse
(Jezus is Koning van de koningen) en de dieprode wol (Het Kruis) en het
getweernde linnen (Gods Woord van het Oude en Nieuwe Testament) hoort
en erin gaat geloven. Als u het Woord van God verwerpt en Zijn Woord met
uw eigen maatstaven voor de rest van uw leven beoordeelt, zult u nooit
gered worden.
Als u toegeeft dat u het Woord van God niet
goed kent, dan moet u aandachtig luisteren naar wat de voorgangers in
het geloof zeggen. Of zij pastoors zijn, werkers of leken, als u naar
het Woord van God luistert dat door hen gepreekt wordt, en als dat wat
zij preken inderdaad juist is voor God, hoeft u maar te erkennen dat het
juist is en er met uw hart in te geloven.
Degenen die het Woord verspreiden, verspreiden
het niet omdat het zo gemakkelijk is, maar omdat dat wat zij verspreiden
juist is voor God. Daarom preken zij de juiste kennis voor God, d.w.z.
het evangelie van het water en de Geest, de waarheid van de blauwe, paarse
en dieprode wol en het getweernde linnen. Het doet er niet toe wie we
horen, als het het ware Woord van God is, dan is er niets anders dat wij
kunnen doen dan het te accepteren met een ja, want er is geen enkel puntje
noch streepje dat verkeerd is aan Gods Woord.
We moeten in het Woord van God geloven.
Wat is ‘geloven’? Het is accepteren. Het is vertrouwen. Met andere woorden,
omdat onze Heer voor ons gedoopt was, moeten we allen onze zwakheden aan
Hem toezeggen en op Hem vertrouwen. “Heeft de Heer me werkelijk gered
door dit te doen? Ik vertrouw U en geloof in U.” Het is het ware geloof
om op deze manier te geloven.
Onder de theologen van deze wereld is het
erg moeilijk om iemand te vinden die de correcte kennis heeft en correct
gelooft. Zelfs nog voordat ze het wasbekken bereiken, blijven ze hangen
in de poort van de voorhof van de Tabernakel terwijl ze niet in staat
zijn de voorhof binnen te gaan. Als zij over de Tabernakel preken, spannen
ze zich gewetensvol in om slim de poort van de voorhof te omzeilen en
als zij boeken over de Tabernakel uitgeven, voegen zij afbeeldingen bij
die de enorme poort die 9 m van de omheining van de voorhof in beslag
nam, weglaten.
Af en toe zijn er enkelen bij, die moedig
over de poort van de voorhof van de Tabernakel preken, maar omdat zij
niet het wezenlijke van de blauwe wol kennen, zeggen zij alleen maar,
“blauw is de kleur van de hemel.” Dus zij beweren dat de blauwe wol de
kleur van de hemel is dat toont dat Jezus God zelf is en dat de dieprode
wol naar het bloed van Jezus verwijst dat Hij aan het Kruis vergoot toen
Hij op deze aarde was, en daarbij omzeilen ze, heel slim, de waarheid
van de poort van de Tabernakel. En hoe zit dat met de paarse wol? Paars
zegt ons dat Jezus de Koning der koningen is en God Zelf. De goddelijkheid
van Jezus is reeds volmaakt in de paarse wol vastgelegd, zodat het niet
nodig is om de waarheid te herhalen met een andere kleur wol.
De waarheid van de blauwe wol is dat Jezus
naar deze aarde kwam en alle zonden van de mensheid in een keer op Zich
nam door van Johannes gedoopt te worden. Maar de theologen van deze wereld
kunnen het niet weten, noch kunnen ze het preken omdat zij dit doopsel
van Jezus niet herkennen en dus uiten ze slechts hun onzin. Degenen die
niet wedergeboren zijn door niet in Jezus, die door de blauwe, paarse
en dieprode wol en het getweernde linnen kwam, te geloven, weten niet
dat Jezus alle zonden op Zich nam door het doopsel en hun veroordeling
droeg. Zij zijn dus geestelijk verblind en niet in staat het Woord op
te lossen en daarom hebben zij het Woord van God religieus gemaakt door
het willekeurig te interpreteren op basis van hun eigen gedachten. Zij
leren, “Geloof in Jezus. Dan zult u gered zijn. En vanaf nu moet u goed
en gehoorzaam zijn.” Zij hebben het geloof in Jezus Christus in niet meer
dan een religie gekeerd dat slechts de nadruk legt op hun rechtschapen
daden.
Omdat de mensen weten dat zij niet goed
kunnen zijn, hoe hard zij ook hun best doen, zijn zij gemakkelijk bedrogen
door zulke woorden die de wil van de mensheid om te proberen goed te zijn,
aanwakkert. Godsdiensten volgen hetzelfde oude patroon, “Als je probeert,
kun je het,” of “Doe je best om heilig te worden.” Het gebruikelijke thema
dat in alle godsdiensten heerst, is dat zij de eerlijke gedachten, inspanningen
en wil van de mensheid erg hoog inschatten. Hoe zit dat dan met bijvoorbeeld
het Boeddhisme? Het Boeddhisme legt de nadruk op eindeloze inspanningen
en de wil van de mensheid en het leert de volgelingen dat ze zelf moeten
proberen heilig te worden door te zeggen, “Doodt niet; zoek de waarheid
en ben goed.” Op een zekere manier is de lering tamelijk gelijk aan Christelijke
leringen. De reden waarom het Christendom en het Boeddhisme zo nauw met
elkaar verband schijnen te houden, ondanks dat ze elkaars tegenovergestelden
zijn, is omdat ze beiden slechts religies zijn.
Religie en geloof zijn volledig verschillend
van elkaar. Het ware geloof is om in ons hart de gave te accepteren en
te herkennen die onze Heer, die ons gered heeft door de gerechtigheid
van God, ons heeft gegeven. Het geloof is het ontvangen van de verlossing
van de zonden door in ons hart te geloven dat de Heer naar deze aarde
kwam en gedoopt werd door onze zonden op Zich te nemen en dat Hij alle
veroordeling voor onze zonden droeg door gekruisigd te worden. Door te
geloven dat de Heer ons van al onze zonden en veroordeling heeft verlost
door ons door het water en de Geest te redden, is geloof. Gelooft u? We
moeten werkelijk geloven in ons hart.
God heeft ons reeds van al onze zonden gered
Alles wat we daarom doen moeten is slechts
met ons hart hierin te geloven en het te accepteren. Dit is wat de echt
gehoorzame kinderen van God voor Hem moeten doen en al het andere is niet
belangrijk. Omdat God u lief heeft gehad, zond Hij Zijn eniggeboren Zoon
naar deze aarde, liet Hem uw zonden op Zich nemen door gedoopt te worden,
liet Hem kruisigen en bloeden en liet Hem sterven door Hem te veroordelen;
Hij herrees Hem en daarmee heeft Hij u van al uw zonden gered.
Als u dan niet in deze waarheid gelooft,
hoe zou God Zich dan voelen? Zelfs nu moet u geloven dat God, door Zijn
Zoon, al uw zonden heeft uitgewist en u ervan gered heeft als u Zijn gehoorzame
zoon of dochter wilt worden die Zijn hart kan behagen. Als u in uw hart
en met dankbaarheid gelooft, moet u belijden met uw mond. Wilt u ook in
Hem geloven, maar lijkt het te moeilijk voor u om in uw hart te geloven?
Probeer dan uw geloof duidelijk met uw mond te belijden. Als u dus belijdt
dat u gelooft, dan zal uw geloof geplant worden en beetje bij beetje groeien.
Het geloof hoort tot degenen die het moedig aannemen.
Laat ons eens aannemen dat ik een echte
diamanten ring heb. Laat ons verder aannemen dat ik u dit zou geven maar
een van u weigert het te accepteren terwijl hij/zij zegt dat hij/zij niet
kan geloven dat de ring van echte diamant is. Alhoewel de ring een echte
diamanten ring is, is het geen diamant voor degenen die er niet in gelooft
en dus heeft hij/zij nu de kans verloren om een echte diamant te krijgen.
Het geloof is ook zo. Als een geautoriseerde
edelsteenspecialist met een geschreven verklaring aan de mensen bewees
dat de ring van echte diamant was, dan zouden ze het gaan geloven. God
heeft ons gedetailleerd door Zijn geschreven Woord vertelt dat de zaligheid
die Hij ons gegeven heeft, echt is. En degenen die in Zijn zaligheid geloven
omdat Zijn Woord ervan getuigt, zijn de mensen van het geloof. “Het is
moeilijk voor me om te geloven wat werkelijk waar is, maar omdat U, de
Absolute Ene, zegt dat het waar is, geloof ik dat.” Als mensen zo geloven,
kunnen zij het volk van het geloof worden en de waardevolste gave wordt,
zoals beloofd, van hen.
Aan de andere kant is er ook een verschillend
soort geloof. Laat ons eens aannemen dat een oplichter een diamanten ring
namaakt en dat iemand die het koopt ervan overtuigd is dat het een echte
is omdat de koper opgewonden is door de schitterende kleuren. Deze persoon
is volledig overtuigd dat hij/zij een goed koopje heeft gemaakt terwijl
hij/zij in feite is bedrogen. Als mensen geloven in valse getuigenissen
die beweren dat de ring een diamant heeft terwijl dat niet zo is, dan
is deze nepdiamant hetzelfde als de echte diamant voor deze mensen want
zij geloven blindelings dat de ring van echte diamant is. Maar wat zij
hebben is natuurlijk een namaakdiamant. Zo zijn er ook mensen die een
namaakgeloof hebben. Ook al zijn zij overtuigd van hun geloof, is het
toch nep, grondeloos en mystiek want het kwam niet van Gods Woord.
God zei, “Aanbidt geen andere goden dan
Mij.” Het Woord van God is God Zelf en het Woord zegt ons dat tenzij we
geboren zijn uit het water en de Geest, we het Koninkrijk van God niet
kunnen zien (Johannes 3:5). God zegt ons dat zonder eerst door de poort
van de voorhof van de Tabernakel te gaan, dat geweven is van de blauwe,
paarse en dieprode wolen getweernd linnen, we niet de voorhof van de Tabernakel
binnenkunnen en dat degenen die niet eerst hun handen en voeten reinigen
in het wasbekken, niet de Tabernakel binnenkunnen. Omdat alleen dit Woord
de waarheid is, is al het andere namaak.
Slechts het geloof in de waarheid, is het
echte geloof en het geloof in iets anders is namaak. Het doet er niet
toe hoe ijverig mensen geloven; wat niet het Woord van God is, is uiteindelijk
niet het Woord van God. Als Jezus u zegt dat Hij al uw zonden laat verdwijnen
met Zijn doopsel en het bloed aan het Kruis, dan is alles wat u doen moet,
gewoon geloven. Omdat de Ene die zegt dat Hij dat zo gedaan heeft, God
is, is dit geloof in Zijn Woord echt. Als onze Heer dit niet echt gedaan
had, dan is dit Zijn fout en uw geloof zelf is niet verkeerd. Aan de andere
kant als de Heer het dus beslist gedaan heeft, en u gelooft er toch nog
niet in en bent daarom niet gered, dan is dit alles duidelijk uw eigen
verantwoordelijkheid. Daarom moeten we geloven. We moeten geloven in wat
God ons zegt door Zijn Kerk. Gelooft u?
Wat is het Woord dat door de Kerk gesproken
wordt? Het is het Woord van Jezus Christus die naar ons kwam door de blauwe,
paarse en dieprode wol en het getweernde linnen. De Kerk verspreidt het
hele Woord van God dat Jezus onze zonden op Zich nam door gedoopt te worden,
dat Jezus God Zelf is en dat Hij de veroordeling voor al onze zonden aan
het Kruis droeg. Geloof in deze waarheid, dat Jezus ons dus gered heeft,
is het geloof van de echte diamant die gegarandeerd wordt door God.
Als we eerst de wil van God en de geestelijke
betekenissen die getoond worden in de Tabernakel kennen en er dan over
praten, is het heel eenvoudig. Maar als we slechts de bijgelovige kennis
over de uiterlijke grootte van de Tabernakel, het oorspronkelijke Hebreeuwse
woord of de geschiedkundige achtergrond ervan nastreven en het niet kunnen
begrijpen, dan zullen we er geen voordeel aan hebben en er slechts hoofdpijn
aan over houden.
Geloof in het doopsel van Jezus. Jezus ontving
het doopsel dat alle duistere, smerige zonden die zelfs in ons hart zijn,
reinigt. Het doopsel betekent het wegwassen van zonde, doorgeven, begraven,
overdragen en bedekken. Omdat Jezus zo’n doopsel ontving, nam Hij al uw
zonden op Zich. Degenen die hier niet in geloven, zullen gedood worden
en in de hel worden geworpen. “Gij zult ook een koperen wasvat maken,
met zijn koperen voet, om te wassen...Zij zullen dan hun handen en voeten
wassen, opdat zij niet sterven; en dit zal hun een eeuwige inzetting zijn,
voor hem en zijn zaad, bij hun geslachten.” (Exodus 30:18,21). Men
is vervloekt als men niet gelooft. Men wordt in de hel geworpen als men
niet gelooft. Als u niet gelooft, zal de vloek van Jehovah en de vernietiging
over u dalen en u zult in het eeuwige vuur geworpen worden.
“Zij zullen dan hun handen en voeten
wassen, opdat zij niet sterven.” God zei dit tegen de Hogepriester,
zeggende dat dit een eeuwige wet is, waaraan hij en zijn nakomelingen
over de generaties moesten gehoorzamen. Iedereen die in Jezus als zijn/haar
Verlosser wilt geloven, moet in Zijn doopsel en het bloed aan het Kruis
geloven. Het geloof hoort tot degenen die het moedig aannemen. De zaligheid
wordt van u als u het in uw hart accepteert door erin te geloven. De waarheid
kan voor ons voordelig zijn als we erin geloven. We moeten geloven in
wat God ons heeft gezegd. Er is geen hindernis groter dan ongeloof voor
ons hart.
| Wilt
u meer weten over de Tabernakel? Klik dan op de onderstaande
banner om uw gratis boek over de Tabernakel te ontvangen. |
 |
God zei dat als priesters voor Hem komen,
zij eerst hun handen en voeten moeten wassen in het bronzen wasbekken
en toch zijn er te veel mensen die niet het geloof hebben om hun handen
en voeten met het water van het wasbekken te wassen. Iedereen die niet
dit geloof heeft, dat getoond wordt in het wasbekken, zal gedood worden
voor God. Geloof in het evangelie van het water en de Geest in uw hart
en wordt gereinigd en ga daarmee voor God, vermijdt uw dood en ontvang
Zijn Koninkrijk als uw gave. Het doet er niet toe hoe u redeneert en volhoudt
voor God, u zult zeker veroordeeld worden voor het niet geloven terwijl
u een kans heeft gekregen. Ik hoop en bid dat niemand van u de dood zal
aanschouwen voor het niet geloven in de waarheid.
Als u niet in de waarheid van de zaligheid
gelooft, die al uw zonden heeft uitgewist met het doopsel van Jezus en
Zijn bloed aan het Kruis, zult u enorm geschaad worden. Gelooft u? We
moeten onze dank aan God geven omdat Hij ons van onze zonden en veroordeling
gered heeft door het wasbekken.
De rest van de Tabernakel zal in vervolgdelen
op dit boek besproken worden. Ik hoop dat u allen het privilege heeft
om Gods kinderen te worden door de boodschappen in deze boeken.
|