|
DOOPSEL
Doopsel betekent (1) gewassen worden
(2) begraven worden (ondergedompeld worden) en op spiritueel gebied
(3) het doorgeven van zonden door het opleggen van handen, zoals
dat in het Oude Testament gedaan werd.
In het Nieuwe Testament, was het doopsel
van Jezus door Johannes de Doper om alle zonden van de wereld weg
te wassen. ‘Het doopsel van Jezus’ heeft de betekenis van
het wegnemen van de zonden van de mens, de zonden van de wereld
weg te wassen.
Jezus werd door Johannes de Doper gedoopt,
de vertegenwoordiger van de gehele mensheid en de hogepriester in
de traditie van Aaron, en hij nam alle zonden van de wereld op Zich.
Dit was het doel van Zijn doopsel.
In de woorden ‘het doopsel van Jezus’
zit een spirituele betekenis nl. het doorgeven aan, het begraven
worden. Dit betekent dat alle zonden aan Jezus werden doorgegeven
en dat Hij voor ons in de plaats werd veroordeeld. Om de mensheid
te redden, moest Jezus onze zonden wegnemen en ervoor sterven.
Aldus is Zijn dood ook de dood van
u en van mij, van alle zondaars van de wereld en Zijn herrijzenis
is de herrijzenis van alle mensen. Zijn offer is de zaligheid van
de zondaars en Zijn doopsel is de getuigenis van het wegwassen van
alle zonden van de mensheid.
De Bijbel zegt ons, “Er is een tegenbeeld
dat ons nu redt, namelijk het doopsel” (1 Petrus3:21). Het doopsel
van Jezus is de rechtvaardige manier om de mensheid te redden door
al onze zonden weg te wassen.
Terug naar lijst
|