|
Tabernakel Studie
- Het Allerheiligdom

Het Allerheiligdom was de
plaats waar God woont. In het Allerheiligdom spreiden twee cherubijnen
hun vleugels en keken neer van boven de deksel die de Ark van het verbond
bedekte. De ruimte tussen de twee cherubijnen wordt de verzoendeksel genoemd.
De verzoendeksel is waar God Zijn genade aan ons geeft. De deksel van
de Ark des Verbonds was bedekt met bloed omdat de Hogepriester het bloed
van het offer dat gegeven werd door het volk van Israël zeven keer op
deze verzoendeksel sprenkelde.
Alleen de Hogepriester kon een keer per jaar, op de Grote Verzoendag,
het Allerheiligdom binnen terwijl hij het bloed van de offergeit droeg
voor de verlossing van de zonden van de Israëli's. Hij deed dit omdat
het Allerheiligdom van de Tabernakel, het Huis van God, een heilige plaats
was waar hij niet naar binnen kon tenzij hij het bloed van het offer nam,
op wiens kop zijn handen hadden gelegen om de ongerechtigheden van de
zondaars uit te wissen.
God daalde dus van de verzoendeksel af en gaf Zijn genade aan het volk
van Israël. Gods zegens, bescherming en leiding begint voor degenen die
hierin geloven. Vanaf dat moment worden zij de ware mensen van God en
kunnen zij het Heiligdom binnengaan.
|
Bijbehorende preken
- Those Who Can Enter into
Het Allerheiligdom <Exodus 26:31-33>
- The Veil That Was Torn <Matthew
27:50-53>
|
|
|