|
VERZOENEN, VERZOENING
Het ritueel van het doorgeven van alle
zonden van de mensheid aan Jezus. In het Oude Testament was verzoening
het doorgeven van zonde aan een offer door het opleggen van handen
op diens hoofd. In het Nieuwe Testament betekent dit het doopsel
van Jezus door Johannes de Doper. In het Hebreews en Grieks betekent
dit woord het doorgeven van zonde aan Jezus Christus zodat de zondaars
een goede relatie met God kunnen aangaan. Het Nieuwe Testament beschrijft
heel goed de verzoeningsoffering: het doopsel van Jezus en Zijn
dood aan het Kruis.
IN HET OUDE TESTAMENT: Het woord
‘verzoening’ wordt zo’n 100 keer gebruikt in het Oude Testament
en het wordt steeds uitgedrukt als (vb. Leviticus 23:27, 25:9, Numeri
5:8) ‘kaphar’ in het Grieks (meestal geschreven als ‘een
verzoening doen’). Verzoening is een vertaling van een Hebreeuws
woord dat het doorgeven van zonden door middel van het opleggen
van handen op een levende geit en hierbij alle ongerechtigheden
van de kinderen van Israël biechtend, significeerd.
IN HET NIEUWE TESTAMENT: Verzoening
is verwant aan het Arameense woord ‘kpr’ dat “beschermen/ bedekken”
betekent. Dit betekent het doopsel van de verlossing van Jezus in
het Nieuwe Testament. Jezus kwam in deze wereld en werd op 30-jarige
leeftijd gedoopt om de zaligheid van de gehele mensheid te vervullen.
Terug naar lijst
|